5 november 2018

Sector gezelschapskonijnen gebaat bij meer transparantie

Weinig aandacht voor natuurlijk gedrag, gebrek aan transparantie in de sector, en vraag naar betere informatievoorziening vanuit de consument. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit een uitgebreid onderzoek van de faculteit Diergeneeskunde. Wetenschapper Dennis Vink onderzocht het welzijn en de gezondheid van konijnen, een van de populairste huisdieren in Nederland.

Vink: “Uit eerder onderzoek is gebleken dat veel konijnen niet correct worden gevoed en gehuisvest, waardoor ze verschillende gezondheids- en welzijnsproblemen kunnen krijgen.” Samen met Claudia Vinke en Yvonne van Zeeland onderzocht hij elk segment van de sector gezelschapskonijnen. Vink: “Het huidige onderzoek heeft deze resultaten voor een groot deel bevestigd, en duidelijk gemaakt dat vooral op het gebied van aandacht voor natuurlijk gedrag en transparantie nog een wereld te winnen valt.”

Gebrek aan transparantie

Gedragsbioloog Claudia Vinke vult aan: “Naar schatting telt Nederland zo’n 1,2 miljoen huisdierkonijnen. Aandacht voor hun welzijn en natuurlijke gedrag is erg belangrijk. Het gebrek aan transparantie in de sector is daarbij een belangrijk knelpunt. Als we niet exact in kaart brengen waar de konijnen precies vandaan komen en hoe ze worden gehouden, kan het welzijn van deze dieren bij onder meer fokkers, handelaren en winkels niet duurzaam worden gewaarborgd. In veel andere houderijketens wordt de laatste jaren hard gewerkt aan transparantie; het is hoog tijd dat ook de gezelschapskonijnensector hierin meegaat.”

Informatie voor consumenten

Ook de informatievoorziening naar de consument bleek een belangrijk aandachtspunt. Slechts vijftien procent van de consumenten geeft aan voldoende geïnformeerd te zijn over de kosten die het houden van een konijn met zich meebrengt. Minder dan een derde voelt zich voldoende geïnformeerd over de benodigde tijdsinvestering. “Het is belangrijk om realistische verwachtingen te scheppen, zo voorkom je dat konijnen in opvangcentra belanden”, licht Yvonne van Zeeland toe.

Producten in winkels

Van Zeeland: “Ook bieden winkels producten aan die niet voldoen aan de richtlijnen. We hebben 128 dierverblijven die worden aangeboden in winkels geanalyseerd en geen enkele voldeed op zichzelf aan de minimumrichtlijnen van het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren. Ook voedingsproducten voldoen vaak niet: minder dan tien procent van de 127 geanalyseerde voedingsproducten bevatte alle nodige voedingsstoffen. Deze producten voldoen alleen als ze worden gecombineerd met de juiste aanvullende producten. Daarover moet de consument goed geïnformeerd worden om gezondheidsproblemen te voorkomen. Consumenten worden steeds kritischer en willen weten dat zij een gezond dier of goede kwaliteit producten kopen. Uitstekende kansen dus om kwaliteit te benoemen en zichtbaar te maken.”

Belang vanuit de sector

De Dierenbescherming steunde het onderzoek vanaf het begin en ontvangt als eerste organisatie een gedetailleerd overzicht van de resultaten. Elly von Jessen, senior-beleidsmedewerker van de Dierenbescherming: “We maken ons al langer zorgen over het dierenwelzijn in de konijnensector. Het gebrek aan transparantie binnen de sector maakt het bijna onmogelijk om hier iets aan te doen. Wij zien dit onderzoek als een essentiële stap om knelpunten voor het welzijn van deze populaire huisdieren in de hele keten beter in kaart te hebben en op zoek te gaan naar mogelijke verbeteringen.” Het uitgebreide rapport van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht brengt de welzijnsproblematiek van dit zeer populaire huisdier voor het eerst duidelijk in kaart. 

Een executive summary is te downloaden en het volledige rapport is opvraagbaar.