22 februari 2017

Overwinterende eenden verbinden natte natuur door verspreiden plantenzaden

Plantenpopulaties in natte natuurgebieden worden over de hele wereld bedreigd door verlies van natte natuur. Erik Kleyheeg en Merel Soons van de Universiteit Utrecht laten zien dat voorspelbare, dagelijkse vliegbewegingen door overwinterende Wilde Eenden een belangrijke bijdrage leveren aan het verbinden van deze versnipperde plantenpopulaties door zaden te verspreiden. Ze publiceren hun resultaten vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Ecology.

De Wilde Eend is een van talrijkste en wijdst verspreide eendensoorten ter wereld, met naar schatting ongeveer 19 miljoen individuen wereldwijd. Het zijn krachtige vliegers die in korte tijd grote afstanden kunnen afleggen, met een vliegsnelheid van wel 80 km/u. Veel eenden trekken over grote afstanden tussen de broedgebieden en de overwinteringsgebieden. Wilde Eenden zijn alleseters en eten buiten het broedseizoen, in de herfst en winter, vooral veel plantenzaden. Een groot deel van die zaden wordt niet verteerd en overleeft de weg door het maagdarmkanaal. Op deze manier spelen Wilde Eenden een belangrijke rol in de verspreiding van plantenzaden.

Het landschap beïnvloedt het bewegingspatroon van Wilde Eenden

Analyse van de vliegbewegingen van Wilde Eenden die waren uitgerust met een GPS-datalogger wijst uit dat de vliegpatronen van overwinterende Wilde Eenden opmerkelijk voorspelbaar zijn. De eenden rusten overdag op een gezamenlijke slaapplaats, vaak een grotere plas of kanaal. ’s Nachts worden ze actief en verlaten ze de slaapplaats om te gaan foerageren in en rond moerasgebieden en op akkers, waarbij ze 2 à 4 van zulke gebieden per nacht bezoeken. De eenden blijken zeer trouw aan hun foerageergebieden en bezoeken als vaste gasten bijna elke nacht dezelfde plekken. Dit patroon is constant over een breed scala aan landschappen. Zo vliegen Wilde Eenden slechts korte afstanden tussen hun foerageergebieden in landschappen met veel natte natuur, terwijl ze elke nacht veel grotere afstanden afleggen in landschappen waarin moerasgebieden schaars zijn en ver uit elkaar liggen.

Verbinding tussen plantenpopulaties behouden

Door hun dagelijkse vliegbewegingen zorgen Wilde Eenden ervoor dat zaden verspreid worden tussen plantenpopulaties in de moerasgebieden die ze bezoeken. Modelberekeningen waarbij informatie over het gedrag van Wilde Eenden, eigenschappen van planten en zaden, en het landschap werden meegenomen, laten zien dat naar schatting 34% van de zaden die de spijsvertering overleven wordt verspreid naar de slaapplaatsen, die een regionaal reservoir kunnen vormen voor plantendiversiteit. Ongeveer 7% van de overlevende zaden wordt verspreid tussen foerageergebieden. De zaden met de meeste kans om verspreid te worden, zijn kleine, harde zaden, die het beste de mechanische vertering in de eendenmaag kunnen weerstaan. Gezien het grote aantal zaden dat Wilde Eenden elke dag opeten, leveren deze eenden een grote bijdrage aan de het verbinden van plantenpopulaties in een breed scala aan landschappen.

Publicaties

E. Kleyheeg*, H.J. Treep*, M. de Jager*, B.A. Nolet en M.B. Soons* (2017) Seed dispersal distributions resulting from landscape-dependent daily movement behaviour of a key vector species. Journal of Ecology, online early DOI: 10.1111/1365-2745.12738.
* verbonden aan de Universiteit Utrecht

E. Kleyheeg*, J.G.B. van Dijk, D. Tsopoglou-Gkina*, T. Woud*, D. Boonstra*, B.A. Nolet en M.B. Soons* MB (2017) Movement patterns of a keystone waterbird species are highly predictable from landscape configuration. Movement Ecology, online early DOI: 10.1186/s40462-016-0092-7.
* verbonden aan de Universiteit Utrecht

Figuur 1

In landschappen met veel natte natuur leven veel Wilde Eenden, die ‘s nachts elk naar hun vaste plekjes gaan om te eten en overdag rusten op de gezamenlijke slaapplaats. Ze verbinden de natte gebieden in het landschap door zaden te verspreiden over vrij korte afstanden. In landschappen met minder natte natuur leven minder Wilde Eenden, die ’s nachts tussen hun vaste foerageergebieden heen en weer vliegen en deze plekken verbinden door zaden over veel langere afstanden te verspreiden.