28 november 2016

Promotieonderzoek naar de elite onder de vrije niet-blanke bevolking in Paramaribo 1800-1863

Onderzoekster nuanceert beeld meester-slaaf in 19e-eeuws Suriname

Een van de vooroordelen over Suriname in de 19e eeuw is het nauwelijks voorkomen van vrije niet-blanken in hoofdstad Paramaribo. Promovenda aan de Universiteit Utrecht Ellen Neslo toont met archiefonderzoek aan dat tussen 1800 en 1863 het aantal vrije niet-blanken in Paramaribo enorm toenam. “Bij de afschaffing van de slavernij in 1863 was 65 procent van de niet-blanke bevolking in de hoofdstad van Suriname al vrij. In wezen was het deze groep die het slavernijsysteem van binnenuit uitholde. En misschien wel belangrijker: de sociaaleconomische positie van de vrije niet-blanke bevolking was beter dan tot nu toe werd gedacht.”

Het gangbare beeld over slavernij in Suriname (±1650-1863) is voornamelijk gebaseerd op literatuur uit de 17e, 18e en 19e eeuw. Dat heeft bepaalde vooroordelen en stereotypen doen ontstaan. “De nadruk van het onderzoek naar Suriname in deze periode ligt op slaven en hun blanke overheersers. Mijn onderzoek beziet het Suriname van de 19e eeuw vanuit een weinig belicht perspectief: dat van de vrije niet-blanke bevolking.”

Ellen Neslo
Ellen Neslo

162 personen

Neslo onderzocht onder meer testamenten, doopregisters en wijkregisters. Voor haar onderzoek legde ze een elite-bestand aan van 162 personen, over wie voldoende archiefmateriaal bestond. Deze 162 personen waren in elk geval volwassen, vrij en niet-blank, en woonden in Paramaribo.

Erfenis

Een van de vele bevindingen uit Neslo’s promotieonderzoek betreft de band tussen een vrijgekochte slaaf en zijn gewezen meester. “In veel gevallen was er na hun vrijheid nog een actieve band tussen hen. Regelmatig bedankte de gewezen meester in zijn testament zijn voormalige slaaf of slavin en haar kinderen. Ook liet hij vaak financiële middelen, huisraad of zelfs zijn woning aan de vrije niet-blanken na.”

Carrière

Het beeld dat Neslo in haar proefschrift schetst van de sociaaleconomische status van de voormalige slaven is genuanceerder dan veelal wordt gedacht. “Die was beter dan we doorgaans aannemen. Voor een belangrijk deel was dit te danken aan de vele ambachtslieden onder de vrije niet-blanken, en het belang dat aan een goede scholing werd gehecht. Goed opgeleide vrije niet-blanken konden daardoor carrière maken.”

Zo holden zij het slavernijsysteem van binnenuit uit

Systeem uithollen

Ook schrijft Neslo over de afschaffing van de slavernij. “Eén van de meest onderbelichte thema’s van de slavernij, is de rol van de vrije niet-blanken. Zij kochten, nadat zij hun vrijheid hadden verworven, op hun beurt familieleden vrij. Op deze manier holden ze het slavernijsysteem van binnenuit uit.”

Meer informatie
Persvoorlichting Universiteit Utrecht, 06-48153548, s.vermeulen@uu.nl
B.g.g. Perscommunicatie Universiteit Utrecht, 030-253 3550, news@uu.nl