Onderpresteren door grote klassen

Socioloog vergeleek IQ-scores van basisschoolkinderen met rekentoetsscores

Kinderen in het basisonderwijs presteren minder goed dan ze zouden kunnen op basis van hun IQ-score. Dat schrijft socioloog aan de Universiteit Utrecht Deni Mazrekaj. We hebben onderpresteren gemeten. Daaruit blijkt dat kinderen in het basisonderwijs ongeveer een kwart van hun potentieel niet benutten. De bevindingen van Mazrekaj zijn zojuist verschenen in het wetenschappelijk tijdschrift Exceptional Children.

kind maakt sommen

De Utrechtse socioloog en zijn collega’s Kristof de Witte en Thomas Triebs observeerden zes jaar lang 2228 kinderen op 168 verschillende Vlaamse scholen. Mazrekaj: We hebben een methode gebruikt die Stochastic Frontier Analysis wordt genoemd. Deze methode schat, op basis van de behaalde IQ-score, wat een kind bij een rekentoets moet kunnen scoren. Deze uitkomst vergeleken we met de rekentoetsscore die de leerling wérkelijk haalde. De gemiddelde ‘onderprestatiekloof’ bleek 23,5%: gemiddeld wordt dus bijna een vierde van het rekenpotentieel van het kind niet benut.

We vonden dat onderpresteren minimaal is bij een klassengrootte van ongeveer 20 leerlingen.

Klassengrootte bepalend

Onderpresteren is niet iets wat een specifieke groep kinderen overkomt. Het betreft alle kinderen, dus ook de hoogbegaafden onder hen, zo maakt Mazrekaj duidelijk. Volgens de socioloog is de klassengrootte een bepalende factor voor onderpresteren. We vonden dat onderpresteren minimaal is bij een klassengrootte van ongeveer 20 leerlingen.

Beleidsmakers en docenten

Zijn onderzoeksresultaten zijn voer voor zowel beleidsmakers als voor docenten. Mazrekaj wijst erop dat beleidsmakers er rekening mee moeten houden dat kinderen veel van hun potentieel niet benutten. En voor leerkrachten is het allicht goed om zich te realiseren dat zelfs de leerlingen die altijd hoge scores halen bij de toetsen, waarschijnlijk nog beter kunnen.