Reïntegratie van veroordeelde jihadisten vergt aanpassingen

© iStockphoto.com/Gianluca68
© iStockphoto.com/Gianluca68

Prof. dr. Beatrice de Graaf (Universiteit Utrecht) en Daan Weggemans MSc (Universiteit Leiden) verrichtten voor het eerst onderzoek naar de terugkeer in de samenleving van ex-gedetineerden wegens jihadisme. Uit het onderzoek blijkt dat het reïntegratieproces van dergelijke gedetineerden vaak niet soepel verloopt. De onderzoekers publiceren vandaag hun bevindingen in het rapport Na de vrijlating. Een exploratieve studie naar recidive en re-integratie van jihadistische ex-gedetineerden in de reeks Politiewetenschap van het programma Politie en Wetenschap.

Prof. dr. Beatrice de Graaf
Prof. dr. Beatrice de Graaf

Een deel van de gedetineerden raakt tijdens hun verblijf op de Terroristenafdeling in de gevangenis juist sterker verbonden met radicale netwerken, doordat zij hier in aanraking komen met andere jihadisten. Ook brengen de arrestatie en detentie gevoelens van wantrouwen en wrok teweeg. Na de vrijlating bleek de status van sommige ex-gedetineerden onder kameraden te zijn gegroeid. Bovendien werden zij vaak slechts beperkt begeleid bij de reïntegratie.

Sanctielijst

Een andere belangrijke barrière vormt de Terrorisme-sanctielijst die tot onwenselijke gevolgen leidt na vrijlating, aldus De Graaf en Weggemans. De rigide en willekeurige toepassing van deze regeling maakt het voor ex-gedetineerden moeilijker om in de maatschappij terug te keren. Zo blijven bijvoorbeeld financiële tegoeden bevroren of konden uit detentie terugkerende jihadisten maar moeizaam een bankrekening openen.

Wat reïntegratie wél lijkt te bevorderen zijn nieuwe sociale contacten, geboden toekomstperspectieven (bijvoorbeeld door een opleiding), de betrokkenheid van (niet radicale) familieleden en in sommige gevallen de mogelijkheid tot ideologische discussies.

Interviews met ex-gedetineerden en professionals

De auteurs hebben zowel ex-gedetineerden met een extremistische achtergrond als professionals die betrokken zijn bij de praktijk van reïntegratie geïnterviewd. Tijdens deze interviews is ook stilgestaan bij de betrokkenheid van verschillende professionals, in het bijzonder de politie. Professionals benoemen met name de vrijblijvendheid van reïntegratietrajecten, onvoldoende beschikbare informatie en moeite met het doorgronden van de ware intenties van verdachten met een jihadistische achtergrond. 

Detentie als begin van nieuwe fase

Met de exploratieve studie Na de vrijlating vullen de auteurs een belangrijke lacune in het onderzoek naar radicalisering en deradicalisering van jihadismeverdachten en veroordeelden. Deze vorm van criminaliteit is relatief nieuw, lastiger te doorgronden en te monitoren dan reguliere criminaliteit, en reïntegratie ligt gevoelig vanwege de grote politieke en publieke aandacht. De auteurs gaan uit van de gedachte dat een veroordeling of verblijf in detentie niet het einde van het verhaal is, maar juist het begin van een volgende fase: het kan het begin zijn van een succesvol reïntegratietraject, maar ook de start van een nieuwe cyclus van geweld.

Het onderzoek is niet uitputtend, maar zet eerste lijnen uit. Duidelijk is wel dat controle en begeleiding niet automatisch leiden tot de gewenste resultaten. 'Na de vrijlating' betekent immers ook dat instanties en autoriteiten de vrijheid van een ex-gedetineerde accepteren om binnen de grenzen van de wet zijn eigen gang te gaan.