23 november 2019

Algemeen Dagblad

Universiteit Utrecht zet steeds minder proefdieren in: ‘We geven om ze, maar ze dienen ook een hoger doel’

De Universiteit Utrecht zet steeds minder proefdieren in. Maar de faculteit Diergeneeskunde op het Utrecht Science Park kan voorlopig nog niet zonder, ondanks een groeiend aantal alternatieven. ,,Bij ieder dier overweeg je: kan dit wel of kan dit niet?”

Tachtig duiven, veertien fretten, elf katten, veertig honden, vijftien paarden, drie pony’s en 54 koeien. En dan zijn de varkens, parkieten, papegaaien, geiten, schapen, vissen en knaagdieren nog niet benoemd. Al deze dieren worden op het Science Park in Utrecht door de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht gebruikt voor onderwijs en onderzoek. 

De meeste dierproeven van de universiteit worden gedaan aan de faculteit Diergeneeskunde, die zich uitstrekt over verschillende gebouwen aan de ellenlange Yalelaan. De daling van het aantal proefdieren is terug te zien in de vele lege hokken in het pand voor de ‘gezelschapsdieren’. Hier zitten duiven, parkieten, papegaaien, fretten, katten en honden.

De duiven worden door studenten gebruikt om te oefenen in ‘hanteren, bloedprikken en injecteren‘ zegt dierenarts Ronald Corbee. Elke duif wordt zo’n drie keer per blok van zes weken ingezet. Zodra de studenten de tamme duiven onder controle hebben, mogen ze oefenen op de moeilijkere papegaaien. Op de parkieten leren ze sondevoeding aanleggen.

[...]

Het volledige bericht is verschenen op 23 november 2019 in het Algemeen Dagblad.