16 juni 2017

Persbericht

Vaker longontstekingen in de buurt van veehouderijen

Mensen die in de buurt van pluimvee- en geitenhouderijen wonen hebben vaker last van longontstekingen. In het onderzoeksgebied krijgen elk jaar ongeveer 1650 mensen per 100.000 inwoners een longontsteking. Ruim 200 longontstekingen hebben een verband met wonen in de buurt van pluimveehouderijen en geitenhouderijen.

Dat blijkt uit de aanvullende studies van het grootschalige onderzoek Veehouderij en de gezondheid van omwonenden (VGO).

Pluimveehouderijen

Mensen die tot 1 km afstand wonen van een pluimveehouderij krijgen vaker een longontsteking. Gemiddeld 119 van de ruim 200 extra longontstekingen die gerelateerd zijn aan veehouderijen kunnen toegerekend worden aan pluimveehouderijen. Waarschijnlijk worden deze extra longontstekingen veroorzaakt door fijnstof en endotoxinen. Deze kleine deeltjes irriteren de luchtwegen waardoor mensen bevattelijker zijn voor longontstekingen.

Geitenhouderijen

Ook rond geitenhouderijen hebben mensen vaker een longontsteking. Deze toename is te zien in alle onderzochte jaren van 2009 tot en met 2013. Van de ruim 200 extra longontstekingen die verband hebben met wonen in de buurt van veehouderijen zijn er gemiddeld 89 te relateren aan het wonen bij geitenhouderijen. Het is nog onduidelijk wat de oorzaak is van deze longontstekingen. Wel is al duidelijk dat de Q-koortsepidemie geen verklaring van het verhoogde risico vanaf 2011 biedt. Geitenhouderijen stoten voor zover bekend weinig fijnstof en endotoxinen uit. Om specifieke oorzaken van deze toename te achterhalen is meer onderzoek nodig. Pas dan kunnen bedrijfsgerichte maatregelen aanbevolen worden.

Bevestiging eerdere resultaten

In het nieuwe onderzoek zijn de resultaten op andere, vaak uitgebreidere analyses gebaseerd, waardoor de onderzoekers meer zeker zijn van de verbanden. Andere resultaten die uit VGO kwamen zijn:

  • Mensen die in de buurt van veehouderijen wonen hebben minder astma en allergie.
  • In de buurt van veehouderijen wonen minder mensen met COPD, maar zij hebben wel ernstigere klachten en gebruiken meer medicijnen.
  • Mensen met veel veehouderijen rond hun woonhuis kunnen een iets verminderde longfunctie hebben.
  • Mensen in het gehele onderzoeksgebied hebben een verminderde longfunctie wanneer de ammoniakconcentratie in de lucht hoog is. Dit is dus onafhankelijk van de afstand tot de veehouderij. Ammoniak is afkomstig van mest.
  • Hepatitis E-virusinfecties en de resistente bacteriën Clostridium dificille en ESBL-producerende bacteriën komen niet vaker voor bij mensen die in de buurt van een veehouderij wonen.

Onderzoek

Het onderzoek VGO is gestart in 2013. Hierbij is gebruik gemaakt van geanonimiseerde gegevens van 110.000 patiënten van huisartsen, van ruim 14.000 vragenlijsten over luchtwegklachten, en bijna 2.500 mensen hebben meegedaan aan een gezondheidsonderzoek. Daarbij vulden mensen vragenlijsten in en werden bloed, longfunctie en ontlasting onderzocht. Het is wereldwijd voor het eerst dat zo’n grote studie is opgezet. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de ministeries van VWS en EZ.

Binnen VGO werkten onderzoekers van het RIVM, Universiteit Utrecht (IRAS), Wageningen UR (CVI en WLR) en NIVEL samen. Het IRAS van de Universiteit Utrecht is verantwoordelijk voor het medisch onderzoek en de evaluaties die gedaan zijn ten aanzien van de longfunctie bij mensen. Bovendien beheert het de fijnstofmetingen op locatie.

Dick Heederik, hoogleraar milieuepidemiologie: 'In het nieuwe onderzoek zijn de resultaten op andere, vaak uitgebreidere analyses gebaseerd, waardoor we zekerder zijn over eerder gevondenden verbanden. We zien naast nog andere resultaten dat rond pluimvee- en geitenhouderijen er meer longontstekingen voorkomen. Om specifieke oorzaken van deze toename te achterhalen is meer onderzoek nodig.' De nieuwe resultaten bevestigen eerdere uitkomsten van VGO in 2016.