Strikte hiërarchie bevordert samenwerking bij apen
Onderzoek naar makaken zet theorie over samenwerking op z’n kop
Samenwerken gebeurt niet alleen in vriendelijke, gelijkwaardige groepen. Juist in strikt hiërarchische groepen kan samenwerking beter verlopen. Dat ontdekte een internationale groep biologen onder leiding van de Universiteit Utrecht toen ze ruim honderd makaken bestudeerden. De biologen publiceren het onderzoek vandaag in het vakblad Nature Communications.
Tot nu toe namen de meeste biologen aan dat samenwerking bij apen vooral voorkomt als ze leven in groepen met veel tolerantie en minder hiërarchie. Maar het onderzoek van de Utrechtse biologen laat een ander beeld zien.
“Het klinkt misschien tegenintuïtief,” zegt gedragsbioloog Jorg Massen, die het onderzoek leidde. “Maar in een hiërarchische groep weet iedereen precies waar hij aan toe is. Dat zorgt voor duidelijkheid en vertrouwen, en dat helpt juist bij samenwerken.
Minder partners, sterkere banden
De biologen komen tot die conclusie nadat ze het gedrag bestudeerden van ruim honderd makaken. De dieren leefden in kolonies van zes verschillende makakensoorten, die variëren in hoe strikt hun hiërarchie is. Sommige soorten hadden een uitgesproken hiërarchische samenleving, andere soorten waren meer egalitair.
In experimenten moesten dieren bijvoorbeeld samenwerken om wat lekkers te bemachtigen. Wat blijkt: apen in hiërarchische groepen werken niet met iedereen samen, maar kiezen een klein aantal vaste partners. En juist die samenwerking is succesvol.
“In sterk hiërarchische groepen heb je vaak één of twee belangrijke samenwerkingspartners,” zegt bioloog Debottam Bhattacharjee, die het leeuwendeel van het onderzoek uitvoerde. “Omdat je van elkaar afhankelijk bent tegenover dominantere soortgenoten, bouw je sterke en stabiele relaties op. De verhoudingen liggen vast, en je weet wat je aan elkaar hebt.”
In egalitaire groepen gebeurt het tegenovergestelde. Daar hebben dieren meer sociale contacten, maar die zijn volgens de onderzoekers minder duurzaam. Bhattacharjee: “In meer egalitaire samenlevingen is vandaag iemand je bondgenoot, maar morgen misschien niet meer. Door die onvoorspelbaarheid bouw je minder stabiele relaties op.”
Afhankelijkheid stimuleert samenwerking
Volgens de onderzoekers speelt niet alleen voorspelbaarheid een sleutelrol, maar ook afhankelijkheid.
In een hiërarchische samenleving zijn de regels duidelijk. Dat geeft vertrouwen in je relaties.
“In een hiërarchische samenleving zijn de regels duidelijk,” zegt Massen. “Je weet wie dominant is en hoe je je moet gedragen. Dat geeft vertrouwen in je relaties.” Daarnaast zijn dieren in zulke systemen vaker op elkaar aangewezen. “Zonder samenwerking kom je niet hogerop in zo’n groep. Die afhankelijkheid stimuleert dus samenwerking, en het is dus goed mogelijk dat dit heeft bijgedragen aan de evolutie van samenwerking.”
Ook ‘strenge’ apen zijn sociaal
Opvallend is dat de hiërarchische groepen niet per se minder tolerant blijken. Bij sommige experimenten konden juist deze apen goed naast elkaar eten en voedsel delen.
“Dat hadden we niet verwacht,” zegt Bhattacharjee. “Maar waarschijnlijk helpt het dat de verhoudingen duidelijk zijn. Dieren weten wie ze moeten vermijden en met wie ze goed kunnen samenwerken.”
Honderden uren aan observaties
De biologen bestudeerden de makaken in verschillende dierentuinen in binnen- en buitenland, waaronder de Apenheul, Artis, Diergaarde Blijdorp en Gaia Zoo. De dieren kregen onder meer een taak waarbij ze alleen wat lekkers konden krijgen als ze gelijktijdig samenwerkten. Dit konden ze bijvoorbeeld doen door tegelijkertijd aan twee uiteinden van een touw te trekken.
Daarnaast bekeken de biologen hoe bereid de apen waren om voedsel te delen met soortgenoten, en hoe tolerant ze waren wanneer ze dicht bij elkaar moesten eten. In totaal verzamelden de onderzoekers bijna vijfhonderd uur aan observaties.
Virtuele apen om langdurige relaties te volgen
Om beter te begrijpen hoe sociale relaties zich over langere tijd ontwikkelen, gebruikten de onderzoekers ook computersimulaties. Daarmee simuleerden ze een apensamenleving waarin ‘virtuele apen’ volgens vaste regels met elkaar omgaan.
Met onze simulaties kunnen we processen nabootsen die in het echt jaren duren. Zo zien we hoe relaties ontstaan en hoe stabiel ze blijven.
“Zo kunnen we processen nabootsen die in het echt jaren duren,” zegt Massen. “We zien hiermee hoe relaties ontstaan en hoe stabiel ze blijven.” De modellen bevestigden wat de biologen in dierentuinen zagen: in hiërarchische groepen ontstaan minder, maar sterkere en stabielere banden. En juist die blijken cruciaal voor succesvolle samenwerking.
Wat betekent dit voor mensen?
De resultaten roepen al snel de vraag op of hetzelfde geldt voor menselijke samenlevingen en organisaties. Massen erkent dat het verleidelijk is om die parallel te trekken. Toch benadrukt hij dat voorzichtigheid geboden is.
Dit betekent niet dat een hiërarchische samenleving per definitie beter is, ook niet voor mensen.
“Dit betekent niet dat een hiërarchische samenleving per definitie beter is, ook niet voor mensen. Maar het laat wel zien dat een zekere mate van structuur en duidelijkheid samenwerking kan bevorderen. Het laat ook ziet hoe complexe samenwerking evolutionair wellicht tot stand gekomen is.”
Volgens Massen zie je dat ook terug in organisaties, waar duidelijke rollen en verantwoordelijkheden samenwerking kunnen versterken. Tegelijkertijd spelen bij mensen veel meer factoren een rol, zoals cultuur, normen en individuele keuzes.
“We onderzoeken hier mechanismen die samenwerking kunnen ondersteunen en hoe dat heeft kunnen evolueren,” aldus Massen. “Maar hoe dat zich vertaalt naar de hedendaagse mens is altijd veel complexer.”
Publicatie
Despotism promotes dyadic cooperation through enhanced interdependencies in nonhuman primate societies
Debottam Bhattacharjee, Tonko W. Zijlstra, Tom S. Roth, Elena Belli, Sophie Calis, Paula Escriche Chova, Eythan Cousin, Jolanda A. de Jong , Edwin J. A.M. de Laat, Aníta Rut Guðjónsdóttir, Karline R. L. Janmaat, Elja J. Jeunink, Charlotte E. Kluiver, Penny E. N. Kuijer, Esmee Middelburg, Lena S. Pflüger, Veera I. Schroderus, Eva S. J. van Dijk, Jonas Verspeek, Sophie Waasdorp, Adam N. Zeeman, Elisabeth H. M. Sterck, Edwin J. C. van Leeuwen & Jorg J. M. Massen
Nature Communications, 30 april 2026.