Potvis Renesse vermoedelijk aangevaren, had kort daarvoor nog gegeten
De potvis die in mei aanspoelde op het strand bij Renesse is mogelijk geraakt door een scheepsschroef. Op de rug van het dier werd een snijwond gevonden die meest waarschijnlijk is veroorzaakt door een propeller. Daarnaast zijn er tot nu toe geen duidelijke aanwijzingen gevonden voor ziekte. Wel werd het onderzoek bemoeilijkt doordat de potvis al in staat van ontbinding verkeerde. Onderzoek van de maaginhoud laat bovendien zien dat het dier kort voor zijn dood nog had gegeten. Dat blijkt uit onderzoek van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en Wageningen Marine Research.
“Tijdens de sectie zagen we op de rug van de potvis een grote snede met ronde hoeken”, zegt bioloog Lonneke IJsseldijk van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. “Dat wijst op letsel door een roterende kracht, zoals een scheepspropeller.”
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek was vaststellen of het letsel ontstond vóór of na het overlijden van het dier. Microscopisch onderzoek gaf daarover uitsluitsel. “Onder de microscoop zagen we rode bloedcellen buiten de bloedvaten”, aldus veterinair pathologen Andrea Gröne en Nadiah van Eijk. “Daaruit kunnen we opmaken dat het letsel is ontstaan toen de potvis nog leefde. Waarschijnlijk gebeurde dat vlak voor de dood, minuten tot uren ervoor.”
Volgens bioloog Mardik Leopold van Wageningen Marine Research wijst het dieetonderzoek op een noordelijke herkomst van de potvis. “In de maag vonden we een schoenendoos vol aan visbotten. Het betrof resten van meerdere zeeduivels, kabeljauwen en zeedonderpadden, en een enkele snotolf, schol en sterrog. Vooral die laatste soort komt nauwelijks voor in de Noordzee ten zuiden van Nederland, maar leeft noordelijker.” De beperkte slijtage van de prooiresten en het feit dat aan sommige wervels nog vleesrestjes zaten, suggereert bovendien dat de potvis nog vrij kort voor de stranding gegeten had. De gegeten vissen varieerden van ca 20 cm tot wellicht ruim 1 meter lang. “Flinke vissen, dus, maar voor een potvis van 35 ton met een onderkaak van zo’n drie meter lang, toch niet meer dan een borrelhapje”.
Volgens IJsseldijk lijkt het erop dat de goed doorvoede potvis vlak voor of tijdens de eerste stranding op een zandbank in contact is gekomen met een scheepsschroef. “De wond was waarschijnlijk niet groot genoeg om direct dodelijk te zijn, maar heeft zeker niet geholpen in de situatie waarin het dier zich bevond: een diepduikende walvis in de ondiepe Noordzee.”
Op de ochtend van de stranding bij Renesse werden voor de Zuid-Hollandse kust mogelijk nog andere potvissen waargenomen. Enkele dagen later werden ook nabij Edinburgh en later rond de Schotse Orkney-eilanden potvissen gezien. Het is onbekend of het om dezelfde dieren ging, en of zij de Noordzee weer hebben weten te verlaten. Sindsdien zijn er geen nieuwe waarnemingen of strandingen gemeld.
Zodra alle onderzoeksresultaten binnen zijn volgt de eindconclusie en worden de bevindingen gerapporteerd in het jaarverslag.