Terugblik op het UCERF-symposium ‘Ontwikkelingen en misstanden rondom donorconceptie: het juridisch, ethisch en maatschappelijk perspectief’
Op donderdag 22 januari 2026 vond het UCERF-symposium plaats ‘Ontwikkelingen en misstanden rondom donorconceptie: het juridisch, ethisch en maatschappelijk perspectief’ aan het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Actuele onderwerpen kwamen aan de orde, zoals de toekomstbestendigheid van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting, en de misstanden en inseminatiefraude in het afgelopen jaar.
Gezien de vele ontwikkelingen die zich de afgelopen tijd hebben voorgedaan – van een wetswijziging van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (WDKB) tot de aansprakelijkheidstelling van het Isala ziekenhuis inzake inseminatiefraude – was er voldoende aanleiding om bij dit onderwerp stil te staan. De relevantie van het symposium werd benadrukt door verschillende achtergronden van het publiek; aanwezigen kwamen o.a. uit de advocatuur, rechtspraak, overheid, wetenschap, counseling en belangenbehartiging of waren persoonlijk als (ouder van een) donorkind betrokken.
Het eerste panel ging in op de huidige ontwikkelingen binnen donorconceptie. Brenda Frederiks, universitair docent gezondheidsrecht, besprak in hoeverre de WDKB met de wijzigingen die sinds april 2025 gelden toekomstbestendig is, en concludeerde dat er nog verschillende uitdagingen zijn, waaronder het vasthouden aan leeftijdgrenzen en het beperkte toezicht op donorzaad uit het buitenland. Ties van der Meer, voorzitter van Stichting donorkind, was kritisch jegens de grote verantwoordelijkheid en vrijheid die klinieken hebben met betrekking tot het bijhouden van informatie en jegens het feit dat donorkinderen vanwege hun conceptie een andere positie hadden dan kinderen die niet met behulp van een donor zijn verwekt. Laureen Hu, universitair docent familierecht, sloot de eerste reeks lezingen af met een reflectie op het thema vanuit het afstammingsrecht en hoe dit vorm kan krijgen in het licht van de rechten en verantwoordelijkheden van de donor.
Het tweede panel ging in op de verschillende misstanden en vormen van inseminatiefraude die zich het afgelopen jaar hebben voorgedaan. Advocaat Mark de Hek ging in op de zorgplicht die artsen en klinieken hebben jegens het nog te verwekken kind, en welke ook steeds meer erkenning krijgt binnen recente rechtspraak. Adriejan van Veen, universitair docent politieke geschiedenis, presenteerde de eerste bevindingen van zijn NWO-onderzoek naar de historische achtergrond van de misstanden bij donorconceptie tot de inwerkingtreding van de WDKB. Lisette ten Haaf, universitair docent rechtstheorie, sloot af met een analyse over de verantwoordelijkheid jegens het donorkind die wel degelijk bestaat, ondanks het feit dat het kind zonder het tekortschieten in die verantwoordelijkheid nooit geboren zou zijn.
Na beide panels volgde een levendige discussie met de zaal, waarin kritische vragen aan bod kwamen, maar ook veel persoonlijke verhalen die duidelijk maakten dat het laatste over dit thema nog niet gezegd is, en dat er nog veel ruimte is voor verbetering en erkenning. De organisatoren kijken zeer tevreden terug op deze middag, die dankzij de bijdragen van de sprekers en de aanwezigen in de zaal een groot succes was.
Overzicht van de presentaties
De slides van de bijdragen zijn hieronder als pdf terug te vinden:
- Brenda Frederiks: WDKB: in hoeverre toekomstbestendig?
- Ties van der Meer: Donorconceptie in de praktijk
- Laureen Hu: Wat kan donorconceptie betekenen voor een heroverweging van het afstammingsrecht?
- Mark de Hek: Zorgplichten bij kunstmatige inseminatie
- Adriejan van Veen: Tussen tijdgeest en verantwoordelijkheid. Historisch onderzoek naar misstanden bij donorconceptie tot 2004
- Lisette ten Haaf: “Maar anders was je nooit geboren.” Aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid jegens het kind