31 mei 2017

Verslag conferentie: 1989 en het Westen. Nieuwe perspectieven op het einde van de Koude Oorlog

Val van de Berlijnse Muur (1989). Bron: Wikimedia Commons
Val van de Berlijnse Muur (1989). Bron: Wikimedia Commons

Jarenlang bestond de opvatting dat de val van de Berlijnse muur en het einde van de Koude Oorlog het westelijk deel van Europa vrijwel onveranderd liet. Recente crises in Europa – zoals de relatie met Rusland en de opmars van het populisme – vragen echter om een revisie van die lezing. Op 20 en 21 april 2017 organiseerden dr. Eleni Braat en dr. Pepijn Corduwener, beiden verbonden aan het Departement Geschiedenis en Kunstgeschiedenis van de Universiteit Utrecht, daarom de conferentie ‘1989 and the West. New Perspectives on the End of the Cold War.’

De tweedaagse conferentie, die bijgewoond werd door academici uit onder andere de Verenigde Staten, Italië en Denemarken, was gebouwd op vier thematische vraagstukken. In het eerste panel, over de rol van Duitsland in het nieuwe Europa, werd geconcludeerd dat Duitsland zichzelf tegenwoordig profileert als een civiele wereldmacht, hoewel de geschiedenis de Duitse identiteit blijft beïnvloeden. Het volgende thema betrof de relatie tussen neoliberalisme en de natiestaat. De panelleden benadrukten dat de oude scheiding tussen overheid en markt verdween in de jaren negentig, en dat het einde van de Koude Oorlog werkte als een katalysator van dit proces. De derde discussie betrof de ontwikkeling van de Europese Unie na 1989. De discussianten beargumenteerden dat de EU als een soft power functioneerde, maar er tegelijkertijd niet in slaagde om het nieuwe Rusland te betrekken in het Europese integratieproces. Het afsluitende themapanel was gewijd aan populisme en identiteitspolitiek na het einde van de Koude Oorlog en besprak onder andere de verzwakking van de Nederlandse identiteit en de toenemende kloof tussen de kiezers en de politiek.

De conferentie werd bekroond met een keynote lecture van Dan Stone (Royal Holloway, University of London) over de terugkeer van het fascisme in Europa. Stone stelde dat hoewel de huidige omstandigheden anders zijn dan in de jaren dertig, het fascisme opnieuw een opmars maakt in Europa – een proces dat volgens Stone versneld werd door het einde van de Koude Oorlog. Beatrice de Graaf merkte echter op dat het einde van de Tweede Wereldoorlog en 9/11 van grotere invloed waren voor de terugkeer van het fascisme.                                           

De conferentie leverde nieuwe onderzoeksonderwerpen op en bood ruimte voor originele discussies. Het bleek dat in de jaren tachtig al veel ontwikkelingen gaande waren, die door het einde van de Koude Oorlog werden versneld. Daarnaast werd benadrukt dat na 1989 veel kansen zijn blijven liggen, waarvan de Russische integratie in Europa tot de belangrijkste behoort.