‘Relevant onderzoek vraagt om een brede blik én vertrouwen in eigen kunnen’

Interview met Dick Heederik naar aanleiding van zijn emeritaat

Dick Heederik gaat per december 2025 met emeritaat. Heederik werd in 2002 benoemd tot hoogleraar Health Risk Analysis bij het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS) van de Universiteit Utrecht en bekleedde daarnaast tal van functies, bijvoorbeeld als voorzitter van het bestuur van het Landelijk Expertisecentrum Stoffengerelateerde Beroepsziekten (Lexces) en de Adviescommissie Lijst Beroepsziekten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Op 9 december 2025 geeft hij een afscheidscollege ‘De stikstofcrisis: lessen uit het antibioticadossier’, naast Hans Kromhout die dan ook afscheid neemt.

Hoogleraar Dick Heederik
Hoe kijk je terug op het hoogleraarschap? 

“Allereerst was het een heel eervolle benoeming die ook verantwoordelijkheden met zich meebracht. Ik heb me vanuit mijn leeropdracht sterk gericht op de relatie tussen dier, mens en omgeving. Dat resulteerde in onderwijs en onderzoek op het gebied van antibioticaresistentie bij dieren, transmissie naar mensen en gezondheidsrisico’s. Maar ook op het gebied van de veehouderij en de gezondheid van omwonenden, bijvoorbeeld in het geval van Q-koorts en longziekten in het algemeen, zoals astma en COPD.

Later kwam daar onderzoek naar stikstof in de veehouderij bij. Dat is een zeer interessante problematiek die heel Nederland heeft vastgezet en waar we binnen de Regiodeal Foodvalley, met wetenschappelijke bijdragen proberen processen weer in beweging te krijgen. Alle projecten hebben tot samenwerkingen binnen en buiten de faculteit Diergeneeskunde geleid met, onder meer Jaap Wagenaar, Dik Mevius, Mirjam Nielen, Arjan Stegema en Marc Bonten.”

Met welk onderzoek heb je de meeste impact gemaakt?

“Verschillende projecten hebben veel impact gehad, maar elk op een eigen manier. Onderzoek naar antimicrobiële resistentie heeft bijgedragen aan de oprichting van de Diergeneesmiddelenautoriteit. Ik ben gevraagd om deel uit te maken van het expertpanel en heb later Dik Mevius opgevolgd als voorzitter: een heel uitdagende, zinvolle en verantwoordelijke rol. Samen met alle betrokken partijen hebben we een reductie van meer dan 70 procent in antibioticagebruik gerealiseerd. Bovendien gebruikt de veehouderij inmiddels veel minder middelen die voor mensen kritisch zijn.

Extra bijzonder aan deze resultaten is dat ze zijn behaald zonder veel nieuwe overheidsregels, dankzij een aanpak waarbij de overheid slechts brede doelen formuleerde en een expertpanel het antibioticagebruik vertaalde naar concrete sector- en bedrijfsdoelen én nauwkeurig monitorde. De echte doorbraak kwam echter doordat dierenartsen en veehouders zelf effectieve maatregelen namen die tot de sterke reductie hebben geleid.

Het onderzoek naar de veehouderij en de gezondheid voor omwonenden heeft geleid tot een advies van de Gezondheidsraad, dat toevallig deze week is verschenen. Het onderzoek naar stikstofemissies is nog niet afgerond. Ik ben blij dat het me nog gelukt is nog een grote subsidie binnen te halen waarmee een sterke groep mensen het werk kan voortzetten. Ik heb alle vertrouwen in dat vervolg.”

Bij de huidige generatie jonge hoogleraren binnen het IRAS zie ik dezelfde open blik naar buiten

Hoogleraar Dick Heederik
Waar liggen de grootste uitdagingen voor de toekomst?

“Ik heb geprobeerd bruggen te slaan tussen de gezondheid van mensen, dieren en hun leefomgeving. En ik vertrouw erop, en zie het ook gebeuren, dat mijn opvolgers dit blijven voortzetten. Het IRAS heeft hierbij een unieke positie: het onderzoek bevindt zich op het snijvlak van verschillende faculteiten en universiteiten, terwijl de vraagstukken van de toekomst ook om steeds meer interdisciplinariteit vragen. Bij de huidige generatie jonge hoogleraren binnen het IRAS zie ik dezelfde open blik naar buiten.

Ik hoop dat ik de focus op samenwerking ook voldoende heb uitgedragen als vice-decaan Onderzoek. De faculteit Diergeneeskunde kan als enige in haar soort soms gesloten overkomen, terwijl een open blik belangrijk is, ook voor diergeneeskundig onderzoek in de breedste zin. Bij verschillende onderzoeksgroepen heb ik gezien dat die houding tot nieuwe projecten en samenwerkingen leidden. Relevant onderzoek vraagt om een brede blik én vertrouwen in eigen kunnen.”

Wat zou je, met de kennis van nu, anders hebben aangepakt?

“Dat vind ik een lastige vraag. Ik ben enorm trots op mijn studenten en promovendi, die zowel in Nederland als internationaal hun plek hebben gevonden en de IRAS-werkwijze hebben omgezet in nieuwe (internationale) samenwerkingsverbanden. Ik kijk terug op een zeer waardevolle en bevredigende carrière, en ben de universiteit dankbaar voor het vertrouwen dat zij mij de afgelopen decennia heeft gegeven.”