Samen door de infodemic: jongeren uit Utrecht en Kampala onderzoeken nepnieuws
Welke uitdagingen rondom nepnieuws herkennen jongeren wereldwijd en welke zijn juist specifiek verbonden aan het land waar ze wonen? Om hierachter te komen reisden studenten en medewerkers van de Universiteit Utrecht naar Oeganda om samen te werken met hun collega’s van Kampala International University en de NGO Junior Achievement
“In Oeganda neemt de toegang tot het internet snel toe, maar leren niet alle jongeren hoe ze online informatie goed kunnen beoordelen. Daardoor is het voor jongeren lastig om betrouwbare informatie, bijvoorbeeld over gezondheid en politiek, van misleidende informatie te onderscheiden,” vertelt Bruce Mutsvairo, die als hoogleraar media, politiek en het globale zuiden aan de Universiteit Utrecht, betrokken is bij Bridging Continents.
“Dat is ook niet gek, want de mate van persvrijheid is veel kleiner in Oeganda dan in Nederland. Met persvrijheid bedoelen we de mate waarin journalisten zonder politieke, maatschappelijke of economische inmenging nieuws van algemeen belang kunnen verspreiden.” Zo staat Oeganda in de World Press Freedom Index 2025 op de 143e plaats van 180 landen. Nederland staat op de derde plaats. “Verder wijst onderzoek uit dat de overheid in Oeganda een centrale rol speelt bij de verspreiding van desinformatie, terwijl de overheid in Nederland probeert desinformatie actief te bestrijden.”
Jeugd en nepnieuws
Toch is blootstelling aan desinformatie een bekend probleem in beide landen, vooral onder de jeugd. Patience Alaso, een van de deelnemende Oegandese studenten, reflecteert op wat haar opviel: “Zowel in Oeganda als in Nederland vertrouwen jongeren informatie die wordt gedeeld door vrienden, influencers of leeftijdsgenoten vaak meer dan informatie van traditionele media-instellingen zoals kranten of televisiestations. Wanneer informatie afkomstig is van iemand uit onze sociale kringen, voelt het vaak geloofwaardiger, ook als het niet geverifieerd is.”
Maar hoe speelt die misinformatie een rol in het dagelijks leven van mensen? Om dat te onderzoeken, namen de deelnemende studenten in kleine groepjes interviews af met lokale bewoners, met ieder zijn eigen thema. Patience Alaso focuste in haar groep op internationale studenten en studenten met een vluchtelingenachtergrond. Met zo’n twee miljoen vluchtelingen is Oeganda namelijk het grootste opvangland van Afrika.
Alaso vertelt: “Het was best moeilijk om deze studenten te bereiken. Omdat hun land van oorsprong onveilig is, twijfelden studenten of ze wel mee moesten doen met het interview.” Door duidelijke afspraken te maken, wilden veel studenten toch meewerken. “We waren benieuwd naar hoe internationale studenten of studenten met een vluchtelingenachtergrond digitale hulpmiddelen gebruiken om toegang te krijgen tot informatie die nuttig is voor hun opleiding.”
En daarin vonden de studenten twee struikelblokken. Patience vertelt verder: “Ten eerste was er de taalbarrière. In Oeganda is Engels de dominante taal, maar veel vluchtelingen spreken Swahili of Frans. Het is extra moeilijk om de goede informatie te vinden als je de taal van het land niet spreekt.” De tweede factor is de toegang tot gadgets of data. “Internet is vaak niet gratis in Oeganda en gadgets zoals tablets of smartphones kunnen best duur zijn. Voor mensen met minder geld, heeft dit minder prioriteit dan voedsel of andere huishoudelijke benodigdheden.”
De interviews over alle verschillende thema's fungeren als data waarin de Nederlandse en Oegandese onderzoekers samenwerken: “We hopen te vinden hoe jongeren in Europa en in Afrikaanse landen als Uganda zélf de belangrijkste uitdagingen rondom toenemende digitalisering en sociaal mediagebruik zien. En welke verschillen en overeenkomsten we vinden tussen de ervaringen van jongeren in beide contexten,” noemt deelnemend Universitair docent Ester Driel.
Verbindende inzichten
De studenten uit Utrecht hadden verwacht dat het studentenleven in Oeganda heel anders zou zijn dan in Nederland. Studente Lynnde Gougon: “Het studentenleven in Oeganda lijkt eigenlijk heel erg op dat in Nederland. Ik had verwacht dat het totaal anders zou zijn.” Ook Alaso vond dat: “Samenwerken met een diverse groep mensen liet me zien: we zijn niet heel erg verschillend. We zijn allemaal jonge mensen die ambitieus zijn. We komen uit verschillende continenten, maar verder zijn we gewoon hetzelfde.”
De ervaring was niet alleen leerzaam voor de deelnemende studenten, maar ook voor de docenten. Zo maken Oegandese docenten veel gebruik van ‘embodied methods’ om studenten te activeren en hen aan te moedigen hun lichaam en zintuigen in te zetten bij het begrijpen van de sociale werkelijkheid tijdens veldwerk. Ester Driel is enthousiast: “Ik ga deze methode binnenkort ook uitproberen in mijn eigen lessen.”
“Daarnaast biedt cross-cultureel samenwerken nieuwe inzichten, maar fungeert ook als spiegel,” vertelt Driel. “Het nodigt me uit om kritisch te reflecteren op mijn eigen handelen: op welke manieren dragen mijn onderzoek of onderwijs onbedoeld bij aan het in stand houden van machtsverhoudingen?” En ook de interdisciplinariteit van het project, bracht Driel nieuwe inspiratie: “Sarah Anschütz leerde me bijvoorbeeld over creatieve onderzoeksmethoden die zij gebruikt bij sociale geografie.”
Over dit project
Bridging Continents is gefinancierd door de research community Youth Education & Life Skills binnen het onderzoeksthema Dynamics of Youth - Universiteit Utrecht. Naast Bruce Mutsvairo en Ester Driel waren Gerrit Dielissen, universitair docent interdisciplinaire sociale wetenschap, en Sarah Anschütz, universitair docent bij de afdeling Sociale geografie en planologie, betrokken vanuit de Universiteit Utrecht. Vanuit Kampala International University werd het project geleid door Prof. Dr. Regina Ejemot-Nwadiaro en vanuit de NGO Junior Achievement Uganda door Mary Nanyomo.
Meer informatie?
De volgende editie van Bridging Continents, genaamd “Determining Destinies: Youth, Entrepreneurship and Democracy in the Digital Age”, vindt plaats in Nairobi, Kenia. Hier zal een nieuwe lichting jongeren gezamenlijk creatieve oplossingen bedenken hoe digitale media democratische participatie en ondernemerschap onder jongeren kan ondersteunen. De derde en laatste editie zal plaatsvinden in Italië, waar jongeren samen met partijen onderzoeken hoe ze haat tegen nieuwkomers tegen te gaan.
Wil je meer weten over hoe Dynamics of Youth - Universiteit Utrecht deze projecten met jongeren op globaal niveau organiseert? Of wil je op de hoogte blijven van de opbrengsten? Stuur dan een e-mail naar bridgingcontinents@uu.nl en youtheducation.lifeskills@uu.nl.