21 september 2017

Vijf wetenschappers praten mee over genderneutrale kleding

“Roze was een mannelijke kleur, blauw een tere meisjeskleur”

Winkelketen HEMA heeft bekendgemaakt geslachtsaanduidingen bij kinderkleding af te schaffen: geen afdeling “jongens” of “meisjes” meer, maar simpelweg “kids”. In De Volkskrant liet het bedrijf weten dat het naast het afschaffen van genderonderscheid ook meer “stoerdere meisjeskleding” gaat toevoegen aan het assortiment.

Het besluit van HEMA maakte veel reacties los. De negatieve reacties voeren in het debat de boventoon. Een goed moment om een verdiepende blik op genderneutraliteit te werpen. Prof. dr. Rosemarie Buikema, dr. Christine Quinan(Gender studies), dr. Chris Meijns (Filosofie en religiewetenschappen), dr. Linda Duits (Media en Cultuurstudies) en dr. Joyce Endendijk (Educatie & Pedagogiek) praten mee over unisekskleding, genderneutraliteit, woede en sociale verandering.

prof. dr. Rosemarie Buikema

Het besluit van HEMA doet veel stof opwaaien. Hoe is dit het best te verklaren?

Buikema: “Vanuit de universiteit is het altijd belangrijk om feiten tegenover meningen te stellen. De reactie dat hier de moderne pluriforme samenleving aan het doorslaan is, is een gevoel, maar het is niet gebaseerd op feitenkennis. Om tegenwicht aan dit soort woede te kunnen geven, is het van belang om veranderingen als deze in historisch perspectief te plaatsen. Dat jurkjes voor meisjes zijn en broeken voor jongens, is geen vast gegeven. Neem bijvoorbeeld de periode van de 16e tot 19e eeuw: toen was het gebruikelijk dat zowel jongens als meisjes gedurende de eerste levensjaren een jurkje droegen. Roze en blauw waren vóór de oorlog precies omgekeerd gegendered. Roze werd gezien als een mannelijke kleur, blauw een tere meisjeskleur. Ofwel, het linken van bepaalde kleding of bepaalde kleuren aan gender is een conventie die voortdurend verandert."

dr. Christine Quinan

Quinan: “Inderdaad: het enige dat vaststaat als het gaat om gender is dat de verdeling daarbinnen continu verandert. Wat ik nog steeds niet snap is waar deze woede uit bestaat: is het angst dat kinderen door omstanders in een verkeerd genderhokje worden geplaatst? Is er angst dat er sociale chaos uitbreekt? Of zijn mensen bang dat een genderneutrale indeling van winkels the next thing is? Hoe diepgeworteld het idee is dat er alleen twee verschillende genders zijn? Deze ophef laat mijns inzien met name zien hoe diepgeworteld het idee is dat er twee verschillende genders zijn en hoe vroeg dit genderen al begint."

Meijns: “Ik denk dat het voor een groot gedeelte met onwennigheid te maken heeft. Vaak speelt er een misvatting over wat er met genderneutrale benaderingen wordt nagestreefd. Mensen denken soms dat het betekent dat ze zich geen 'vrouw' of 'man' (meer) mogen noemen of voelen. Dat is echter helemaal niet het geval. Het punt is om geen binaire (met maar twee opties, waarbij je óf de één, óf de ander moet kiezen) gendercategorieën aan mensen op te leggen in dergelijke alledaagse interacties."

dr. Linda Duits

Duits: “Gender is dé basisindeling van onze maatschappij. Het is het eerste wat over je gezegd wordt, zelfs als je nog niet bent geboren: 'het is een meisje', en daar horen dan allemaal verwachtingen bij. Zo koppelen we aan sekse ook direct gender. Allerlei gedragingen, maar ook producten zijn gendered - ingedeeld als mannelijk of vrouwelijk. We leren die indeling snel te herkennen en dus ook snel te herkennen als iemand daarvan afwijkt. Die afwijkingen kunnen zorgen voor onzekerheid bij mensen, omdat die meest primaire ordening van de samenleving dan niet meer stabiel is. Soms leidt dat tot woede."

dr. Joyce Endendijk

Endendijk: “Een derde proces wat hier mogelijk speelt is dat initiatieven ter bevordering van genderneutraliteit, van in dit geval kinderkleding, door ouders als betuttelend kunnen worden ervaren. Het initiatief van HEMA kan door ouders als kritiek worden opgevat op de kledingkeuzes die zij maken voor hun kind."

Vaak speelt er een misvatting over wat er met genderneutrale benaderingen wordt nagestreefd.
dr. Chris Meijns

Er wordt gesproken over een marketingstunt van de HEMA. Het was echter een 10-jarig meisje dat deze verandering aankaartte toen ze HEMA op Facebook vroeg stoerdere meisjeskleding te verkopen.

Buikema: “Het genderen van kleding is niet een onschuldige frivoliteit maar bereidt ook voor op het functioneren in de openbare sfeer en de privésfeer. Bright minds op jongensshirts en Big smiles op meisjesshirts was de gegenderde opdruk van een Engels kindermodemerk. In het genderen van kinderkleding wordt niet zelden professionaliteit, jongensachtigheid en mannelijkheid aan elkaar gekoppeld waardoor het voor meisjes van jongs af aan al moeilijker kan zijn zichzelf in de openbare sfeer voor te stellen. De boze reacties getuigen er dikwijls van dat men graag de hokjes en zuilen intact houdt zoals we die in de jaren 50 hebben bedacht. Wat HEMA doet is dat ze labels verwijdert. Niet alleen hebben de kinderen daar zelf om gevraagd, de veranderende maatschappij vraagt daar ook om. HEMA maakt nog steeds rokjes met roze hartjes en donkerblauwe shirts met stoere uitstraling, maar men rekt de categorieën op voor wie de kleren zijn bedoeld. Het is een stapje op weg naar de gewenning aan het feit dat óók meisjes zich gaan roeren in de openbare sfeer."

Dit meisje heeft iets in gang gezet dat voor haar als een wens begon.

Quinan: “Er wordt niet vaak op deze manier naar kinderen geluisterd. Dit meisje heeft iets in gang gezet dat voor haar als een wens begon. Dit is wat kinderen willen en de kinderen zijn er blij mee, zij zijn de doelgroep."

Endendijk: “Ik vermoed dat hier verschillende processen spelen. Ten eerste leven wij in een samenleving waarin gendergelijkheid hoog in het vaandel staat. Ook wordt vaak gedacht dat we in Nederland al veel doen en bereikt hebben op het gebied van gendergelijkheid. Dan kan het confronterend zijn om te horen dat ook hier nog veel winst te behalen is in de gelijke behandeling van mannen, vrouwen, jongens en meisjes. Ten tweede zijn veel mensen zich niet bewust van de negatieve gevolgen die de ogenschijnlijk onschuldige labeling en categorisering van jongens- en meisjeskleding met zich mee kan brengen. Uit onderzoek weten we dat de labeling en categorisering van bijvoorbeeld speelgoed, activiteiten en hobby's als 'jongensachtig' en 'meisjesachtig' genderongelijkheid in de hand werkt. Kinderen hebben zo niet de vrijheid om daadwerkelijk te kiezen wat ze leuk vinden."

Duits: “In de ophef over genderneutrale kleding speelt echter nog iets. We zagen eerder bij genderneutrale toiletten en genderneutraal taalgebruik boosheid bij precies dezelfde groepen. Zij doen dit soort veranderingen af als linkse hobby, doorgedraaid feminisme en/of onzinnig LHBT-activisme. Het probleem dat ze hebben lijkt niet zozeer te gaan om de kwestie zelf maar om de mensen die ijveren voor deze veranderingen. Dus wordt dan gezegd dat HEMA 'een knieval maakt' voor 'een kleine groep drammers'. Het gaat daarbij dus niet om existentiële onzekerheid over gender, maar om iets dat wel de 'cultuuroorlog' wordt genoemd, een clash tussen conservatieven en progressieven op culturele onderwerpen."

Boosheid kan een drijfveer zijn om sociale veranderingen teweeg te brengen

Meijns: “Ik denk ook dat we niet uit het oog moeten verliezen dat boosheid niet alleen een rol speelt bij mensen die tegen een genderneutrale benadering protesteren, maar ook vaak bij hen die een dergelijke benadering proberen te verwezenlijken. Bijvoorbeeld het kind dat in de speelgoedafdeling in een tirade uitbreekt, omdat ze bij het 'meisjesspeelgoed' alleen maar kan kiezen uit kinderwagens en kookstelletjes, terwijl ze met actiefiguren wil spelen. Of de dokter die het zat is om met 'mevrouw' te worden aangesproken, terwijl ze juist hard gestudeerd heeft om haar medische kwalificatie en titel te behalen. Boosheid kan op die manier een drijfveer zijn om sociale veranderingen teweeg te brengen."

Rosemarie Buikema en Christine Quinan riepen eerder dit jaar in De Volkskrant de gemeente Amsterdam op om genderneutrale aanspreekvormen te gebruiken. Linda Duits sprak in 2014 tijdens het Filosofisch Café van Studium Generale over man- en vrouw zijn.