Raadsheer-plaatsvervanger: Elaine Mak: ‘Het gerechtshof wil graag nieuwe wetenschappelijke inzichten benutten’

Elaine Mak
Elaine Mak, foto: Joost Mak, jgmfotografie.nl

Elaine Mak is naast haar werk als hoogleraar rechtstheorie en vice-decaan onderwijs aan de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie ook raadsheer-plaatsvervanger in strafzaken bij het gerechtshof Den Haag. Pittig om te combineren, maar ze zou dit werk en de ervaringen niet willen missen.

Hoe gaat het werk je de laatste tijd af?

“Toevallig heb ik vorige maand nog een zitting gedaan, maar daarvoor vanwege corona heel lang niet. Ik vond het leuk, maar ook een beetje onwerkelijk om na het vele thuiswerken mezelf plots weer te bevinden tussen collega’s in een driedimensionale werkelijkheid. Er waren spatschermen gemonteerd in de rechtszaal, er was een ingenieus systeem opgezet om coronaproof met de leentoga’s om te gaan. En de grootste verandering: er is een grote stap gezet met het digitaal beschikbaar maken van processtukken. Tijdens deze zaak heb ik bijna geen papier meer in mijn handen gehad. De concept-arresten, het inzien van dossiers in de voorbereiding: het kon allemaal digitaal.”

Hoe groot is de impact van corona op de rechtspraak?

“Die is ongekend groot. Na een korte pauze aan het begin van de eerste lockdown is de organisatie van fysieke zittingen redelijk snel hervat en zijn daarnaast online zittingen mogelijk gemaakt. Het feit dat je dan niet fysiek met elkaar aanwezig bent in de rechtszaal heeft een grote invloed op het proces en op de rechter als professional. Er is minder openbaarheid als publiek niet of beperkt aanwezig mag zijn.

Als je niet fysiek met elkaar aanwezig bent in de rechtszaal - zoals nu tijdens corona - mis je waanzinnig veel in de menselijke interactie: iemands houding, lichaamstaal.

Raadsheer-plaatsvervanger in strafzaken bij het gerechtshof Den Haag

Daarnaast mis je – net als in het onderwijs –  waanzinnig veel in de menselijke interactie: de manier waarop verdachten en advocaten de vraag van de rechter interpreteren en antwoord geven, iemands houding, lichaamstaal. Je hebt ook veel minder collegiale intervisie als je elkaar niet meer ontmoet in het gerechtsgebouw. Dat is een gemis voor de professionele ontwikkeling van rechters. Een paar collega’s van mij bij het Montaigne Centrum van de Universiteit Utrecht, zijn samen met de universiteiten van Leiden en Nijmegen aan het onderzoeken hoe de coronacrisis impact heeft op de rechtspraak en op kwetsbare rechtszoekenden. Zo kunnen we lessen trekken uit de nu opgedane ervaringen.” 

Wat voor rechtszaken doe je doorgaans?

“Ik werk voor wat bij het hof in Den Haag de “meervoudige kamer light” heet. Dat wil zeggen:  zittingen met drie raadsheren (de rechters in het gerechtshof worden raadsheren genoemd, red.), waar we strafzaken met relatief kleine en eenvoudige dossiers behandelen. Denk aan een winkeldiefstal, een opgerolde wietplantage, een inbraak, een mishandeling. Als iemand in hoger beroep gaat na behandeling van een zaak door de rechtbank, komt de zaak voor één van de vier gerechtshoven in Nederland. Het hof onderzoekt alle feiten helemaal opnieuw en beantwoordt de juridische vragen die er nog liggen. Zaken vragen vaak meer dan één op één de strafwet toepassen, het hof behandelt dan ingewikkelde juridische leerstukken, zoals de vraag: wanneer is iemand een medepleger in het geval van meerdere verdachten? Welke uitleg geeft het gerechtshof aan de wetgeving en uitspraken van andere rechters hierover?  Wat is de stand van zaken in de rechtswetenschap rond zo’n vraag? Daar komt soms mijn expertise, rechtsvergelijkend onderzoek met buitenlandse rechtsstelsels, goed van pas.”

Het is echt samen zoeken naar rechtvaardigheid in de rechtszaal, naar wat het beste besluit is. En dat vind ik mooi.

Raadsheer-plaatsvervanger in strafzaken bij het gerechtshof Den Haag

Wat vind je boeiend aan het werk?

“Het oog voor de menselijke facetten in een zaak en het juridische samenspel tussen de raadsheren, ondersteund door de griffier, de advocaat-generaal, de advocaten. Het is echt samen zoeken naar rechtvaardigheid, naar wat het beste besluit is voor de bestraffing en de toekomst van de verdachte en dat vind ik waardevol, mooi werk. Wat me ook opvalt is dat zeker niet alle advocaten-generaal (de aanklager bij strafzaken in een gerechtshof, red.) crimefighters zijn. Ik heb wel eens meegemaakt dat een advocaat-generaal zei: ‘ik zie het hier niet. Ik verzoek het hof om de verdachte vrij te spreken.”  

Waarom ben je raadsheer-plaatsvervanger geworden? 

“Dat kwam door een gesprek met voormalig departementshoofd Ton Hol , die ook altijd naast zijn academische werk, in de rechtspraktijk heeft gewerkt. Het gerechtshof in Den Haag zocht bepaalde wetenschappelijke expertise, die inspiratie kon bieden aan de raadsheren. Het hof wil graag nieuwe wetenschappelijke inzichten benutten. Daarom ben ik ook betrokken bij andere activiteiten naast zittingen. Ik heb bijvoorbeeld vorig jaar samen met een raadsheer een symposium georganiseerd over het geheim van de raadkamer, met als sprekers twee mensen uit de rechtspraak en twee uit de wetenschap. Er is namelijk wel eens discussie over dat geheim: moet dat zo blijven? Moet dat niet óók openbaar of juist sterker een stempel drukken op bijvoorbeeld collegiale intervisie? De kijk van de samenleving op de rechterlijke macht verandert. Mijn onderzoek als hoogleraar gaat onder meer over de rol van de rechter in een veranderende wereld, dus met bevindingen over het gezag en de organisatie van de rechterlijke macht en de professionaliteit van de rechter kan ik wat bijdragen aan het gerechtshof.”

Neem het onderzoek in de mobiele telefoon van een verdachte in een strafzaak. Wanneer mag je in die telefoon kijken? En waarnaar mag je dan kijken? Die vragen liggen er nog.

Raadsheer-plaatsvervanger in strafzaken bij het gerechtshof Den Haag

Wat bedoel je precies met de veranderende wereld?

“Eén voorbeeld daarvan is de omgang met technologisch bewijs verkregen door recherchewerk. Juridisch gezien liggen er bijvoorbeeld nog allerlei vragen bij het onderzoek in de mobiele telefoon van een verdachte in een strafzaak. Wanneer mag je in die telefoon kijken? En waarnaar mag je dan kijken? De vaststelling van de juridische grenzen die dan gelden kan gebaat zijn bij conceptueel en rechtsvergelijkend onderzoek.”

Hoe beïnvloedt deze nevenfunctie je werk aan de universiteit?

“Ik ervaar het plaatsvervangerschap als een verrijking voor de formulering van onderzoeksvragen en een ‘reality check’ van mijn analyses. Voor het onderwijs in de rechtstheoretische vakken zie ik voorbeelden in de cursusstof, die we kunnen vervangen door nog relevantere of actuelere voorbeelden. Ik heb dankzij het werk in het gerechtshof een beter beeld van de vraagstukken waar de studenten van nu, later mee moeten omgaan.”

Zou je het aanraden aan collega’s op de universiteit?

“Ja, ik denk wel eens: ik had het eerder moeten doen. Nu ben ik ook vice-decaan en moet ik het inpassen naast bestuurlijk werk, onderzoek en onderwijs. Een zitting kost veel voorbereiding en meestal heb je er na afloop ook nog wat werk aan. Op een eerder punt in je loopbaan is er nog wat meer flexibiliteit om een rol als rechter-plaatsvervanger of raadsheer-plaatsvervanger te combineren met taken in onderwijs en onderzoek . Ik raad het dus ook aan, aan universitair docenten.”

April 2021 is de "maand van de rechter-plaatsvervanger"

Er zijn nog veel meer onderzoekers aan het departement Rechtsgeleerdheid rechter-plaatsvervanger of arbiter. In de rubriek “de maand van...” laten we een paar van hen aan het woord, om een indruk te geven van het werk. "De maand van…" is bedoeld om waardering te geven aan álle collega’s die met allerlei activiteiten een bijdrage leveren aan de maatschappij. De nevenfuncties van onze onderzoekers en docenten zijn te zien op hun persoonlijke Universiteit Utrecht profielpagina.