Verlangen naar aanraking onverminderd hoog na coronapandemie

Het verlangen naar aanraking ontstaat wanneer iemand minder wordt aangeraakt dan gewenst. In haar proefschrift onderzocht Birgit Hasenack wat de impact van dit verlangen naar aanraking is op het algemeen welzijn. Ook onderzocht ze hoe aanraking wordt waargenomen.

Hasenack nam de periode van de coronapandemie onder de loep: ze mat hoeveel mensen tijdens en na de coronapandemie verlangden naar aanraking. Ze zag niet alleen dat dit verlangen groter was onder mensen met een psychologische of neurologische aandoening, maar ook dat dit verlangen, zelfs na de pandemie, onverminderd hoog blijft.

aanraking

Vaker fysieke afstand

Als oorzaak van het verlangen naar aanraking meldden de deelnemers aan het onderzoek vaker fysieke afstand (denk aan: niet in de buurt van vrienden en familie wonen), dan interne barrières (bijvoorbeeld: de angst afgewezen te worden). Hasenack: “Daarnaast blijkt dat mensen met een hoger verlangen naar aanraking tijdens de pandemie ook een lagere fysieke, psychologische en sociale kwaliteit van leven ervoeren. Dit benadrukt het belang van aanraking voor algemeen welzijn.”

Verlangen naar aanraking zou, ook met de komende feestmaand in het vooruitzicht, niet mogen bestaan.

Waarneming van aanraking

De Utrechtse promovendus onderzocht tevens of een sterker verlangen naar aanraking samengaat met een prettigere waarneming van aanraking. Dit deed Hasenack bij gezonde mensen, poliklinische patiënten en vrouwen met interpersoonlijk trauma. “Voor de eerste twee groepen vond ik inderdaad dat afbeeldingen en video’s van aanraking als prettiger werden ervaren wanneer iemand meer verlangde naar aanraking.” Er was echter geen verband tussen een verlangen naar aanraking en de manier waarop daadwerkelijk fysieke aanraking werd ervaren.

Feestmaand

Hasenacks proefschrift biedt nieuwe inzichten in de mogelijke oorzaken en consequenties van het verlangen naar aanraking bij volwassenen. “Het is duidelijk dat aanraking van belang is voor het algemeen welzijn. Verlangen naar aanraking zou, ook met de komende feestmaand in het vooruitzicht, niet mogen bestaan. Toekomstig onderzoek is nodig om vast te stellen hoe we de ontwikkeling van dit verlangen kunnen voorkomen.”