27 juni 2017

Oudheid als ambitie. De zoektocht naar een passend verleden 1400-1700

Prof. dr. Koen Ottenheym (Kunstgeschiedenis) publiceerde samen met Karl Enenkel het boek Oudheid als ambitie. De zoektocht naar een passend verleden 1400-1700. De auteurs beschrijven de wijze waarop het verleden door vorsten, staten en steden in vroegmodern Europa werd gebruikt. Zij laten zien dat al vanaf de vroege vijftiende eeuw historische argumenten werden gebruikt om lokale, regionale en nationale identiteiten te vormen en kracht bij te zetten.

Ouderdom als bron van gezag

In heel vroegmodern Europa werd een groot belang gehecht aan de geschiedenis van de eigen streek, stad of familie. Of het nu ging om aanspraken op privileges of territoriale claims: ouderdom, feitelijk of niet, was de belangrijkste bron van gezag. Met een beroep op de antieke of middeleeuwse wereld maten staten, steden en naties zich een eigen, ‘geschikt’ verleden aan. 

Geschiedenis verbeelden

Het werd een taak van de literatuur, beeldende kunsten en architectuur om de eigen geschiedenis te verbeelden en uit te dragen. Als bronnen werden niet alleen de klassieke schrijvers gebruikt, zoals lang is gedacht, maar een bont geheel aan oudheden: middeleeuwse kronieken en ‘documenten’, echte en vervalste inscripties, allerlei archeologische voorwerpen en ruïnes. Veel van de kunst en architectuur uit deze periode kan alleen begrepen worden als we rekening houden met dit veelzijdige en bonte beeld van de oudheid, zo laten de auteurs op overtuigende wijze zien.