Van blij tot bang: de eerste stappen in emotieherkenning

Carlijn van den Boomen
Carlijn van den Boomen

“Emoties kunnen je behoeden voor gevaar of juist zorgen voor verbinding,” legt Carlijn van den Boomen, Universitair Docent (UD) psychologie, uit. “Als baby’s zeven maanden oud zijn, kunnen ze al het verschil tussen een bang en een blij gezicht onderscheiden. Maar niet alle kinderen kunnen even goed emoties herkennen bij een ander. Ik onderzoek de onderliggende redenen hiervan.”

Hoe onderzoek je of kinderen emoties kunnen herkennen?

“Dat kun je op allerlei manieren doen, maar ik gebruik twee methoden. De meest voor de hand liggende methode is een foto laten zien van iemand die een emotie laat zien en aan het kind vragen welke emotie deze persoon ervaart. Hieruit kunnen we concluderen of kinderen een emotie kunnen benoemen. Een nadeel van deze methode is dat je dit alleen kan uitvoeren bij kinderen die kunnen spreken. Baby’s zijn hier natuurlijk nog niet toe in staat.

En toch hebben we manieren om iets te zeggen over of baby’s onderscheid kunnen maken tussen verschillende emoties. We gebruiken hier hersenmetingen, EEG om precies te zijn (red: elektro-encefalogram). We laten een foto van een blij of een angstig gezicht zien aan de baby en kijken in hoeverre de hersenactiviteit tijdens de blije foto verschilt van de hersenactiviteit tijdens de angstige foto. We kunnen deze methode gebruiken voor kinderen van alle leeftijden. Verder kunnen we uit de hersenactiviteit nog veel meer informatie halen over processen die betrokken zijn bij emotieverwerking.”

Welke kenmerken hebben invloed op het herkennen van emoties?

Peuter wordt lachend omarmd door ouders

“In mijn meest recente publicatie vergelijken we baby’s en peuters die tijdens de COVID-pandemie opgroeiden met baby’s en peuters die voor deze periode opgroeiden. Wat we zagen is dat kinderen die tijdens de COVID-pandemie geboren waren, slechter onderscheid konden maken tussen blije en bange gezichten.

We denken dat dit komt omdat de kinderen die opgroeiden tijdens COVID, minder verschillende ervaringen hebben opgedaan. Normaal gesproken zullen kinderen een prototype vormen in hun hoofd over hoe een angstig gezicht er gemiddeld uit ziet. Maar als je als kind weinig verschillende gezichten hebt gezien, kun je niet een goed gemiddelde vormen. We zijn nu bezig met een volgende studie waarin we onderzoeken of de kinderen die een achterstand hadden opgelopen tijdens COVID, na die tijd weer zijn hersteld. Ook willen we de data nog dieper induiken om te ontdekken of we individuele verschillen zien tussen kinderen en welke factoren daaraan bijdragen.

In ander onderzoek vergeleken we kinderen die een verhoogde kans op het ontwikkelen van ASS (Autisme Spectrum Stoornis) met kinderen die een gemiddelde kans hierop hebben. Baby’s worden nog niet gediagnosticeerd op ASS, maar als ze een broer of zus met ASS hebben delen ze genen die bijdragen aan de ontwikkeling van ASS. Uit eerder onderzoek blijkt dat bij deze kinderen de kans groter dat ze ASS ontwikkelen. We vonden op jonge leeftijd inderdaad al verschillen. Kinderen die een gemiddelde kans op autisme hadden, lieten bij tien maanden wel een verschil tussen angstige en neutrale emoties zien in hersenactiviteit. Kinderen met verhoogde kans op autisme niet. Van deze ‘verhoogde kans groep’ krijgt gemiddeld maar één op de vijf kinderen de diagnose ASS. Een groot deel uit de groep ontwikkelt dus geen autisme, maar laat toch op groepsniveau een verminderde emotieverwerking zien. We weten niet heel erg goed wat dit betekent, behalve: het delen van genen met iemand met ASS, is gelinkt aan het anders verwerken van emoties.”

Dynamics of Youth heeft me heel veel connecties met andere onderzoekers gebracht en naast onderzoek ook mooie kansen in het onderwijs gegeven.

Wat is jouw connectie met Dynamics of Youth?

“Mijn onderzoek gaat natuurlijk over hoe kinderen van elkaar verschillen en wat daar van invloed op is, een kerndoel van Dynamics of Youth. Dynamics of Youth heeft me heel veel connecties met andere onderzoekers gebracht en naast onderzoek ook mooie kansen in het onderwijs gegeven. Er ontstaat kruisbestuiving tussen mensen die elkaar anders niet hadden ontmoet. In mijn onderwijs zie ik bijvoorbeeld een game-designer die samenwerkt met iemand die onderzoekt hoe jongeren leren, of iemand van diergeneeskunde die samenwerkt met iemand van sociale wetenschappen om meer inzicht in het ontstaan van verslaving te krijgen. Ik vind het erg mooi om te zien hoe deze verbanden ontstaan en draag daar graag aan bij.”

Je onderzoekt dit bij kinderen, wat maakt dit een interessante doelgroep om emotieherkenning bij te onderzoeken?

Boos of verdrietig jong kindje

“Kinderen zijn nog zo in ontwikkeling. Veranderingen van leeftijd tot leeftijd zijn erg sterk: alhoewel kinderen rond de 7 maanden de basis emoties kunnen onderscheiden, verfijnt emotieherkenning nog tot aan het begin van de pubertijd. Het herkennen van emotionele gezichten is bovendien belangrijk in de sociale omgang met anderen. Emoties geven belangrijke informatie over hoe iemand anders zich voelt, waar je gedrag op  aan kunt passen. Als we ouders en jeugdprofessionals goed kunnen informeren over wat een gemiddeld kind kan en waarom kinderen van elkaar verschillen, kunnen zij kinderen beter leren begrijpen en helpen.”

Over Carlijn van den Boomen

Naast onderzoek is van den Boomen actief in het onderwijs, bij zowel psychologie als University College Utrecht (UCU). Ze ontwierp een interdisciplinaire cursus en de interdisciplinaire minor van Dynamics of Youth. Na een research master Neuroscience, neuropsychology, and psychopathology aan Maastricht Universiteit deed Carlijn aan de Universiteit Utrecht een promotie-onderzoek naar hoe gezichtsverwerking zich ontwikkelt bij kinderen. Carlijn werkte vervolgens als postdoc (ook UU) en sinds 2016 als UD bij psychologie.