21 januari 2016

Docenten en vakwetenschappers presenteren manifest 'Nederlands op school'

"Schoolvak Nederlands is niet meer van deze tijd"

© iStockphoto.com/asiseeit
 

Het schoolvak Nederlands heeft te weinig inhoud en is niet uitdagend genoeg. Ook sluit het onvoldoende aan bij de maatschappelijke eisen voor taalvaardigheid en geletterdheid. Dat moet en kan beter. Docenten Nederlands en vakwetenschappers van acht universiteiten, waaronder de Universiteit Utrecht, lanceren op 22 januari in Groningen een manifest met stellingen voor verbetering.

Het schoolvak Nederlands is de afgelopen 25 jaar nauwelijks veranderd en het is toe aan een grondige herziening. Het vak geeft geen inzicht in taal en literatuur, en leerlingen vinden het saai en niet uitdagend. Bovendien vallen de resultaten tegen. Van alle vijftienjarige leerlingen is een op de zeven (13,8%) ‘functioneel analfabeet’ (PISA, 2012) en op het HBO en WO krijgen studenten bijspijkercursussen omdat hun schrijfvaardigheid onder de maat is. Bovendien staat de inhoud vaak ver af van de werkelijkheid. Kortom, het schoolvak Nederlands voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd. Tot die conclusie komen de zogenoemde Meesterschapsteams Nederlands, die zijn ingesteld door de universiteiten om het vak een nieuwe impuls te geven.

Bewuste geletterdheid

Het afgelopen jaar hebben de Meesterschapsteams meningen gepeild van honderden docenten, wetenschappers en experts over de nieuwe koers. ‘Bewuste geletterdheid’ kwam daarbij bovendrijven als het hoofddoel voor het schoolvak Nederlands. Daarmee wordt bedoeld dat leerlingen kennis en inzicht verwerven in taal, communicatie, literatuur en cultuur. 

Het gaat erom dat leerlingen de middelen aangereikt krijgen om hun eigen vaardigheidsniveaus in te schatten en hogere vaardigheidsniveaus te bereiken. Belangrijker dan ‘het goede antwoord’ is de redenering die tot dat ‘goede’ antwoord leidt. Dat leerlingen beseffen dat er soms meer goede antwoorden zijn, en dat vaak de context bepaalt welke van die goede antwoorden het optimale antwoord is. Dat vereist rijkere vaardigheden, die gebaseerd worden op inzicht en nadenken en met oog voor plezier in taal en literatuur. Die zouden dus centraal moeten staan en het examen zou ook dat soort vaardigheden moeten toetsen.

Nieuwe eisen

Nieuwe media en communicatievormen stellen nieuwe eisen aan het vak, net als de niet-eentalige Nederlandse achtergrond van steeds meer leerlingen. Willen zij zich staande kunnen houden in een complexe maatschappij met veranderlijke taalnormen en genres, dan zijn ze gebaat bij een aanpak die hun bewuste communicatieve vermogens vergroot, bij voorkeur op een creatieve manier. Onderzoekend leren, inzicht verwerven  in creatief schrijven en de betekenis van literatuur zijn moderne didactische middelen die hiervoor ingezet kunnen worden.

Verder stelt het manifest dat schrijven bij een landelijk examen getoetst moet worden, dat er meer aandacht moet komen voor inzicht in de Nederlandse taal en literatuur, en er meer samenhang moet zijn tussen kennis en vaardigheden. Geen kennis om de kennis, maar kennis en inzicht om bewuste vaardigheden te onderbouwen.

Op alle niveaus

Het manifest richt zich vooralsnog op de havo en het vwo, maar ook op vmbo en mbo heeft het vak Nederlands dringend een impuls nodig, vinden de opstellers. Een impuls die rekening houdt met het eigen karakter van het beroepsgerichte onderwijs en die ertoe leidt dat het hoge percentage functioneel analfabeten sterk afneemt.

Presentatie en media-aandacht

De presentatie van het manifest vindt plaats tijdens de vakbijeenkomst Nederlands op de vijftiende Dag van Taal, Kunsten en Cultuur, 22 januari te Groningen. Deze dag wordt jaarlijks door ongeveer 300 talendocenten bezocht.

Al op 21 januari was er veel media-aandacht voor het manifest.

Meesterschap in de vakdidactiek

Met het programma 'Meesterschap in de vakdidactiek' willen de faculteiten Letteren en Geesteswetenschappen aan acht Nederlandse universiteiten een impuls geven aan de versterking van de vakdidactiek in de Geesteswetenschappen, zowel in het onderzoek als in het onderwijs. Met steun van het Regieorgaan Geesteswetenschappen investeren de faculteiten gezamenlijk in vakdidactische meesters voor diverse schoolvakken.

Het manifest is opgesteld namens de twee Meesterschapsteams Nederlands (letterkunde en taalkunde/taalbeheersing). Ter onderbouwing is een dossier Bewuste Geletterdheid beschikbaar.