12 maart 2018

Online media moeten meer inzage geven in hun werkwijze voor de bestrijding van nepnieuws

Prof. mr. drs. Madeleine de Cock Buning

Facebook, Google en Twitter moeten informatie geven over de werking van hun algoritmen om de verspreiding van desinformatie en nepnieuws tegen te gaan.

Dat staat in een rapport over desinformatie dat door een adviesgroep van de Europese Unie is gepresenteerd. De groep, bestaande uit 39 leden, onderzocht de afgelopen drie maanden onder leiding van de Utrechtse hoogleraar Madeleine de Cock Buning welke maatregelen er genomen moeten worden op Europees niveau.

"Social media moeten hun verantwoordelijkheid nemen."

Online media en social media moeten hun verantwoordelijkheid nemen om de verspreiding van desinformatie tegen te gaan, aldus de groep. Ze moeten inzage geven in hoe hun algoritmen werken en hoe bepaald wordt wat gebruikers te zien krijgen. Die data moeten de social media delen met bijvoorbeeld wetenschappers. Want hoewel nepnieuws "niet illegaal" is, aldus de betrokken experts, kan het de maatschappij en burgers schade toebrengen. "Risico's zijn onder meer het verstoren van democratische politieke processen, zoals het verloop van eerlijke verkiezingen. Nepnieuws heeft ook invloed op het maken van beleid in verschillende sectoren, zoals de gezondheidszorg, de wetenschap, de financiële wereld en andere sectoren", aldus het rapport. 

Enkele belangrijke voorstellen uit het rapport:

  • Een "code van principes" ontwerpen, waar online platforms zich beloven aan te zullen houden
  • Mediavaardigheden en informatievaardigheden toevoegen aan het schoolcurriculum, zodat scholieren informatie die ze tegenkomen op waarde leren schatten
  • Staatssteun via de belasting, voor aantoonbaar onafhankelijke openbare media
  • En het inrichten van Europese centra die de groei van desinformatie en nepnieuws monitoren

Nepnieuws vs desinformatie

De EU expertgroep koos ervoor om de term 'nepnieuws' niet te gebruiken omdat ook dat woord op zijn beurt door "grootmachten misleidend wordt gebruikt om berichten die hen niet bevallen, te negeren." Het rapport stelt dat 'desinformatie' veel verder gaat dan 'nep-nieuws'. Desinformatie wordt gedefinieerd als "alle vormen van valse, onjuiste of misleidende informatie ontworpen, gepresenteerd en gepromoot om opzettelijk openbare schade of winst te veroorzaken." Hoewel het rapport veel verantwoordelijkheid neerlegt bij politici en klassieke media om desinformatie tegen te gaan, ligt de grootste nadruk op de rol van digitale platformen, zoals social media.