Onderwijsinspectie moet meer rekening houden met beleving van negatieve beoordelingen
Negatieve beoordelingen van scholen door de Onderwijsinspectie roepen sterke emoties op. Dat heeft gevolgen voor het vermogen tot kwaliteitsverbetering, zo blijkt uit onderzoek van USBO (Universiteit Utrecht). Onverwacht negatieve oordelen of een beoordeling als ‘zeer zwak’ kunnen leiden tot boosheid, verdriet of gevoelens van onmacht onder medewerkers en motiveren dan niet tot verbeteringen. De onderzoekers roepen de Inspectie en de sector op om meer oog te hebben voor de beleving van een negatief eindoordeel.
Overigens kan een negatieve beoordeling ook leiden tot acceptatie, een besef van urgentie en zodoende leiden tot een doorbraak. Voor veel scholen blijft de gevreesde reputatieschade echter beperkt, maar voor scholen in kwetsbare omgevingen kan het oordeel 'zeer zwak' een ontwrichtend effect hebben op de reputatie; denk aan dalende leerlingaantallen of vertrekkend personeel.
De Inspectie van het Onderwijs beoordeelt scholen op kwaliteit en kan daarbij ook een negatief eindoordeel geven (onvoldoende of zeer zwak). In opdracht van de Inspectie onderzocht een team van USBO advies hoe schoolteams negatieve oordelen ervaren, welke gevolgen dit heeft voor hun vermogen tot duurzame kwaliteitsverbetering en welke verbeterpunten er zijn voor het proces. Zij baseerden zich daarbij onder andere op interviews met 64 respondenten van 37 scholen in het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, het Middelbaar Beroeps Onderwijs en het Speciaal Onderwijs.
Vier scenario’s van beleving
Uit de analyse komen vier typische reacties op een negatief eindoordeel van de inspectie naar voren:
- Donderslag: Het oordeel komt onverwacht en wordt niet als helpend ervaren. Dit leidt tot gevoelens van boosheid, verdriet en machteloosheid.
- Doorbraak: Het oordeel heeft grote impact maar wordt door schoolteams ervaren als erkenning en geeft een kans om verandering te realiseren.
- Domper: Het oordeel komt terwijl een verbeterproces al loopt. Het wordt ervaren als demotiverend en oneerlijk, waardoor motivatie afneemt en teams zich richten op 'de hoepel' van inspectiekaders.
- Duwtje: Het oordeel is verwacht, leidt tot acceptatie en helpt om de puntjes op de i te zetten.
Wat als een donderslag aankomt, kan na verloop van tijd ook een doorbraak worden, maar ook een domper. Hoe scholen controle, relevantie, eerlijkheid en communicatie ervaren, speelt daarin een sleutelrol. Schooldirecteuren spelen een sleutelrol de snelheid waarmee van het ene naar het andere scenario kan worden bewogen.
Emotionele impact en reputatie
Negatieve oordelen roepen sterke emoties op, die vervolgens de motivatie beïnvloeden. Een gevoel van miskenning of stigmatisering, bijvoorbeeld door het label 'zeer zwak', kan herstel bijvoorbeeld belemmeren. Tegelijk kan een dergelijk oordeel ook het besef van urgentie creëren en als hefboom werken voor verandering.
Zo’n negatieve beoordeling slaat soms in als een bom,
zegt projectleider Sjors Overman. Daar zijn we ons niet altijd even bewust van. Het brengt heel veel in beweging, en de emotionele component is groot. Want je zegt in feite: “team, jullie doen je werk niet goed.” Dat raakt mensen diep, zeker in het onderwijs. Stel je maar eens voor wat het met jou zou doen als iemand plotseling zegt: jouw werk is zeer zwak.
Een ander element is de vrees voor reputatieschade. Hoewel schooldirecteuren vaak vrezen voor reputatieschade door een negatieve beoordeling, blijkt die vaak beperkt. Ouders hechten meer waarde aan sfeer en communicatie dan aan inspectieoordelen, en kiezen vaak voor scholen in de nabijheid of bijvoorbeeld van een bepaalde (religieuze) denominatie.
Voor een aantal scholen die het al moeilijk hebben, kan het wel extra schadelijk zijn voor de reputatie,
aldus Overman, bijvoorbeeld scholen in krimpgebieden, waar weinig personeel te krijgen is, waar leerlingenaantallen al teruglopen. Voor die scholen kan het grotere impact hebben dan scholen in een dynamischer omgeving.
Verschillende aanbevelingen aan alle betrokkenen
De onderzoekers geven in hun rapport concrete aanbevelingen aan alle betrokken partijen, want naast de Inspectie is ook het Ministerie van OCW en zijn de scholen zelf natuurlijk aan zet.
Voor de Inspectie van het Onderwijs is het algemeen van belang dat zij rekening houdt met de mogelijke beleving van de negatieve beoordeling en wat dit in de specifieke context van een bepaalde school voor effect zou kunnen hebben. Heel concreet betekent dat:
- De cruciale rol van directeuren te erkennen in het verbeterproces, en hen daarmee helpen om controle te behouden
- De ruimte te verkennen voor een uitgesteld oordeel, zodat het schoolteam verbeteringen in gang kan zetten.
- Train inspecteurs in empathische communicatie en het aanvoelen spanning tijdens een inspectiebezoek.
- Kijk goed naar de schoolidentiteit en de didactische visie. Dat stelt de schooldirectie in staat om gemakkelijker de vertaalslag te maken tussen de beoordelingslogica eigen werkwijze.
Schaf het oordeel ‘zeer zwak’ af. Het label ‘onvoldoende’ kan volstaan.
Aan het ministerie van OCW adviseren de onderzoekers vooral om samen met de Inspectie te onderzoeken of een eindoordeel in sommige gevallen kan worden uitgesteld tot het hersteltraject is afgerond. Een herhaald negatief oordeel ondermijnt de motivatie als het team aantoonbaar op de goede weg is, maar de lat nog net niet haalt. Uitstel is dan passender dan een herhaalde onvoldoende die herstel belemmert. Daarnaast vinden zij het een goed idee als het label ‘zeer zwak’ afgeschaft zou kunnen worden. Dat wordt als stigmatiserend ervaren en belemmert motivatie. Het label ‘onvoldoende’ kan volstaan.
Voor schooldirecties en besturen is het van belang dat zij oog hebben voor de impact van de negatieve beoordeling voor het team en zich inzetten voor verbetering. Als het team gebrek aan controle en gevoel van onmacht ervaart, ontstaan gevoelens van angst, frustratie en boosheid. Eigenaarschap en perspectief bieden is dus belangrijk. De onderzoekers benadrukken het belang van actieve betrokkenheid van leerkrachten in het verbeterproces, zodat zij eigenaarschap nemen over de kwaliteitsontwikkeling.
Zij adviseren scholen ook om proactief en transparant met ouders te communiceren. Dat helpt om negatieve beeldvorming te voorkomen en hun vertrouwen te behouden.
Van bestuurders ten slotte mag verwacht worden dat zij de directeuren in hun rol als changemaker ondersteunen, en zorgen voor voldoende middelen.
Onderzoeksteam
Sjors Overman (projectleider), Judith van Erp, Nienke Kuitenbrouwer, Isa Bertram, Stefan Heinink en Marlies Honingh.
Meer informatie
Wilt u meer weten? Neem dan contact op met projectleider Sjors Overman (s.p.overman@uu.nl) of lees het volledige rapport ‘Donderslagen en doorbraken. De emotionele impact van negatieve inspectie-oordelen op schoolteams’.