23 november 2018

De toezichthouder van de 21e eeuw is empathisch én zakelijk

Ruimte maken en grenzen stellen

Judith van Erp
Prof. dr. Judith van Erp, programmacoördinator van de leergang 'Toezicht in de 21e eeuw'

Vrijwel elke beroepsgroep krijgt te maken met onverwachte uitdagingen, maar toezichthouders verkeren in een wel héél uitzonderlijke positie. Waar vroeger kon worden volstaan met het nagaan of regels werden nageleefd en producten aan wetgeving voldeden, is dat in de open samenleving van nu een stuk ingewikkelder geworden. Hoe controleer je anno nu ondernemingen waarbij een groot deel van het bedrijfsproces buiten de landsgrenzen plaatsvindt? Hoe beperk je de risico’s van producten waarvan de risico’s nog niet goed zijn te overzien? Hoe houd je toezicht op de platformeconomie - ontwikkelingen die een nuttige bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij, maar die qua regelgeving nog in een schemergebied verkeren?

Checkbox

Begin dit jaar liep mijn inbox – en die van u ongetwijfeld - óver van de mails van organisaties die vroegen of mijn e-mailadres in hun bestand mocht blijven staan. Ik hoefde alleen maar een vinkje te zetten. Maar daar gáát privacy natuurlijk niet over. Eén van de vragen waar de toezichthouder van de 21e eeuw zichzelf voor gesteld ziet, is: hoe zorg ik ervoor dat organisaties zich verantwoordelijker gaan gedragen, zonder dat het systeem wordt overgereguleerd, en zonder dat het bedrijf zich verstopt achter een strategische positie of zich ervan afmaakt met het afvinken van een checkbox?

De open samenleving in al z’n facetten biedt ontegenzeggelijk kansen. Maar die openheid levert tegelijkertijd allerlei nieuwe risico’s, problemen en uitdagingen op. Producten zijn samengesteld uit stukjes en beetjes uit de hele wereld. We hebben daardoor minder grip op wat er op de Nederlandse markt wordt aangeboden. 

Hoe zorg je ervoor dat organisaties zich verantwoordelijker gaan gedragen, zonder dat het bedrijf zich verstopt achter een strategische positie?

In mijn leergang zat eens een deelnemer die vanuit de Inspectie Gezondheidszorg toezicht hield op een kleinschalige zorginstelling. Bij het onderdeel over internationalisering zei ik wat verontschuldigend tegen haar: “Dit onderdeel is voor jou waarschijnlijk niet zo relevant.” Wat bleek: ze had er voortdurend mee te maken. Bijvoorbeeld omdat personeel afkomstig is uit het buitenland en niet beschikt over Nederlandse diploma’s. Of omdat de financiering van die zorg voortkomt uit investeringsfondsen die in het buitenland zijn gevestigd.

Connected

Nederlands toezicht is dus altijd sterk afhankelijk van wat er in het buitenland gebeurt. Dat gaat veel verder dan Europese regelgeving: ondernemingen hebben buitenlandse eigenaren, opereren in mondiale productieketens, of halen personeel uit het buitenland. Everything is connected. De markt is internationaal, de concurrentie is internationaal, dus de toezichthouder moet zijn blik verbreden. Hij heeft de dialoog met de aanbieder van (nieuwe) producten en diensten nodig – om de risico’s in kaart te kunnen brengen – maar moet tegelijkertijd diezelfde aanbieders kunnen controleren en, waar nodig, begrenzen.

Regisseur

De toezichthouder van de 21e eeuw moet daarmee dus allerlei verschillende rollen in zichzelf – of in één organisatie – kunnen verenigen. De toezichthouder maakt ruimte én stelt grenzen, is empathisch én zakelijk, grijpt in én denkt mee. Hij werkt samen met buitenlandse collega’s en probeert op allerlei andere manieren invloed uit te oefenen.

Toezichthouders moeten in the heat of the moment een goed afgewogen beslissing kunnen nemen, maar ook met het hart richting burgers communiceren.

Ik vergelijk het weleens met het werk van een regisseur. Doorgaans speelt een regisseur niet zelf, maar hij of zij heeft wel het volledige overzicht van alle partijen die in stelling gebracht moeten worden om de voorstelling te laten slagen. Het is een rol achter de schermen. Dat betekent ook dat de regisseur vaak pas zichtbaar wordt als het misgaat. Voor toezicht geldt hetzelfde: als het goed is, merk je dat niet direct. Rampen blijven achterwege, besmettingen worden voorkomen, producten zijn veilig. Maar hebben burgers er last van (bijvoorbeeld doordat een zorginstelling wordt gesloten en patiënten moeten worden overgeplaatst), dan komt de toezichthouder vol in beeld. Op zo’n moment doet de toezichthouder er goed aan om aan het publiek uit te leggen waarom een bepaalde keuze is gemaakt.

Hoofd en hart

Enerzijds moet de toezichthouder het publiek het vertrouwen geven in het publieke belang te handelen, anderzijds moeten bedrijven erop kunnen vertrouwen dat de toezichthouder onafhankelijk handelt op basis van expertise en professionaliteit, en niet willekeurig ingrijpt als de ‘gevoelstemperatuur’ over een bepaalde kwestie hoog oploopt. Toezichthouders moeten in the heat of the moment het hoofd koel houden en een goed afgewogen beslissing kunnen nemen, maar empathisch genoeg zijn om ook met het hart richting burgers te communiceren. Verbindingen leggen is één van de belangrijkste taken van een toezichthouder. Om invloed uit te kunnen oefenen moet je relaties aangaan, verbanden smeden. Soms doe je dat rechtstreeks, soms via een omweg; de ene keer door een dialoog op gang te brengen, dan weer door te dreigen met een boete, een rapport te publiceren, en in andere gevallen door regels te verduidelijken. 

In het openbaar bestuur is er verrassend weinig aandacht voor toezicht, terwijl het een kernfunctie is in onze rechtsstaat.

Kwaliteiten

De wetgever stelt kaders, maar de controle op naleving van die regels in de praktijk ligt bij de toezichthouder. Daarmee vervult de toezichthouder in onze maatschappij de functie van zowel grensbewaker als facilitator als verkenner. Een zeer belangrijke rol die in mijn ogen te weinig op waarde wordt geschat. In het openbaar bestuur, en bijvoorbeeld ook in opleidingen bestuurskunde, is er verrassend weinig aandacht voor toezicht, terwijl het een kernfunctie is in onze rechtsstaat.

Misschien onderschatten toezichthouders zichzelf ook wel. Of het nu gaat om toezicht binnen ziekenhuizen of banken, bij grote farmaceutische bedrijven of op een kippenhouderij: toezichthouders kampen veelal met dezelfde dilemma’s. Het doel van onze leergang is, hen ‘bewuster bekwaam’ te maken. Een goede toezichthouder heeft een heel breed repertoire aan mogelijkheden om in te grijpen en weet daaruit op het goede moment, het juiste gereedschap te kiezen. Het herkennen en erkennen van de eigen kwaliteiten, vormt de basis om nieuwe inzichten en mogelijkheden toe te voegen. Die reflectie bieden we in onze leergang Toezicht in de 21e Eeuw.

--

Prof. Judith van Erp bekleedt de leerstoel Public Institutions aan de Universiteit Utrecht, een van de zeven designated chairs binnen het strategische thema Institutions for Open Societies van de Universiteit Utrecht. In 2018 is zij gekozen als lid van de KNAW. Haar onderzoek richt zich op toezicht op ondernemingen en organisaties, en de wisselwerking tussen publieke en private regulerings- en toezichtsarrangementen. In haar leerstoel beoogt zij bij te dragen aan betere preventie van organisatiecriminaliteit, door vernieuwende vormen van toezicht te onderzoeken die inspelen op de dynamiek en globalisering van markten. Judith van Erp is programmaleider van de interdisciplinaire leergang ‘Toezicht in de 21e eeuw’ van de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie en schreef samen met Martijn van der Steen de Wetenschapsagenda Toezicht.