10 september 2018

Onderzoekende blik in de Eerste Kamer

Eerste Kamer

Onlangs maakte GroenLinks bekend dat Harmen Binnema, als docent/onderzoeker verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht, plaats zal nemen in de Eerste Kamer. Hij vervangt in de GroenLinks fractie Marijke Vos, die naar de Raad van State gaat. Hij gaat de bestuurskunde in de praktijk ervaren: ‘Ik hoop dat iets van de wetenschappelijk onderzoekende blik in de Eerste Kamer tot zijn recht komt’ zegt aanstaande senator Binnema.

‘Ik ben al sinds 2015 ‘de eerste opvolger’ zoals dat zo mooi heet. Nu Marijke Vos tussentijds weggaat, ben ik als eerste gevraagd om haar plaats in de kamer in te nemen. Het lidmaatschap van de Eerste Kamer is een deeltijdfunctie, dus het doorgaans goed te combineren met andere functies. Maar omdat het lidmaatschap van de Raad van State formeel onverenigbaar is met een plek in de Eerste Kamer (de Raad van State adviseert tenslotte het parlement en de regering), kwam ik in beeld als opvolger van Marijke Vos. Het is voor GroenLinks overigens heel mooi om door haar in de Raad van State vertegenwoordigd te zijn. Daar werden de leden doorgaans toch meer in de traditionele partijen gezocht.’

‘Ik moest er wel even over nadenken,’ zegt Binnema. ‘Ik vind het ook heel leuk om onderzoek te doen en colleges te blijven geven en had daarover voor het komende jaar natuurlijk al afspraken gemaakt. Bovendien heb ik een gezin met twee kinderen. Maar ik vind het toch ook een voorrecht om eens in de week in een van de allermooiste vergaderzalen van Nederland te mogen zitten, eerlijk gezegd. De komende maanden ga ik ervaren of dat allemaal past.

Ik hoop dat de wetenschappelijk onderzoekende blik in de Eerste Kamer beter tot zijn recht komt.

Denk je dat je voor die tijd nog verschil kunt maken? Komt er een ‘nacht van Binnema’?

‘Ik weet niet of je daar nou zo blij mee zou moeten zijn. Als er een hele goede reden voor is wel, maar anders hoeft dat niet de manier te zijn om geschiedenis te schrijven. Het is natuurlijk een relatief korte periode. Ik zal moeten kijken wat interessante en belangrijke dossiers zijn en prioriteiten stellen.

De regeringspartijen zijn het onlangs eens geworden over de begroting, en de dividendbelasting blijft daarin natuurlijk een heet hangijzer. In ieder geval is er bij sommigen de hoop dat er een paar Eerste Kamerleden van regeringspartijen te verleiden zijn om iets langer na te denken of dit nou wel een hele verstandige maatregel is. Dat kan wel spannend worden.

Daarnaast komt er een nieuwe mijnbouwwet aan, met belangrijke consequenties voor de gaswinning in Groningen, de hoeveelheid en de termijn waarop er nog gas uit de grond gehaald mag worden, wat er met de schade gaat gebeuren etc.

Maar daar moet ik wel bij zeggen: ik ben onderdeel van een fractie met vier mensen; we moeten kijken hoe de verdeling van de portefeuilles gaat zijn.’

De verhouding tussen Eerste en Tweede Kamer lijkt nog steeds spannend

‘Ja, het is nog steeds spannend. Er is bij de kabinetsformatie wel op gelet dat er ook een meerderheid in de Eerste Kamer is, maar dat is nog steeds een krappe meerderheid. Je zag vorige week dat Jan Terlouw een oproep deed aan de D66-senatoren om toch vooral niet akkoord te gaan met die dividendbelasting. Dergelijke oproepen zie je wel vaker. Je je mag tenslotte ook afwijken van wat er door jouw partij in de Tweede Kamer wordt besloten.

De Eerste Kamer werd altijd als een ‘chambre de reflection’ aangeduid, waar je los van partijpolitieke verhoudingen kritisch kunt kijken naar de kwaliteit van de wetgeving. Maar met de krappe meerderheden van de laatste jaren zie je dat het sterker politiek wordt. De fractieleiders van de Tweede Kamer gaan zich wat nadrukkelijker bemoeien met de Eerste Kamer.’

Een benoeming als senator betekent ook: bestuurskunde in de praktijk

‘Inzicht krijgen in de werking van het openbaar bestuur en de verhoudingen tussen de regering en de volksvertegenwoordiging in de dagelijkse praktijk, dat vind ik interessant. We doen daar als bestuurskundigen natuurlijk onderzoek naar, maar ik ga het nu aan den lijve ondervinden. Ik hoop natuurlijk dat je in de Eerste Kamer met net iets meer afstand en iets diepgaandere analyses naar de zaken kunt kijken dan in de Tweede Kamer, waar veel meer aandacht voor is, de media er veel dichter bovenop zitten en parlementariërs soms ook meer bezig zijn met ‘scoren’ dan met de inhoud. Dat de wetenschappelijk onderzoekende blik, die je bij Bestuurs- en Organisatiewetenschap aanleert, in de Eerste Kamer beter tot zijn recht komt. Maar misschien ben ik daarin naïef hoor, we gaan het zien. Het wordt in ieder geval een soort ‘participerend observeren’.