20 maart 2018

Onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag in het jeugdvoetbal

Over de grens

Wanneer Dynamics of Youth in 2013 een call voor onderzoeksvoorstellen opent, zit de dood van Richard Nieuwenhuizen nog vers in het geheugen. De grensrechter wordt eind 2012 door een aantal jonge voetballers en een vader zo zwaar mishandeld, dat hij uiteindelijk overlijdt. Zijn dood maakt veel los in Nederland en laat pijnlijk zien dat agressie op het voetbalveld een belangrijk probleem is. Voor een team van onderzoekers, samengebracht door sportexperts Maarten van Bottenburg en Ramón Spaaij, was het de aanleiding voor een bijzonder multidisciplinair onderzoek. We spraken erover met dr. Jeroen Vermeulen, een van de onderzoekers.

"In het onderzoek werd vanuit drie verschillende disciplines naar ‘grensoverschrijdend’ gedrag op het voetbalveld gekeken", vertelt Vermeulen. Vanuit het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap nam hij samen met dr. Inge Claringbould de antropologische invalshoek voor zijn rekening. Samen met Inge Claringbould en een aantal student-assistenten was hij eind 2015 drie maanden langs de lijn en in de sportkantine te vinden bij wedstrijden van de A- en C-jeugd van drie Utrechtse clubs. Zo bestudeerden ze hoe grensoverschrijdend gedrag tot uiting komt in het jongensvoetbal.

Terwijl de organisatiewetenschappers het gedrag observeerden, richtte een tweede team - bestaande uit juristen dr. Rianka Rijnhout en prof. dr. Ivo Giesen zich op de regels verbonden aan het jeugdvoetbal. De KNVB zet zich namelijk in om de kennis van regels onder spelers te vergroten, in de hoop dat zij zich daardoor beter zullen gedragen. Maar hoe goed kennen de jonge spelers de regels nu echt, en zorgt die kennis er ook daadwerkelijk voor dat ze respectvoller met elkaar omgaan? De ontwikkelingspsychologie bood een derde perspectief op het vraagstuk. Prof. dr. Marcel van Aken en dr. Anne van Hoof hielden zich in het project bezig met de vraag hoe aspecten van gedrag, emotie en identiteit van de jonge spelers zich verhouden tot de context van het jeugdvoetbal.

Als je de regels kent, betekent dat nog niet dat je je daar ook naar gedraagt op het veld.

Grensoverschrijding als norm

Om deze vragen te beantwoorden, onderzochten de juristen dossiers over agressie op het veld en namen de ontwikkelingspsychologen vragenlijsten af bij de jeugdvoetballers. Daaruit bleek niet alleen dat veel jongeren de regels helemaal niet zo goed kenden, ook stelt het onderzoek dat ‘de preventieve werking die van het recht op dit terrein zou uitgaan, niet mag worden overschat.’ Met andere woorden: als je de regels kent, betekent dat nog niet dat je je daar ook naar gedraagt op het veld.

“Vanuit ons antropologische perspectief hebben we mooie aanvullende inzichten gekregen over waarom jongeren tot grensoverschrijdend gedrag komen,” vervolgt Vermeulen. “Onze constatering is dat de hele constellatie van het voetbal die grensoverschrijding als norm heeft geaccepteerd. Het wordt normaal gevonden dat je een speler onderuithaalt als hij alleen op het doel afgaat. Dat is ‘goed’, want daarmee voorkom je dat hij scoort. Of een grensrechter van je eigen club die weleens onterecht vlagt voor buitenspel van de tegenstander. Dan zeggen ze: ‘Ach, dat gebeurt’. In zo’n context, waarin normen en regels overtreden mogen worden, is het ook voorstelbaar dat het soms net een stap te ver gaat en tot agressie leidt.”

Lees verder onder de afbeelding.

Jonge doelgroep

Veel incidenten, zoals dat van Nieuwenhuizen, gebeuren in het jeugdvoetbal. “De spelers uit het onderzoek waren tussen de 12 en de 14 en de 16 en 18 jaar oud. Dat is een belangrijke ontwikkelingsfase, waarin tieners leren omgaan met gezag en machtsverhoudingen. Leeftijdsgenoten en groepsdruk spelen een belangrijke rol,” vertelt Vermeulen. “Uit de ontwikkeling die je bij deze groep ziet, kun je misschien ook dingen opmaken over hoe zij later in het volwassen leven zullen staan. Ook hoop je bij jongeren aanknopingspunten te vinden om die ontwikkeling beter te laten verlopen. Zeker wanneer het over zaken als agressie en grensoverschrijdend gedrag gaat.”

De inzet was om met een multidisciplinair onderzoek de verschillende kanten van het vraagstuk te belichten.

Nieuw perspectief bouwen

Van de samenwerking tussen disciplines heeft het team veel geleerd, zegt Vermeulen. Maar makkelijk was het niet altijd: “Je leert dat je heel verschillend bent en heel verschillend kijkt. Wanneer je een vragenlijst wilt afnemen bij jongeren, kwantitatief onderzoek doet, vraagt dat om een gestructureerde onderzoekssituatie. Maar antropologen kunnen bij wijze van spreken op ieder moment zo’n veld op lopen. Die willen juist spontaniteit. Dat leverde een interessante dynamiek op.”

Uiteindelijk kwamen uit de pilot twee publicaties voort: één van de organisatiewetenschappers en één van de ontwikkelingspsychologen en juristen. Vermeulen: “De inzet was om met een multidisciplinair onderzoek de verschillende kanten van het vraagstuk te belichten. Dat doel hebben we zeker gehaald en het project heeft in die zin ook voldaan aan de verwachtingen. Maar om het ‘transdisciplinaire’ te bereiken, waarin je een overstijgend níeuw perspectief bouwt, moet je eigenlijk langer en intensiever samenwerken.”

Om iets aan die norm van grensoverschrijding te kunnen veranderen, moeten we eerst erkennen dat dat als norm geldt.
Portret van Jeroen Vermeulen. Foto van Ed van Rijswijk.

Vervolgonderzoek

Het project vraagt in die zin dus om een vervolg, vindt ook Vermeulen: “We hebben samen het vraagstuk verkend. Wat we eigenlijk wilden weten was: wat zijn de oorzaken van dit gedrag en hoe voorkom je het? Daar kom je in zo’n relatief korte pilot natuurlijk niet helemaal achter. Maar ik denk dat we wel dingen naar boven hebben gehaald die het waard zijn om verder te onderzoeken.”

Zo was één conclusie dat we grensoverschrijdend gedrag op het veld vaak als ‘normaal’ beschouwen. Kan dit deel van het probleem misschien ook deel van een mogelijk oplossing zijn? “Het begint in ieder geval met de bewustwording van die norm,” denkt Vermeulen. “Ik heb zelf ook twintig jaar gevoetbald en ik weet dat het lastig is om kritisch te zijn als je middenin die wereld zit. Dan diskwalificeer je als het ware jezelf. Toch is het nodig dat dit soort dingen bij de voetbalverenigingen ter discussie kunnen worden gesteld. Om iets aan die norm van grensoverschrijding te kunnen veranderen, moeten we eerst erkennen dat dat als norm geldt.”

Foto: Jan de Koning

Concrete plannen voor een nieuw project zijn er nog niet. Ook omdat niet iedereen de tijd heeft die een nieuw samenwerkingsproject zou vragen. “Je doet echt nieuwe dingen, waarbij je soms wel tegen elkaars grenzen aanloopt en alles moet bespreken,” legt Vermeulen uit. “Wat vinden we goede wetenschap? Hoe gaan we om met respondenten? Het zijn wezenlijke  vragen. Multidisciplinair onderzoek is niet alleen maar leuk en geweldig, het is ook gewoon hard werken.”

Onderzoeksthema Jeugd

Wil je maatschappelijke problemen aanpakken, dan kun je het beste beginnen bij kinderen. Het Utrechtse onderzoeksthema Dynamics of Youth investeert in een veerkrachtige jeugd. Wetenschappers uit alle vakgebieden werken samen om kinderontwikkeling beter te leren begrijpen. Hoe ontwikkelen kinderen en jongeren zich in onze snel veranderende samenleving?