13 juni 2016

Interview met Rens Voesenek over Future Food Utrecht

"Als je het wereldvoedselprobleem wilt aanpakken, moet je het lef hebben om het gesprek aan te gaan met mensen van andere disciplines"

Marca Wauben, Rens Voesenek en Denise de Ridder
De trekkers van Future Food Utrecht: Marca Wauben, Rens Voesenek en Denise de Ridder

Het voedselonderzoek van de Universiteit Utrecht heeft een belangrijke positie op Europees niveau verworven. Samen met 49 internationale partijen uit de Benelux, Italië, Scandinavië, Frankrijk en Spanje, is Future Food Utrecht medeaanvrager van FoodNexus, een prestigieuze Europese beursaanvraag die de toekomst van het bedrijfsleven op het terrein van voedsel in Europa moet gaan veranderen.

“Kijk, that’s the spirit!” Met een brede grijns legt Prof. Rens Voesenek, één van de trekkers van het focusgebied Future Food Utrecht (FFU), de telefoon in zijn kantoor in het Kruytgebouw neer. Zojuist heeft Prof. Stephanie Rosenkranz bevestigd dat ze haar vluchtschema heeft kunnen aanpassen zodat ze bij een belangrijke vergadering kan zijn. “Daar houd ik van,” zegt Voesenek, “mensen die zo enthousiast zijn.” Zelf is Voesenek net terug uit Dublin, waar hij namens FFU contacten heeft gelegd voor FoodNexus. “Het wereldvoedselprobleem is zo immens,” legt Voesenek uit, “dat we alle krachten moeten bundelen.”

Negen miljard monden

Met dat immense probleem bedoelt hij de groeiende wereldbevolking en het veranderende klimaat. “In 2050 hebben we meer dan negen miljard monden te voeden en om dat te kunnen doen moet de landbouwproductie met 70% omhoog. Het klimaat vertoont echter steeds meer extremen en daar zijn onze gewassen op dit moment niet tegen bestand. Het is dus uitermate belangrijk dat we daar oplossingen voor vinden.”

Daar is het focusgebied Future Food Utrecht al twee jaar mee bezig, maar om een écht verschil te kunnen maken is een serieuze positie op Europees niveau noodzakelijk. Om dat te bereiken schrijft FFU momenteel met een consortium van 49 internationale partijen de invloedrijke FoodNexus-aanvraag. Binnen het Benelux-deel van deze aanvraag werken grote namen mee zoals Unilever, FrieslandCampina, Heineken, Cargill, en de universiteiten van Wageningen, Utrecht en Maastricht. In het 50 pagina’s tellende FoodNexus-document leggen de partners uit hoe ze in Europa een verschil willen maken op het gebied van voedselzekerheid en -duurzaamheid, voedselkwaliteit en de invloed van voedsel op onze gezondheid.

Consument centraal

“Wat ons als partij sterk maakt,” legt Voesenek uit, “is de kruisbestuiving tussen kennisinstellingen en industrie. In tegenstelling tot wat velen vaak denken is de UU ook helemaal geen concurrent van de Universiteit Wageningen; we zijn juist complementair aan elkaar. Met name de unieke samenwerking tussen Utrecht en Wageningen zorgt ervoor dat FoodNexus (nexus is het Latijnse woord voor ‘verbinding’) een hele goede kans maakt.”

FoodNexus richt zich echter niet alleen op het wereldvoedselprobleem, maar ook op de consument. “In de afgelopen jaren zijn er allerlei schandalen geweest rondom voedsel. Dat wat er op de etiketten staat zit er niet in, koeienvlees blijkt paardenvlees te zijn. De consument voelt zich belazerd, en terecht. Met FoodNexus, waarmee we de samenwerking binnen de Europese voedselsector willen versterken, willen wij ervoor zorgen dat de consument dat vertrouwen weer terugwint.”

Verschillende invalshoeken

Als FoodNexus door de EU wordt goedgekeurd, zal de Universiteit Utrecht de komende jaren mede de koers gaan bepalen van innovaties in voedselproductie en toepassingen in Europa. “En dat is gerechtvaardigd,” zegt Voesenek, “want daar zijn we verrekte goed in.”

Daar waar Wageningen heel sterk is op het gebied van voedseltechnologie – verpakkingsmaterialen, houdbaarheid – doet Utrecht toponderzoek naar de rol van voedsel binnen social sciences en op het gebied van geneeskunde. Denk aan Early Life Nutrition: hoe kun je de gezondheid van de mens in een vroeg stadium beïnvloeden met voedsel, in plaats van met uitsluitend medicijnen? Hoe voorkom je dat nieuwe producten leiden tot allergische reacties? Hoe kun je het koopgedrag van mensen beïnvloeden, zodat ze gezonde producten in hun winkelwagentje leggen? Ook taalwetenschappers spelen een rol: met welke teksten op etiketten kun je de consument het beste bereiken? Tot slot zijn er de plantenbiologen, die samen met het bedrijfsleven klimaat-resistente gewassen kunnen ontwikkelen. Vanuit al deze invalshoeken kan Utrecht een grote bijdrage leveren.

Leiders van de toekomst

FFU is echter niet alleen bezig met Europa-brede acties. Ook dicht bij huis timmeren ze aan de weg om, zoals Voesenek het formuleert, “leiders van de toekomst” op te leiden. Op dit moment ontwikkelt FFU een onderwijsaanbod waarbinnen studenten worden opgeleid om over de schutting van hun vakgebied heen te kijken. “Als je het wereldvoedselprobleem wilt aanpakken, moet je het lef hebben om het gesprek aan te gaan met mensen van andere disciplines,” benadrukt Voesenek. “En Utrecht moet een rol spelen in het opleiden van mensen die dat als vanzelfsprekendheid zien.”

Voesenek is overduidelijk enthousiast, fanatiek en overtuigd van het belang van FoodNexus. Hij deelt dit enthousiasme met Prof. Denise de Ridder en Prof. Marca Wauben, eveneens trekkers van FFU. “Het is fantastisch om samen te werken met zoveel bevlogen wetenschappers en ondersteuners. Zo’n Stephanie, die gewoon even op een ander vliegtuig stapt omdat dit zo belangrijk is. Denise, die op een fantastisch manier bezig is om ons voedselgedrag in kaart te brengen. En Marca, die grensverleggend onderzoek doet om beter te begrijpen waarin moedermelk verschilt van kunstmatige melk. De aanvraag wordt vast en zeker toegekend. Daarvoor doen we allemaal onze stinkende best.”

In november 2016 wordt duidelijk of FoodNexus de beurs krijgt.