Utrechtse astronoom Kees de Jager 100 jaar

De Utrechtse emeritus hoogleraar ruimtefysica Kees de Jager viert dit jaar zijn 100e rondje om de zon. Hij maakte wereldfaam met zijn zonne-onderzoek en zette het ruimteonderzoek in Nederland op. Sterrenwacht Sonnenborgh speelt een centrale rol in zijn leven: hij studeerde er, dook er onder tijdens de oorlog, werd er directeur en woonde er met zijn gezin.

Kees de Jager thuis op Texel
Kees de Jager thuis op Texel - foto: New Scientist/Danny Schwartz

Toen Kees de Jager in 1939 als broekie professor Minnaert hoorde spreken, was hij verkocht. “Ik was zo gefascineerd. Ik wist meteen dat ik ook sterrenkunde wilde studeren. Ik schreef naar mijn ouders in Nederlands-Indië, maar die waren niet blij met de keuze. ‘Daar is toch geen droog brood mee te verdienen’, vonden ze. Ik legde mijn twijfels voor aan Minnaert: ‘Maar De Jager, het gaat toch niet om geld in het leven?’, reageerde hij laconiek”, vertelt Kees de Jager lachend aan de telefoon vanaf Texel. De Jager hield vol en inmiddels is hij wereldwijd een befaamd astrofysicus. Hij was pionier in zonneonderzoek en zette het ruimteonderzoek in Nederland wereldwijd op de kaart. Zijn loopbaan is niet alleen uitzonderlijk door de vele decennia die deze omspant, maar ook door de zeer diverse en talrijke functies die Kees de Jager in de loop der jaren vervulde, zoals zijn jarenlange directeurschap van de Sterrenwacht in Utrecht.

Sterrenwacht Sonnenborgh

De Utrechtse sterrenwacht speelde een belangrijke rol in zijn carrière én zijn persoonlijke leven. Terwijl De Jager sterrenkunde studeerde met natuur- en wiskunde als bijvak, deed de tweede wereldoorlog zijn intrede en werd studeren verboden. De Jager dook onder in de sterrenwacht. “Samen met medestudent Hans Hubenet zaten we in een kamertje op Sonnenborgh, waar het stof een centimeter dik op de vloer lag. We zaten de hele dag stil, aan een tafeltje, te studeren”, verzucht De Jager. “Na 18 uur, als het personeel naar huis was, kwamen we eruit en dan gingen we koken, onze benen strekken. ’s Nachts zaten we in de bibliotheek van de sterrenwacht en bestudeerde ik de manen van Jupiter.”

Zullen we dan maar beginnen met een proefschrift

Prof. Marcel Minnaert na het afstuderen van Kees de Jager

De Jager benutte zijn tijd goed en studeerde de hele oorlog door. “Minnaert kwam in het geheim ons bezoeken en tentamens afnemen. Al die tentamenbriefjes heb ik bewaard. Toen we na de oorlog weer naar de universiteit mochten, kon ik gelijk afstuderen. ‘Zullen we dan maar beginnen met een proefschrift’, stelde Minnaert vervolgens voor. En zo geschiedde.” 

Het was ook in die tijd dat Kees zijn toekomstige vrouw weer zag in Nederland. “‘Mijn vader kwam ons af en toe eten brengen,” zegt hij. “Op een dag vertelde hij dat Doetie langs zou komen – een meisje dat ik al vanaf mijn HBS-tijd op Java kende en met wie ik gesport en gedanst had. Zij was ook met haar ouders teruggekomen naar Nederland. Stiekem fietste ik die nacht naar huis. Toen is het aangeraakt, in april 1948 zijn we getrouwd.”

Loopbaan van Kees de Jager

  • 1945: Doctoraal Sterrenkunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht
  • 1952: Cum Laude Promotie op het onderwerp 'het waterstofspectrum van de zon'
  • 1960: benoeming tot hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Utrecht in de stellaire astrofysica
  • 1963-1977: Directeur Sterrenwacht Utrecht
  • 1961-1983: Oprichter en directeur van het Utrechts Laboratorium voor Ruimteonderzoek
  • Oprichter van het Astrofysisch Instituut van de Vrije Universiteit Brussel
  • Algemeen secretaris van de IAU (Internationale Astronomische Unie),
  • Voorzitter van COSPAR (Internationale organisatie voor samenwerking in ruimteonderzoek)
  • Voorzitter van de ICSU (Internationale Raad voor de Wetenschap)
  • Oprichter en eerste redacteur tijdschriften Space Science Reviews en Solar Physics
  • Eredoctoraten in Parijs en Wroclaw en vele internationale prijzen en onderscheidingen
  • Erelid van SCOSTEP (internationale organisatie voor zonne-terrestrische fysica)
  • 2003: vrijwilliger Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, betrokken bij de studie van zon-klimaat relaties
  • 2006: ereburger van het eiland Texel

In 1952 promoveerde De Jager cum laude bij professor Minnaert op onderzoek naar het waterstof spectrum van de zon. Dit onderzoek stelde hem in staat tot 800 km diep onder het zonneoppervlak te kijken, iets dat voorheen onmogelijk werd geacht, en geeft inzicht in de levensloop van de zon. Zijn latere onderzoek naar de ‘brightest stars’ en hun levensloop kan als een vervolg hierop worden gezien.

Na zijn promoveren werkte De Jager zich een slag in de rondte. “Ik mocht meteen beginnen als assistent bij Minnaert, wat ik een hele eer vond, maar wel ‘buiten bezwaar’, oftewel onbetaald. Overdag werkte ik voor een andere professor, Rosenfeld, voor 100 gulden per maand. Vanaf 18 uur ging ik aan de slag in de sterrenwacht, tot na middernacht. In het donker konden we goed sterren kijken. Dat heb ik een jaar volgehouden. Toen heb ik toch tegen Minnaert gezegd: het draait niet om geld in het leven, maar ik moet wel brood op de plank hebben. Toen kon ik inmiddels als betaald assistent aan het werk.”

Kees de Jager - jaren 60
Kees de Jager - zestiger jaren

Pionier ruimteonderzoek

De Jager richt in 1961 het Laboratorium voor Ruimteonderzoek in Utrecht, nu SRON, op en zet daar als directeur zo’n 20 jaar lang de onderzoekslijnen uit. Enthousiast vertelt hij over de instrumentatie die de er ontwikkeld werd: “In het fijnmechanische lab werden instrumenten ontwikkeld en gebouwd waarmee experimenten aan boord van sondeerraketten en later satellieten werden gedaan. Jarenlang was Ruimteonderzoek Utrecht de enige plek waar doorlatings- en reflectietralies voor spectraal-onderzoek bij röntgenstraling gemaakt konden worden. Hiermee konden we het licht van röntgenstraling breken. Verder ontwikkelden we een spectrograaf waarmee we de ultraviolette straling van sterren konden meten. En instrumenten waarmee we uitbarstingen van de zon in röntgenlicht konden onderzoeken.”

In dezelfde tijd geeft De Jager leiding aan de Utrechtse sterrenwacht Sonnenborgh, als opvolger van Minnaert. Ook het gezin De Jager maakte kennis met de binnenkant van de sterrenwacht: “Daar hebben Doetie en ik samen 40 jaar gewoond. Onze kinderen groeiden er op. Het was een fantastische tijd, om nooit te vergeten.”

Van de zon via hyperreuzen naar klimaat

Voor de oprichting van het Laboratorium voor Ruimteonderzoek in Utrecht bestudeert De Jager de structuur en de bewegingen binnen de atmosfeer van de zon waar modellen op gebaseerd zijn om processen in en rond de fotosfeer, het zichtbare zonsoppervlak, te kunnen begrijpen. Daarnaast heeft De Jager nieuwe hypotheses over hoe de ijle buitenste atmosfeer van de zon, de corona, een temperatuur van miljoenen graden kan bereiken. Terwijl het zichtbare zonsoppervlak ‘maar’ ongeveer 5000 graden heet is.

Met de mogelijkheden in het ruimteonderzoek verschuift de aandacht van De Jager naar zonnevlammen en de relatie met magnetische velden en elektrische stromen aan het zonsoppervlak. Ook zijn nu vanuit satellieten sterren in ultraviolet- en röntgenlicht te zien, waarmee De Jager kijkt naar super- en hyperreuzen, sterren met een extreme lichtkracht. Over hyperreuzen schreef De Jager de wetenschappelijke monografie The Brightest Stars en meer dan twintig wetenschappelijke publicaties, waarin de evolutie van deze extreme sterren grotendeels ontrafeld werd. Hyperreuzen zijn belangrijk in de astronomie, omdat ze aan het eind van hun relatief korte leven de meest energierijke explosies in het heelal, zoals gammaflitsen, veroorzaken.

Na zijn pensioen stortte De Jager zich op de relatie tussen klimaatontwikkelingen op de aarde en periodieke veranderingen van de zon.

Je moet je kunnen verplaatsen in de wereld van jouw publiek. Iedere student zou dat moeten leren tijdens de studie.

Kees de Jager over het verbinden van wetenschap en maatschappij

Menselijke maat

Kees de Jager houdt naast zijn grenzeloze interesse voor de astrofysica ook altijd oog voor de menselijke maat. Zijn zakelijke correspondentie is altijd voorzien van een handgeschreven aanhef, ondanks de automatiseringsmogelijkheden. En zijn eigen handtekening. Kees vertelt hierover: “Voor de enorme hoeveelheid handtekeningen die ik in een bepaalde fase van mijn carrière moest zetten heb ik toen een stempel laten maken. Dat bespaarde me veel tijd. Die tijdswinst besteedde ik liever aan een persoonlijk aanhef van mijn brieven. Het is belangrijk om te laten zien dat je weet aan wie je schrijft en aandacht hebt voor de ander.”

Dat hij aandacht heeft voor de mens in zijn omgeving laat De Jager ook merken in de energie die hij in popularisatie van de wetenschap steekt. “De maatschappij maakt wetenschappelijk onderzoek mogelijk, dus ik  vind dat iedere onderzoeker de wetenschap aan geïnteresseerd niet-wetenschappelijk publiek moet kunnen uitleggen. Daarvoor moet je je kunnen verplaatsen in de wereld van jouw publiek. Iedere student zou dat moeten leren tijdens de studie.” De Jager schreef jarenlang met veel plezier over zijn persoonlijke en wetenschappelijke belevenissen in het populair-wetenschappelijke maandblad Zenit; ze zijn inmiddels gebundeld in het boek Terugblik.

Terug naar Sonnenborgh

De Jager was de laatste wetenschappelijk directeur van sterrenwacht Sonnenborgh. Sonnenborgh blijft een rol spelen in het leven van De Jager, ook nadat hij met pensioen ging en terugverhuisde naar Texel waar hij geboren is. Nadat Doetie, de vrouw van De Jager, al enige tijd overleden is, raakt hij weer in contact met ene Margriet. Hij had haar voor het eerst ontmoet in de zeventiger jaren. Zij is de kleindochter van Nijland, Minnaert’s voorganger, en is zelf op Sonnenborgh geboren. Omdat haar zoon wel eens de sterren wilde zien door de sterrenkijker van zijn overgrootvader nam zij indertijd contact op met De Jager. “Sinds het contact weer is hersteld zijn we samen”, vertelt De Jager opgewekt. “De sterren brachten ons bij elkaar.”