Staten van Utrecht indirect betrokken bij koloniaal en slavernijverleden

Historici Universiteit Utrecht deden onderzoek in opdracht van provincie Utrecht

Statenkamer en Ridderschapshuis in Utrecht (ca. 1650), tegenwoordig Janskerkhof 2. Bron: G. Verhaer, via Rijksmuseum Amsterdam
De Staten van Utrecht zetelden in de Statenkamer in Utrecht, tegenwoordig Janskerkhof 2 (ca. 1650). Bron: G. Verhaer, via Rijksmuseum Amsterdam

De Staten van Utrecht waren in de zeventiende en achttiende eeuw indirect betrokken bij het koloniale en slavernijverleden. Dat blijkt uit onderzoek dat historici van de Universiteit Utrecht deden in opdracht van de provincie Utrecht.

Utrecht droeg bij aan koloniaal systeem

Hoewel de Staten van Utrecht geen direct eigenaar waren van overzeese gebieden, plantages of schepen die tot slaaf gemaakte mensen vervoerden, droegen zij wel bij aan het bredere koloniale systeem. Dat concludeert historicus en onderzoeker Alberto Feenstra. Hij heeft bovendien geen signalen gevonden dat de Staten morele bezwaren hebben geuit tegen slavernij.

De verwachting was dat de Utrechtse Compagnie een belangrijke koloniale onderneming was voor de Staten van Utrecht. “De compagnie werd voorgesteld als investering in slavernij, maar van een investering door de Staten was geen sprake”, zag Feenstra. “Het belang was ook kleiner dan gedacht, terwijl de VOC en WIC juist veel belangrijker blijken.”

“Het was de Staten van Utrecht in de zeventiende eeuw niet gelukt om een eigen afdeling of ‘kamer’ binnen de VOC en WIC te bemachtigen. Wel mochten ze vertegenwoordigers sturen naar de kamers van Amsterdam. Later besloten de Staten in de VOC te investeren door een aandeel te kopen. Dat was een manier om meer invloed uit te oefenen. Zo kregen ze directe belangen in de VOC. Deze investering en de directe belangen zijn nieuwe en belangrijke vondsten.”

Lees het hele onderzoek naar het koloniale en slavernijverleden van de Staten van Utrecht

Nieuwe inzichten in koloniaal verleden

Het onderzoek geeft nieuwe inzichten in het koloniale verleden van de Staten van Utrecht, vertelt Feenstra. “Het onderstreept enerzijds de koloniale ambities van de Staten, die waren behoorlijk expliciet. Tegelijkertijd laat het zien dat die ambities grotendeels niet gerealiseerd werden en de koloniale relatie beperkt bleef.” 

Feenstra besprak zijn onderzoek met een wetenschappelijke begeleidingscommissie. Deze commissie bestond uit Christiaan van Bochove, Renger de Bruin, Esther Captain en Joost Dankers (allen Universiteit Utrecht, Captain tevens KITLV).

In 2023 bood het provinciebestuur van Utrecht haar excuses aan voor de betrokkenheid van de Staten van Utrecht bij kolonialisme en slavernij. Vorig jaar vroeg de provincie de Universiteit Utrecht onderzoek te doen naar dat koloniale verleden.

“Het slavernijverleden is onderdeel van onze gezamenlijke geschiedenis”, zegt gedeputeerde Rob van Muilekom. “Dit onderzoek draagt bij aan meer kennis en bewustwording over de rol die ook de Staten van Utrecht hebben gespeeld in het koloniale verleden. Door oog te hebben voor deze geschiedenis werken we aan erkenning en een samenleving waarin iedereen kan meedoen.”