9 oktober 2017

Onderzoek naar de relatie tussen taal en stedelijke ruimte

Sociolinguïst zoekt stadsgeograaf

Sociolinguïst Jacomine Nortier zocht een stadsgeograaf. Ze begon bij de A, en vond Irina van Aalst. De twee wetenschappers bundelden hun krachten en verkenden hoe hun vakgebieden elkaar kunnen versterken. “Er is veel aandacht voor taal in de stad. Maar over de relatie tussen taal en de stedelijke ruimte is nog te weinig bekend.”

Groep jongeren met skyline van de stad

Toen Jacomine Nortier een lezing hoorde van een stadsgeograaf leek het haar meteen leuk om met zo iemand samen te werken:  “Ze zijn bezig met fascinerende dingen. Met hoe steden in elkaar zitten, en hoe groepen mensen daar met elkaar omgaan. En hoe de inrichting van ruimte daar effect op heeft of een gevolg van is. Taal hoort daar ook bij, maar het gekke is: die link was nog niet gelegd. Onze vakgebieden liggen in elkaars buurt, maar kennen elkaar veel te weinig.”

De taal van de stad

“Taalkundigen hebben het vaak over stadsdingen,” weet Nortier. “Meertaligheid in de stad is bijvoorbeeld heel hip. Maar het stadse aspect was tot nu toe simpelweg de achtergrond waartegen het onderzoek wordt uitgevoerd, terwijl er geen kennis van zaken is.” Omgekeerd onderzocht Irina van Aalst ooit het gebruik van openbare pleinen door groepen jongeren. De verschillende subgroepen markeren hun grenzen met bijvoorbeeld kleding en muziek. Nortier: “Dat taal daarbij ook een rol speelt hebben ze nooit in aanmerking genomen.”

Het onderzoeksteam
Het onderzoeksteam. Foto: Ed van Rijswijk

Er was aan beide kanten dus grote behoefte aan samenwerking. Maar hoe begin je met zoiets? Nortier: “Ik kende niemand, dus ik ben gewoon de lijst stadsgeografie gaan bellen van de Universiteit Utrecht. Van Aalst was de eerste, met de ‘A’. Echt, zo is het gegaan! Het klikte meteen. Dat maakt ook dat je hardop durft te zeggen: ik snap niet wat je bedoelt, wat is het verschil tussen space en place? Of andersom: wat is taalverwerving? We hebben ontzettend veel van elkaar geleerd.”

Van Aalst en Nortier bekeken samen hoe fysieke ruimte het gedrag en taalgebruik van jongeren bepaalt. “Wat voor Irina heel simpel is, daar had ik nog nooit bij stilgestaan. Bijvoorbeeld het verschil tussen verschillende soorten ruimte. Jongeren zeiden tegen ons: ‘Zoals ik in het park praat met mijn vrienden, zo praten we niet als we over de Oudegracht lopen hoor’. Of: ‘Als je in Overvecht iemand tegenkomt roep je heel hard over straat. In Tuindorp loop je eerst naar elkaar toe.’ Op zo’n manier tegen taalgebruik in de ruimte aankijken is voor mij nieuw. Het gaat om dingen die je al weet, maar je kijkt ernaar door een andere bril.”

Jongeren in het Wilhelminapark
Het Wilhelminapark. Foto: Arnaud Mooij

Geklets in de ruimte

Het onderzoeksteam concentreerde zich op het Utrechtse Wilhelminapark. Ze observeerden en spraken met jongeren uit verschillende subculturen. Dat bevestigde hun idee dat ruimte en taal onlosmakelijk verbonden zijn met identiteit. Nortier: “Tieners zijn eigenlijk gedwongen om naar buiten te gaan. Ze wonen in het huis van hun ouders, en school is een ruimte waar je niet mag wat je het liefst zou willen. Je ziet niet voor niets zoveel hangjongeren, die zoeken een eigen plek die ze kunnen inrichten zoals ze zelf willen.”

Irina van Aalst ontdekte dat taalgebruik indicaties geeft over hoe jongeren zich verdelen in groepen, en hoe groepsdynamiek tot uitdrukking komt. In hun eigen ruimte kunnen jongeren ongestoord hun eigen taal spreken. Nortier: “Zo kwamen we een groepje tegen dat Japans wil klinken, achter elke naam krijg je dan san of sempai. Ze versterken de groepsband door op een bepaalde manier te praten.”

Iedere groep doet dat op een andere manier. “Een groep Twentse vrienden die in Utrecht studeerde gebruikte soms een Twents accent, wat ze normaal gesproken niet deden. Zo konden ze hun identiteit extra sterk aanzetten. Dat mechanisme zie je heel vaak. Hoe sterker zo’n groepsproces, hoe duidelijker de grens met de wereld daarbuiten.”

Strengths and Power of Youth

Een verhaal voor Henk en Ingrid

Nortier wil het onderzoek en de samenwerking graag voortzetten. Maar bovenal wil ze het verhaal toegankelijk maken voor zoveel mogelijk mensen: “Je moet Henk en Ingrid bereiken. Veel politieke en interetnische spanningen komen voort uit angst, en het feit dat mensen elkaar soms niet kunnen verstaan draagt daaraan bij. Door dit soort onderzoek kun je verschillende groepen beter leren begrijpen. Straattaal heeft bijvoorbeeld een slecht imago, maar is juist het toppunt van creativiteit. Je moet heel vaardig zijn om je manier van spreken zo te manipuleren dat je die perfect aanpast aan de plaats waar je bent.”

Dynamics of Youth

Dit onderzoeksproject is gestart binnen Dynamics of Youth, een van de vier strategische thema’s van de Universiteit Utrecht. Dynamics of Youth verbindt excellent kinder- en jeugdonderzoek uit alle zeven faculteiten, en zoekt het antwoord op een cruciale vraag voor volgende generaties: hoe kunnen we onze kinderen helpen bij hun ontwikkeling tot gebalanceerde individuen, die zich succesvol kunnen handhaven in een snel veranderende omgeving?