25 april 2018

Utrechtse hoogleraar Maarten Hajer is één van de hoofdauteurs

VN-rapport over toekomst van de stad: 'Nieuwe rekensom gemaakt'

De wereld verstedelijkt in hoog tempo. De komende dertig jaar stijgt de mondiale stedelijke populatie met zo’n 2,4 miljard mensen. Maar hoe gaan we die op een duurzame en leefbare manier huisvesten? Die vraag onderzocht een speciaal panel van de Verenigde Naties. Maarten Hajer, hoogleraar Urban Futures aan de Universiteit Utrecht, was één van de hoofdauteurs van het rapport dat deze week wordt gepresenteerd.

Klimaatmaatregelen gaan vaak – terecht – over het terugdringen van CO2-uitstoot. Eind deze week staat de Verenigde Naties stil bij een minder bekend, maar net zo´n urgent klimaatthema: de duurzame stad en hoe je die inricht. Ter illustratie: China gebruikte in de periode 2011 – 2013 meer cement dan de Verenigde Staten in de gehele 20e eeuw. Toch is er onvoldoende beleid om te zorgen dat deze enorme hoeveelheid grondstoffen op een goede manier gebruikt wordt.

Het is een misvatting dat een dichtbevolktere stad minder leefbaar is.
Maarten Hajer
Hoogleraar Urban Futures

“Bijna de helft  van de stedelijke infrastructuur die we in 2050 wereldwijd nodig hebben, moet nog gebouwd worden”, zegt Maarten Hajer. “Het is erg belangrijk dat we dit op een andere manier gaan doen en dat we zorgen dat dat op een duurzame, inclusieve en prettige manier gaat gebeuren. We moeten nu ingrijpen om te voorkomen dat het helemaal misgaat op dit gebied.”

Grondstoffen

Hajer is lid van het International Recource Panel van VN Environment. Dit panel presenteert deze week op het Resilient Cities Forum in Bonn het rapport ‘The Weight of Cities’. Hajer is één van de twee co-chairs van de werkgroep en een van de hoofdauteurs van het document. “In het rapport rekenen we uit hoeveel grondstoffen er nodig zijn als we op deze manier doorgaan. Die rekensom is nog nooit eerder gemaakt. Daarnaast geeft het rapport ook aanbevelingen over hoe dat je tot duurzame stedenbouw kunt komen zodat fijn en gezond kunnen wonen.”

Het rapport gebruikt de rekeneenheid DMC (domestic material consumption). Dat getal toont het aantal ton grondstoffen (zoals zand, grind, staal, erts, kolen en hout) dat er per inwoner per jaar gebruikt wordt. Duurzaam grondstoffengebruik ligt tussen de 6 en 8 ton per jaar. Maar als we op deze voet doorgaan dan ligt het grondstoffengebruik in 2050 volgens de auteurs tussen de 8 en 17 ton per persoon per jaar – en dat is dus te hoog.  

Kruispunten

De aanbevelingen om het grondstoffengebruik naar beneden te krijgen zijn divers en ambitieus. Bijvoorbeeld: een stad moet ingericht worden voor de mens, niet voor de auto. Om dat te bereiken moet 30 procent van het ontwikkelde gebied van een stad minimaal 18 kilometer straatlengte hebben per vierkante kilometer hebben, met tussen de 80 en 100 kruispunten per vierkante kilometer. Hajer: “We lijken te vergeten wat we weten over wat steden aantrekkelijk maakt. We zullen – ook in Nederland – veel beter moeten plannen. Voor iedere meter dat mensen dichter bij hun werk wonen, besparen we een meter treinrails, koper, snelweg en kabel. Het is een misvatting dat een dichtbevolktere stad minder leefbaar is. Maar je moet zo’n stad dan wel goed inrichten, met bijvoorbeeld voldoende voorzieningen zoals parken en plantsoenen.”