17 maart 2017

Erik van Sebille komt naar Universiteit Utrecht met ERC Starting Grant

“Van 99% van het plastic dat in de oceaan terechtkomt, weten we niet waar het blijft”

Erik van Sebille

Oceanograaf Erik van Sebille begint op 1 april als universitair hoofddocent bij het IMAU, en hij neemt wel een heel mooie uitzet mee: de ERC Starting Grant van 1,5 miljoen euro die hij eind vorig jaar toegekend kreeg. Van Sebille gaat met dit bedrag onderzoek doen naar de verspreiding van plastic in de oceaan. “80% van de zeevogelsoorten heeft plastic in hun maag. En we weten niet hoe het daar komt.”

“Dit voelt echt als thuiskomen”, vertelt Van Sebille. “Ik heb precies tien jaar aan de Universiteit Utrecht gezeten, van de eerste dag van mijn bachelor tot aan mijn promotie in 2009.” De afgelopen zeven jaar werkte Van Sebille aan een aantal buitenlandse universiteiten: als Postdoc in Miami en als Lecturer/Fellow in Sydney, en de afgelopen jaren als Lecturer aan Imperial College London. “Utrecht heeft altijd een warme plek in mijn hart gehad, en ik heb altijd contact gehouden met collega’s hier. De vacature die nu vrij kwam bij het IMAU paste echt perfect, en ik voel me heel bevoorrecht om terug te kunnen komen.”

Vast in het ijs

Eigenlijk had Van Sebille meteorologie in het vizier toen hij Natuurkunde ging studeren. “Ik wilde heel graag weerman worden. Maar toen kreeg ik in mijn vierde studiejaar de mogelijkheid om mee te gaan met een expeditie naar de Canarische Eilanden, en dat was zo tof. Sindsdien wilde ik oceanograaf worden en spannende dingen doen met grote boten en grote instrumenten.” Is die droom uitgekomen? “Ik ben ook na mijn studie nog meerdere keren op expeditie geweest, vooral vanuit Miami best vaak. In mijn tijd in Sydney ben ik naar Antarctica geweest, op dat schip dat vast kwam te zitten in het ijs. Hoewel de expeditie wetenschappelijk een groot succes was, heb ik me sindsdien wat meer gedeisd gehouden met naar zee gaan.”

Data-analyse

Is die expeditiekoorts omgeslagen naar iets anders? “Mijn werk verschoof zich sowieso al langzamerhand richting data-analyse, het simuleren van oceanen. Mijn onderzoek draait nu vooral om de vraag: hoe verspreiden oceaanstromingen dingen in de oceaan?” De ERC Starting Grant heeft Van Sebille gekregen om te onderzoeken hoe plastic beweegt in de oceaan. “Daarvoor heb je niet genoeg aan alleen oceaanstromingen, maar moet je ook de invloed van golven en stormen bestuderen, hoe snel plastic onder verschillende omstandigheden uiteenvalt in kleine stukjes, dat soort dingen. Je krijgt pas een goed beeld van wat er gebeurt in de oceaan als je al die factoren meeneemt.”

5 miljoen ton plastic

Onderzoekers hebben inmiddels een redelijk goed idee van hoe drijvend plastic zich beweegt, legt Van Sebille uit. “Maar in de afgelopen anderhalf jaar realiseerden we ons dat je ontzettend veel mist als je je alleen bezig houdt met drijvend plastic. Er drijft naar schatting zo’n 250.000 ton plastic in de oceaan, maar jaarlijks komt er 5 miljoen ton plastic in de oceaan terecht. Dat betekent dat meer dan 99% van al het plastic dat ooit de oceaan in is gekomen niet meer aan de oppervlakte drijft. Maar waar is het dan wel? Een deel ervan ligt op de oceaanbodem – dat zien we nu al in boorkernen en vanuit onderzeeërs – en er spoelt een deel aan op stranden en kustlijnen, maar nog veel zorgelijker is dat er ook heel veel in dieren zit. Biologen vinden steeds meer dieren met plastic in hun maag, nu bijvoorbeeld al 80% van de zeevogelsoorten. En we weten eigenlijk niet hoe dat er komt.”

Algen en stormen

Van Sebille gaat computermodellen loslaten op dat probleem. “Eigenlijk werken we met een soort omgekeerd computermodel. We gaan eerst zoveel mogelijk datapunten uit wetenschappelijke literatuur verzamelen – hoeveel plastic wordt er op welke plekken gevonden? – en vervolgens passen we onze computersimulatie zo aan dat de uitkomsten kloppen met die data. Daarbij kunnen heel veel factoren meespelen: hoe belangrijk zijn algen die aan het plastic groeien en het zwaarder maken? Hoe belangrijk zijn golven aan de kust? Hoeveel plastic komt meteen met de eerstvolgende storm weer aan land?” Het ERC-project van Van Sebille is echter niet alleen een computerproject. “We gaan ook simulaties doen met golftanken. Daarin gooien we stukjes plastic in het water en kijken we wat er gebeurt als we er golven, stromingen en windsterkte op loslaten.”

Zeereservaten

Naast zijn onderzoek naar plastic blijft Van Sebille ook nog bezig met andere dingen die zich verspreiden in de oceaan, zoals bacteriën, vissen en larven. “Daarvoor werk ik niet alleen samen met andere oceanografen, maar ook met biologen en geologen. We werken bijvoorbeeld aan modellen van hoe organismen leven in verschillende delen van de oceaan, en hoe dat van invloed is op waar je die diersoorten vindt. Zo proberen we onder andere uit te vinden hoe je het beste zeereservaten kunt oprichten die over 50 jaar nog steeds op dezelfde plek liggen.”