1 mei 2018

Publicatie Nature Scientific Reports

Versnelde effecten opwarming rond Spitsbergen al merkbaar vanaf jaren negentig

De opwarming van het Arctische gebied leidt tot ingrijpende veranderingen in lokale ecosystemen, en sinds halverwege de jaren negentig gebeuren die veranderingen op een versneld tempo. Dit concludeert een internationaal team van onderzoekers van onder andere de Universiteit Utrecht. Ze publiceerden hun resultaten op 1 mei 2018 in Nature Scientific Reports.

Boren op Spitsbergen
Keechy Akkerman (links) en Lineke Woelders (rechts) tijdens de expeditie.

Het poolgebied warmt op. Aantasting van de aldaar aanwezige permafrost leidt tot aardverschuivingen en het afsmelten van gletsjers. Een internationaal team onderzoekers van de Universiteit Utrecht en de universiteiten van Colorado (USA), Leuven (BE), Loughborough (GB) reisde in het kader van de SEES-expeditie drie jaar geleden af naar Spitsbergen om te onderzoeken hoe en wanneer de klimaatopwarming effect kreeg op het ecosysteem. De eerste resultaten van deze expeditie laten zien dat die effecten al veel eerder begonnen dan werd aangenomen. Vanaf 1995 werden de periodes van dooi langer, en is er een sterke toename te zien in onder andere de algengroei dat een van de gevolgen is van een warmer wordende omgeving.

Geen menselijke verstoring in het meer

Dr. Wim Hoek, geomorfoloog aan de Universiteit Utrecht, boorde tijdens de SEES.nl expeditie vanuit een rubber bootje boorkernen op uit een afgelegen meertje op Barentsøya (Oost Spitsbergen). Dit deed hij samen met eerste auteur dr. Lineke Woelders (toen KU Leuven, nu Institute of Arctic and Alpine Research van de University of Colorado Boulder) en Keechy Akkerman (destijds masterstudent aan de Universiteit Utrecht, tegenwoordig promovenda aan de Loughborough University). Het meertje is een afgelegen gebied, waar door de mens veroorzaakte verstoring in het meer ontbreekt. “We hebben meren geselecteerd waarin de laatste paar duizend jaar aan klimaat- en vegetatiegeschiedenis is opgeslagen in de lagen modder op de bodem”, vertelt Hoek. “Doordat het gebied onbewoond is, is er geen sprake van directe menselijke verstoring rondom de meren en kunnen we de veranderingen die we hebben gemeten toeschrijven aan grootschalige klimaatveranderingen.”

Meer algengroei

Promovenda Kimberley Hagemans van de Universiteit Utrecht werkte samen met Woelders en Akkerman om de veranderingen in het ecosysteem -die geregistreerd zijn in de modder- te onderzoeken. “In de bovenste centimeters zien we een grote toename van organisch materiaal, die voornamelijk te wijten is aan algengroei”, vertelt Hagemans. “Er zijn geen aanwijzingen voor een verhoogde voedselrijkdom, maar deze toename lijkt direct gerelateerd aan de afname van ijsbedekking op het meer.”

Satellietdata ondersteunt conclusies

Dr. Jan Lenaerts (voorheen Institute for Marine and Atmospheric Research van de Universiteit Utrecht, nu eveneens in Boulder) onderzocht de  evolutie van temperatuur en zee-ijsbedekking rondom Spitsbergen. Hem viel directe koppeling met de toename in organische productie in de meren op. Lenaerts: “Door de hogere tempraturen zien we een sterke afname van het zee-ijs in voornamelijk het voor- en najaar. Dit proces versterkt zichzelf doordat wanneer het ijs is afgesmolten, het open water extra warmte kan opnemen, en de temperatuur verder stijgt. Datzelfde effect zien we op kleine schaal terug in het meer, met als gevolg dat dat het groeiseizoen een heel stuk langer is geworden.”

De SEES.nl expeditie werd mogelijk gemaakt door NWO en het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen.