28 september 2012

Tweede deel in reeks ‘Reinholdiana’ over Reinholds opvatting van vrijheid

In de reeks ‘Reinholdiana’, uitgegeven door dr. Ernst-Otto Onnasch (Filosofie), is het tweede deel verschenen: Wille, Willkür, Freiheit. Reinholds Freiheitskonzeption im Kontext der Philosophie des 18. Jahrhunderts (Violetta Stolz, Marion Heinz en Martin Bondeli red.).

In het tweede deel van zijn Briefe über die Kantische Philosophie (1790-92) ontwikkelt de filosoof Karl Leonhard Reinhold (1757–1823) in aansluiting bij de filosofie van Immanuel Kant opmerkelijke overwegingen over de wilsvrijheid. Dit doet hij vooral om de kantiaanse opvatting van de vrije wil te verdedigen tegen de contemporaine duidingen en kritieken, met name tegen het “intelligibel fatalisme”. Reinhold definieert vrijheid als een vermogen vóór of tegen de zedenwet te beslissen, en ontwikkelt met die definitie een nieuw fundament voor de moraalfilosofie. Wat in eerste instantie een verheldering en verklaring van Kants positie was, staat echter in werkelijkheid op gespannen voet met Kants praktische filosofie. In dit boek wordt de na-kantiaanse vrijheidsdiscussie vanuit verschillende perspectieven toegelicht.

De bijdrage in deze bundel van Ernst-Otto Onnasch, “Die Rezeption Reinholds im Tübinger Stift zwischen 1790 und 1792”, laat het belang zien van Reinholds Briefe über die Kantische Philosophie voor de discussies over Kant in het theologische seminarie van Tübingen, waar Hegel, Hölderlin en Schelling destijds studeerden. Van groot belang voor deze discussies was de vroeg gestorven en inmiddels nagenoeg vergeten Gottlob Christian Rapp (1763-1794). Met zijn originele poging de in Tübingen toonaangevende supernaturalistische theologische positie van de Storr-school te verenigen met Kants en Reinholds moraaltheologie, heeft hij de toon gezet voor de vroege wijsgerige ontwikkeling van Hegel.

Reeks ‘Reinholdiana’

‘Reinholdiana’ is een publicatiereeks over de filosofie van Karl Leonhard Reinhold (1757-1823), haar receptie en doorwerking. De serie wordt uitgegeven door dr. Ernst-Otto Onnasch (departement Wijsbegeerte) bij de internationale uitgever De Gruyter (Berlijn-New York). Het eerste deel verscheen in 2011: Karianne Marx, The Usefulness of the Kantian Philosophy. How Karl Leonhard Reinhold’s Commitment to Enlightenment Influenced His Reception of Kant.

Ernst-Otto Onnasch is docent-onderzoeker bij het departement Wijsbegeerte, afdeling Geschiedenis van de moderne filosofie. Ook is hij lid van het Descartes Centre. Hij publiceert vooral over de klassieke Duitse filosofie. In het kader van een NWO-VIDI project onderzoekt hij de wijsgerige nalatenschap van Immanuel Kant, het zogenaamde Opus postumum.