10 juli 2018

Nieuwe hoogleraar gaat onder meer kwaliteit kleuterklassen onderzoeken

Van de Wereldbank naar de Universiteit Utrecht

Jaren in Kenia, de Verenigde Staten en Canada. Om er onder meer onderzoek te doen naar sloppenwijken en naar de levensomstandigheden van de Roma in Oost-Europa. Nu is ontwikkelingseconoom Joost de Laat (1976) terug, in geboorteland Nederland. Sinds 1 april bekleedt hij de Utrechtse leerstoel Global Economic Challenges. “Natuurlijk zoeken we de multidisciplinaire samenwerking. Zo willen we samen met focusgebied ELS de kwaliteit van de vroegschoolse educatie voor kleuters uit arme families verbeteren.”

Joost de Laat

De Laats leerstoel maakt onderdeel uit van het Utrecht Centre for Global Challenges, het centrum van de Universiteit Utrecht dat wetenschappers vanuit verschillende disciplines samenbrengt om te werken aan vraagstukken als klimaatverandering en armoedebestrijding. 

Sloppenwijken

Met dat laatste vraagstuk houdt de nieuwe Utrechtse hoogleraar zich al jaren bezig. Een paar jaar nadat hij zijn promotieonderzoek in de sloppenwijken van Nairobi had afgerond, ging hij aan de slag bij de Wereldbank. “Ik hield me daar bezig met de grootste etnische minderheid in Europa: de Roma. Toen ik begon wist ik bijna helemaal niets van Roma. Het was confronterend om te ervaren hoe hun levensomstandigheden, verspreid over landen in Oost-Europa, bleken te zijn. Onderwijs, inkomen, toegang tot basisvoorzieningen als water en elektriciteit: op die gebieden was de situatie van de Roma in sommige Oost-Europese landen vergelijkbaar met mensen die in Nairobi in de sloppenwijken leefden.”

School afmaken

De Laat constateerde dat slechts een op de vijf Roma-kinderen de middelbare school afmaakte, wat de kansen op de arbeidsmarkt heel klein maakt. “We wilden natuurlijk weten waarom dat zo was, en hoe we de schoolcarrière van Roma-kinderen konden bevorderen.” Daartoe zijn De Laat en collega’s bij het begin begonnen: de kleuterschool. “Uit onze enquête onder Roma bleek de kleuterschoolparticipatie al bijzonder laag. In een volgend groot experiment onderzochten we hoe we de toegang tot de kleuterschool konden verbeteren. Wat zijn de barrières voor Roma-ouders om hun kinderen naar de kleuterschool te sturen?”

Was nut en noodzaak van de kleuterklas niet duidelijk?

Potloden en wc-papier

Dat experiment zette de Wereldbank op in Bulgarije, in nauwe samenwerking met diverse NGO’s, de Trust for Social Achievement, en de Bulgaarse overheid. “We bekeken verschillende factoren die voor ouders van invloed konden zijn op wel of geen deelname aan de kleuterschool. Was nut en noodzaak van de kleuterklas niet duidelijk en moest er dus beter geïnformeerd worden? Of weerhielden ouders hun kinderen aan deelname doordat Bulgaarse scholen extra kosten in rekening brengen voor aanschaf van bijvoorbeeld potloden en toiletpapier? Ook zetten we twee extra interventies uit, waarbij een financiële prikkel werd gegeven als de kinderen regelmatig naar de kleuterklas gingen.”

De Bulgaarse ombudsman

De allergrootste barrière die Roma-ouders ervoeren bleken de extra kosten te zijn. “Het gaat om relatief kleine bedragen die de scholen de ouders voorlegden, maar die voor arme mensen een grote barrière kunnen zijn. Als die werden weggestreept, schoot de participatie omhoog. Die andere factoren, dus meer informeren en een extra financiële stimulans, hadden geen noemenswaardige verhoging in participatie.” De resultaten van dit onderzoek zijn allerminst in een of andere bureaucratische la beland. “De Bulgaarse ombudsman is onlangs een campagne gestart om gemeentes, die verantwoordelijk zijn voor die kleine extra schoolbedragen, te overtuigen deze kosten niet meer op de ouders te verhalen.”