Van Sustainable Development naar betere steden
Ontmoet onze alumni
Wat kun je doen met een master Sustainable Development? Alumnus Paolo Ruffino gebruikt het interdisciplinaire perspectief dat hij aan de Universiteit Utrecht ontwikkelde om overheden in heel Europa te helpen steden duurzamer te maken. Zijn werk varieert van fietsbeleid tot geïntegreerde strategieën voor mobiliteit, woningbouw en regionale ontwikkeling.
Toen Paolo Ruffino in 2017 afstudeerde aan de master Sustainable Development van de Universiteit Utrecht, vroeg hij zich af of de opleiding misschien te breed was geweest. “Ik had van alles wat meegekregen, maar ik had niet het gevoel dat ik op een van die gebieden echt een expert was,” herinnert hij zich. Bijna tien jaar later kijkt hij heel anders naar die breedte. In multidisciplinaire teams werkt hij aan duurzame mobiliteit en stedelijke ontwikkeling, en juist het vermogen om te begrijpen hoe verschillende onderdelen van een systeem met elkaar samenhangen is een van zijn grootste sterke punten geworden. “Vergeleken met collega’s die zich veel sterker op één discipline richten, maakt juist het feit dat wij het hele plaatje kunnen zien ons als afgestudeerden van Sustainable Development sterk.”
“Ik leerde om naar verschillende belanghebbenden te luisteren en hun positie te begrijpen voordat ik met voorstellen kwam.”
Van Sustainable Development naar duurzame mobiliteit
Ruffino volgde de track Environmental Governance binnen de master Sustainable Development. Daarna behaalde hij een tweede master in Urban Planning en begon hij zijn carrière bij de Vervoerregio Amsterdam. Tegenwoordig werkt hij bij een internationaal ingenieurs- en adviesbureau op de afdeling Sustainable Mobility. Hij adviseert gemeenten, regionale overheden en andere publieke organisaties over vraagstukken zoals het stimuleren van fietsen en lopen, het verbeteren van bereikbaarheid en het verbinden van mobiliteit met woningbouw en regionale ontwikkeling.
Zijn werk combineert technische analyses met inzicht in governance, politiek en de belangen van verschillende groepen. Die combinatie herleidt hij rechtstreeks tot zijn studie in Utrecht.
Leren kijken naar het hele systeem
Tijdens de opleiding maakte Ruffino kennis met methoden om beleid te evalueren, waaronder maatschappelijke kosten-batenanalyses. Later specialiseerde hij zich hier professioneel verder in. Aan het begin van zijn carrière was hij mede-auteur van de Nederlandse landelijke methodiek voor maatschappelijke kosten-batenanalyses van fietsinfrastructuur.
Een van de belangrijkste lessen die Ruffino tijdens de master Sustainable Development leerde, was dat duurzaamheidsproblemen niet kunnen worden opgelost door alleen naar technische oplossingen te kijken. “Ik leerde dat besluitvorming geen lineair proces is, maar altijd het resultaat van de wisselwerking tussen verschillende belangen. Ik leerde ook om naar verschillende belanghebbenden te luisteren en hun positie te begrijpen voordat ik met voorstellen kwam.”
“De breedte van de opleiding en het holistische perspectief dat studenten meekrijgen, is precies wat we nodig hebben.”
Dat perspectief bepaalt nog steeds hoe hij zijn werk doet. Wanneer hij een overheid adviseert over nieuw mobiliteitsbeleid, is het bijvoorbeeld niet voldoende om alleen de kosten en baten te berekenen. Ruffino en zijn collega’s kijken ook naar wie er profiteert, wie mogelijk nadelen ondervindt, welke belangen een rol spelen en wat politiek haalbaar is. “Je moet technische oplossingen altijd in hun context plaatsen: het politieke debat kunnen lezen en het proces begrijpen. Dat is uiteindelijk wat ervoor zorgt dat oplossingen effectief zijn.”
Duurzaam mobiliteitsbeleid in de praktijk brengen
Voor Ruffino is een van de meest bevredigende aspecten van zijn carrière dat hij beleidsadvies daadwerkelijk kan zien leiden tot zichtbare veranderingen. Een project waaraan hij in Italië werkte, hielp een regionale overheid bij de ontwikkeling van een van haar eerste grote fietsstrategieën. De regio investeerde vervolgens meer dan 80 miljoen euro in fietsinfrastructuur.
“Daarvoor was er eigenlijk nauwelijks geld voor fietsen. De investering stimuleerde lokale overheden om zelf fietsstrategieën te ontwikkelen en meer te investeren. Het had dus echt een positieve impact.”
Waarom een interdisciplinaire opleiding belangrijk is
Ruffino’s ervaringen hebben zijn kijk op specialisatie veranderd. Duurzaamheidsvraagstukken overschrijden de grenzen tussen verschillende disciplines. Bij een mobiliteitsproject kunnen bijvoorbeeld ingenieurs, economen, stedenbouwkundigen, beleidsmakers en gedragsexperts betrokken zijn. Begrijpen hoe die verschillende perspectieven met elkaar samenhangen, kan daarom net zo belangrijk zijn als je specialiseren in één van die vakgebieden.
Juist daarin ziet Ruffino de waarde van de master Sustainable Development. “De breedte van de opleiding en het holistische perspectief dat studenten meekrijgen, is precies wat we nodig hebben.”
“Elk jaar wordt de urgentie om klimaatverandering tegen te gaan en ons eraan aan te passen groter. We hebben meer professionals nodig die dat holistische perspectief kunnen inbrengen.”
Advies voor toekomstige studenten
Voor aankomende studenten die zich afvragen tot welke loopbanen een master Sustainable Development kan leiden, laat Ruffino’s ervaring zien hoe afgestudeerden hun kennis kunnen toepassen in uiteenlopende vakgebieden, zoals consultancy, overheidsbeleid, duurzame mobiliteit en stedelijke ontwikkeling.
De opleiding leidde hem niet op voor één nauw afgebakend beroep. In plaats daarvan gaf de master hem een manier om complexe vraagstukken te benaderen die hij nog iedere dag gebruikt: systemen begrijpen, disciplines met elkaar verbinden en duurzaamheidsambities vertalen naar praktische beslissingen.
Volgens Ruffino is de behoefte aan duurzaamheidsprofessionals sinds zijn afstuderen alleen maar toegenomen. “Het onderwerp is nog relevanter dan toen ik begon. Elk jaar wordt de urgentie om klimaatverandering tegen te gaan en ons eraan aan te passen groter. We hebben meer professionals nodig die dat holistische perspectief kunnen inbrengen.”