19 augustus 2019

Subsidie voor rondreizend practicum

Utrechtse studenten brengen VWO-scheikunde tot leven

Studenten begeleiden scholieren tijdens scheikundepracticum

Sommige scheikundeproeven zijn te kostbaar, te groot of te gevaarlijk voor een middelbare school om zelf uit te voeren. Toch is het belangrijk dat leerlingen met proefjes aan de slag gaan, zodat moeilijke thema’s begrijpelijk worden. De Universiteit Utrecht heeft daarvoor een oplossing bedacht: een rondreizend practicum. Een prachtig initiatief dat ondersteuning verdient, vinden ook de vicedecanen van de Nederlandse bètafaculteiten. Zij besloten om het practicum samen met vergelijkbare projecten van twee andere universiteiten te subsidiëren met 40.000 euro.

Meer scholen bezoeken

De afgelopen twee jaar heeft de Universiteit Utrecht het rondreizende practicum al aan meer dan vijftien scholen kosteloos aangeboden. Het practicum is ontwikkeld met een kleine subsidie vanuit het departement Scheikunde. Tweede- en derdejaars studenten begeleiden de proefjes in de klas. Met de nieuwe subsidie kan het practicum op nog meer scholen worden gegeven en krijgen de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Twente de mogelijkheid om ook dergelijke practica te ontwikkelen. Uiteindelijk komt er één website waar de drie practica gezamenlijk worden aangeboden en krijgen de practica met drie locaties een grotere reikwijdte. 

Verduurzaming van de industrie

Het practicum van de Universiteit Utrecht gaat over katalyse en gaschromatografie. Scholieren onderzoeken tijdens de les het rendement van verschillende katalysatoren bij de omzetting van methaan tot koolstofdioxide. Ze meten de reactieproducten met een draagbare gaschromatograaf. “Katalyse speelt een grote rol in de verduurzaming van industriële processen”, vertelt Paulien van Bentum, projectleider van het rondreizende practicum. ”Het is daarmee een belangrijk thema voor de toekomst. Ons practicum zorgt ervoor dat de stof echt gaat leven bij de scholieren.”

Voor de klas staan

Het practicum zorgt niet alleen voor beter begrip van de stof, onderstreept Van Bentum. “Scholieren ervaren het beroepsperspectief van een onderzoeker, krijgen laagdrempelige voorlichting over studies en komen in aanraking met complexe industriële vraagstukken”, zegt ze. “Daarnaast komen de studenten die de practica begeleiden erachter hoe het is om voor de klas te staan. Dat is weer belangrijk voor de instroom van lerarenopleidingen.” De subsidie is afkomstig uit universitaire sectorplangelden. De bètadecanen van de Nederlandse universiteiten stellen in de periode 2018-2022 ieder jaar iets meer dan een half miljoen euro beschikbaar voor landelijke outreach- en voorlichtingsprojecten voor natuurkunde en scheikunde.

Scholen die interesse hebben, kunnen hier terecht voor vragen en boekingen.