Politiebrief aan verkeersveelplegers leidt niet tot minder verkeersovertredingen

Een gerichte waarschuwingsbrief van de politie aan veelplegers in het verkeer heeft geen aantoonbaar effect op het terugdringen van nieuwe overtredingen. Dat blijkt uit recent gepubliceerd onderzoek van sociologen Amina op de Weegh, Amy Nivette (Universiteit Utrecht) en Stijn Ruiter (VU). De onderzoekers evalueerden de Nederlandse politiebriefcampagne Op de Radar.

Met deze interventie richtte de politie zich op verkeersveelplegers: bestuurders die binnen een jaar tijd vier of meer verkeersovertredingen hadden begaan. Zij ontvingen een persoonlijke brief van de politie waarin stond dat ze vanwege hun rijgedrag in beeld zijn bij de autoriteiten. Op de Weegh: “De brief had een waarschuwend en normerend karakter. Bestuurders werden gewezen op hun eerdere overtredingen, de risico’s van hun gedrag voor zichzelf en anderen, en het belang van naleving van verkeersregels.” Ook stond in de brief vermeld dat de bestuurders het aankomende jaar extra in de gaten werden gehouden door de politie en dat ze bij nieuwe overtredingen harder gestraft konden worden.

Wel en geen brief

Om het effect van de brief vast te stellen, maakten de onderzoekers een vergelijking tussen bestuurders die de brief ontvingen en een vergelijkbare groep veelplegers die geen brief kreeg. Op de Weegh: “Vervolgens is over een periode van negen maanden gekeken naar nieuwe geregistreerde verkeersovertredingen. Dit werd gedaan in twee verschillende jaren, op een net andere manier.” In het eerste jaar werd de groep met vier of meer overtredingen (die een brief kregen) vergeleken met een groep met drie overtredingen (die geen brief kregen). In het tweede jaar werd de groep met vier of meer overtredingen random in tweeën gesplitst waarna de ene helft wel en de andere helft geen brief kreeg. “Deze opzet maakte het mogelijk om vast te stellen of eventuele gedragsverandering daadwerkelijk aan de brief kon worden toegeschreven.”

Een eenmalige schriftelijke waarschuwing is onvoldoende om het gedrag van structurele verkeersovertreders te veranderen.

Geen significant verschil

Uit de analyses van de Utrechtse sociologen blijkt dat in beide jaren de brief geen statistisch significant verschil maakte. Bestuurders die de brief ontvingen pleegden na afloop niet minder overtredingen dan bestuurders in de controlegroep. De onderzoekers concluderen dan ook dat een eenmalige schriftelijke waarschuwing onvoldoende is om het gedrag van structurele verkeersovertreders te veranderen. “Hoewel de interventie goedkoop en eenvoudig uitvoerbaar is, lijkt voor deze specifieke doelgroep een intensievere of anders ingerichte aanpak nodig om de verkeersveiligheid effectief te verbeteren.”