Waarom vrede niet betekent dat de oorlog voorbij is: hoe geweld een cultuur wordt
Ismee Tames hoogleraar Oorlogsculturen namens NIOD
“Als je oorlogsculturen onderzoekt kijk je naar wat mensen denken, zeggen en doen in tijden van oorlog”, vertelt Ismee Tames. “Maar ook naar hoe dit nog lang doorwerkt na het tekenen van de vrede.” Ze is met terugwerkende kracht per 1 november 2025 benoemd tot hoogleraar Oorlogsculturen aan de Universiteit Utrecht. Wat zijn oorlogsculturen precies? En hoe beïnvloeden ze ons dagelijks leven, zelfs als er vrede is?
Wat zijn oorlogsculturen?
“Oorlogsculturen zijn manieren van denken, spreken en doen die gevormd worden door oorlog”, legt Tames uit. “In een oorlog staat alles onder extreme druk. Alles draait om de overtuiging dat je alleen veilig kunt zijn als de vijand is verslagen. Het is wij of zij, vriend of vijand, leven of dood.”
“Het idee van ‘alles of niets’ dringt door op allerlei plekken in de samenleving.”
“Het idee van ‘alles of niets’ dringt dan door op allerlei plekken in de samenleving. Het beïnvloedt de manier waarop mensen en instituties zich gedragen. De overtuiging dat de vijand moet worden uitgeschakeld – en dat geweld daarvoor de enige oplossing is – wordt zo onderdeel van een cultuur. Deze gedeelde opvatting maakt het makkelijker om het leger en de economie te mobiliseren, maar ook om wetten en regels aan te scherpen, buitenspel te zetten of in te voeren.”
Maatschappelijke meerwaarde
Met haar leerstoel, namens het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies gevestigd aan de faculteit Geesteswetenschappen, onderzoekt Tames oorlogsculturen in de recente geschiedenis. “Daarbij stel ik twee extra vragen”, vult ze aan. “Hoe worden ideeën en gewoonten uit oorlogstijd blijvende onderdelen van een samenleving? En welke andere manieren van denken, spreken en doen zijn mogelijk in tijden van crisis? Mensen hóéven namelijk niet ten prooi te vallen aan de spiraal van geweld.”
“Ismee Tames verbindt historische inzichten met actuele vraagstukken over democratie, veiligheid en samenleven”, zegt decaan Thomas Vaessens. “Haar werk helpt ons beter te begrijpen welke effecten geweld en conflict op de samenleving hebben. De afgelopen jaren was ze al bijzonder hoogleraar aan onze faculteit en we zijn heel blij dat het NIOD het mogelijk maakt om haar opnieuw tot hoogleraar te benoemen.”
“Oorlogsculturen sijpelden als het ware vredestijd in.”
Hoe oorlogsculturen onderdeel worden van een samenleving
“Wanneer de vrede is getekend, betekent dat niet automatisch dat oorlogsculturen verdwijnen”, vertelt Tames. “Ik onderzoek hoe het idee dat we ‘vijanden’ moeten uitschakelen een vast onderdeel wordt van politiek en samenleving. Zo zijn na de wereldoorlogen allerlei maatregelen uit de oorlog niet of nauwelijks teruggedraaid. Oorlogsculturen sijpelden als het ware vredestijd in.”
Dat ziet Tames ook in haar onderzoek naar staatloze vluchtelingen rond die tijd. “Na de Eerste Wereldoorlog was de angst voor ‘vreemdelingen’ en ‘vijanden’ niet opeens weg. De vrees voor ‘verraders onder de eigen bevolking’ zorgde er bijvoorbeeld voor dat de systemen van deportaties, interneringen, visa, identiteitsbewijzen en grenscontroles uit de oorlog niet verdwenen. Daarbij vormde diezelfde angst de basis voor internationale vluchtelingenafspraken.”
Alternatieven voor oorlogsculturen
Oorlogsculturen voeden zich door angst, zegt Tames. “Maar geweld hoeft niet de standaardreactie te zijn. Ik ben heel geïnteresseerd in mensen die daar niet in meegaan. Mensen die anders weten te reageren, die bewust geweld afwijzen en kiezen voor bescherming en zorg. Hoe lukte het hen om niet mee te gaan in paniek en naar-de-wapens-grijpen? Hoe plaatsten zij de situatie in een breder perspectief? Niet gericht op het kapotmaken van leven, maar juist op manieren om leven mogelijk te maken?”
“Daar zie je dat zorg en solidariteit zelfs onder de meest barbaarse omstandigheden kunnen bestaan.”
Tames wijst op de mensen die vervolgden tijdens het Derde Rijk en de Koude Oorlog onderdak boden en medewerkers van organisaties die in de jaren twintig en dertig staatloze vluchtelingen hielpen. “Daar zie je dat zorg en solidariteit zelfs onder de meest barbaarse omstandigheden kunnen bestaan.”
De kans op oorlog verkleinen
“In oorlogen gaan dynamieken overheersen die draaien om het opsporen, uitsluiten, confronteren en uitschakelen van ‘de ander’”, vat Tames samen. “Dat leidt tot culturele patronen, bijvoorbeeld de overtuiging dat alles goedkomt zodra de vijand is vernietigd.”
Maar ‘de vijand’ is nooit vernietigd, waarschuwt ze. “De logica van het oorlogsdenken zorgt ervoor dat er steeds nieuwe vijanden komen. Na de Tweede Wereldoorlog waren dat voor Nederland Indonesië en de communisten. En uit de onze eeuw kennen we de ‘war on terror’. Steeds bleek ook Nederland gevoelig voor het idee dat geweld dé oplossing is. En steeds bleek dat niet zo.”
Toch zijn er volgens Tames manieren om de cyclus te doorbreken. “Dat begint met het herkennen van oorlogsculturen. Alleen dan kunnen we de patronen vervangen door andere manieren van denken en doen.”
“Eigenlijk kan iedereen daar vandaag al mee beginnen. Laten we, op momenten dat we boos of bang zijn en merken dat we iemand ‘weg’ wensen, een stap terugdoen. Dat geeft ruimte om onszelf eraan te herinneren dat het willen uitschakelen van ‘de ander’ nog nooit echte veiligheid heeft gebracht. Integendeel.”