8 december 2016

Publicatie over samenwerkend leren

Studenten waarderen autonomie en complexe opdrachten

onderwijsvorm samenwerkend leren

Autonomie, een complexe opdracht, gedeelde verantwoordelijkheid en veel interactiemomenten. Dat zijn enkele van de factoren die studenten belangrijk vinden van cursussen die gestoeld zijn op samenwerkend leren. Onderzoekers van het departement Biologie gingen met collega’s van Sociale Wetenschappen na wat nodig is om zo’n cursus goed te laten slagen. De resultaten van het onderzoek staan beschreven in CBE Life Sciences Education, een vooraanstaand tijdschrift over onderwijs in de Life Sciences.

De onderzoekers interviewden negen groepen tweede- of derdejaarsstudenten in de Life Sciences. Allen hadden zij een werkgroep gevolgd die veel groepswerk omvatte en waarvan studenten en docenten eerder al hadden aangegeven dat ze effectief waren. Ze kregen daarin bijvoorbeeld de opdracht een populair wetenschappelijk boek samen te stellen en daadwerkelijk uit te geven, of gezamenlijk een onderzoeksvoorstel voor een promotie-onderzoek te schrijven en te presenteren.

Relevantie

De onderzoekers stelden op basis van de interviews een lijst van acht factoren samen die meespelen in het slagen van dergelijke cursussen. Zo waardeerden studenten het als ze veel autonomie hadden en onderwerpkeuzes en deadlines zelf konden bepalen. Dat de taken complex waren en relevant voor hun toekomstige beroepsuitoefening was ook belangrijk. Wat de studenten bovendien prettig vonden, was als er aan het einde van de rit een product lag. Fred Wiegant, universitair hoofddocent Biologie en een van de auteurs van de publicatie: “Opmerkelijk was dat ze het leerproces en de prestatie relevanter vonden dan het cijfer dat ze uiteindelijk voor hun werk kregen”.

Helder

De geïnterviewde studenten gaven ook aan dat het goed is om vooraf heldere afspraken te maken over de werkwijze en taakverdeling. De opdracht is dermate complex dat ze elkaar echt nodig hebben en het helpt als ze daadwerkelijk bij elkaar moeten zitten om te overleggen. De ideale groepsgrootte is volgens de studenten drie tot vijf. “Bij groepsopdrachten zijn er altijd wel studenten die gratis meeliften, de ‘free riders’, vertelt Wiegant. “Bij deze cursussen bleek dat niet het geval; deelnemers gaven aan dat iedereen naar eigen vermogen had bijgedragen aan het eindproduct.”

Vaardigheden

Bij een dergelijke opzet is de rol van de docent beperkter dan bij een traditionelere vorm. De docent is vooral de begeleider van het proces, die de studenten helpt door kritische vragen te blijven stellen.  Wiegant: “Bij deze onderwijsvorm krijgen de studenten echt de vaardigheden van de 21ste eeuw aangeleerd, zoals samenwerken, kritisch zijn, presenteren en goed uitleggen wat je doet. Dat gaat hand in hand met het opdoen van inhoudelijk kennis.”

 

Publicatie

Karin Scager, Johannes Boonstra, Ton Peeters, Jonne Vulperhorst, en Fred Wiegant

Collaborative Learning in Higher Education: Evoking Positive Interdependence

CBE Life Sci Educ December 1, 2016 15:ar69 Doi:10.1187/cbe.16-07-0219