Utrechtse studenten winnen Frits Kalshoven International Humanitarian Law Competition

Giacomo Romis, Khanyi Mabeni en Anandi Sweere

Khanyi Mabeni, Giacomo Romis en Anandi Sweere, allen student aan de masteropleiding Public International Law (Conflict and Security) van de Universiteit Utrecht, hebben vorige week deelgenomen aan de Frits Kalshoven-competitie Internationaal Humanitair Recht (IHR) – het recht dat in tijden van gewapend conflict regelt wat, wanneer het doelwit kan zijn, en wie beschermd moet worden. Deze wedstrijd is een jaarlijks evenement dat gezamenlijk wordt georganiseerd door het Nederlandse Rode Kruis en het Belgische Rode Kruis-Vlaanderen. 

Het doel van de driedaagse wedstrijd is om studenten de kans te geven zich praktisch bezig te houden met het IHR en hun kennis daarover te verdiepen door lezingen van deskundigen bij te wonen, deel te nemen aan real-life gewapende conflictsimulaties of rollenspelen, hun professionele netwerk uit te breiden en – uiteindelijk – door het op te nemen tegen andere teams tijdens de Moot Court, waarin zij een fictieve zaak bepleiten die verband houdt met het IHR.

Dit jaar namen acht teams van universiteiten uit Nederland en België deel. Het team van de Universiteit Utrecht won beide onderdelen van de competitie: het rollenspel en de pleitwedstrijd. Het Utrechtse team nam het op tegen de Rijksuniversiteit Groningen in de finale van de pleitwedstrijd, die werd gehouden in het Vredespaleis in Den Haag en werd beoordeeld door een jury bestaande uit Liesbeth Lijnzaad, Alphons Orie en Christan de Cock. De jury benadrukte dat de kracht van het Utrechtse team lag in de opbouw van het pleidooi en de samenhang tussen de sprekers.

Het team werd bij de voorbereiding op de wedstrijd gecoacht door Lucas Roorda en Katharine Fortin, beiden verbonden aan de afdeling Internationaal en Europees recht van de Law School.

De slag om de "Tessalon-vallei"

"Er waren drie verschillende rollenspelen: een bemiddeling, een persconferentie en een oefening over gerechtvaardigde doelen. In de eerste rol speelden we vertegenwoordigers van het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC) die moesten onderhandelen met militaire bevelhebbers om een humanitaire ramp te voorkomen en ervoor te zorgen dat de IHR-regels werden nageleefd. In de tweede moesten we de rol spelen van vertegenwoordigers van het ICRC die waren uitgenodigd in een tv-programma om een lopend conflict binnen een staat te bespreken. In de laatste waren we juridische adviseurs voor het leger, die de wettigheid van bepaalde doelgerichte operaties beoordeelden."

"De pleitzaak betrof een geschil tussen twee staten, het Koninkrijk Corolia en de Democratische Republiek Ellisonia. De twee staten waren verwikkeld in een internationaal gewapend conflict om de controle over de zogenaamde "Tessalon-vallei". De vermeende schendingen van het IHR waren divers, onder meer: willekeurige aanvallen, gebruik van antipersoonsmijnen, uithongering van de burgerbevolking, illegale wapenleveranties, en ontzegging van toegang aan humanitaire konvooien".

(De wedstrijd in de woorden van Giacomo, Khanyi en Anandi)

De prijswinnaars, met links Heleen Kersten en Laurette Steenssens, voorzitters van het Rode Kruis in Nederland en Vlaanderen