Ombudspolitiek: een gevaar of een zegen?
Interview Marcel Boogers
Ombudspolitiek. Het is een term die in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen veelvuldig werd gebruikt. Vooral rondom de succesvolle Haagse lokale partij Hart voor Den Haag onder leiding van Richard de Mos. Waar de één ombudspolitiek bejubelt, ziet de ander vooral gevaren. Hoe kijkt Marcel Boogers, bijzonder hoogleraar Democratie en Transitie aan de Universiteit Utrecht, hiernaar?
Allereerst, Marcel, wat is ombudspolitiek?
Een benadering waarbij politici van veelal lokale politieke partijen actief contact zoeken met inwoners, naar hun problemen luisteren en kijken of ze concreet kunnen helpen. Het wordt wel eens uitgelegd als ‘u vraagt, wij draaien’. Maar het is niet zo dat je aan een raadslid of wethouder vraagt om bijvoorbeeld jouw probleem met je parkeervergunning of scheefliggende stoeptegel op te lossen. Het gaat om problemen van groepen, zoals ondernemers, mensen met een handicap, of mensen in een bepaalde wijk. Als ergens heel veel stoeptegels scheefliggen, kan een raadslid wel het straatonderhoud in de wijk aan de orde stellen.
Als de duivenmelkvereniging een jubileum heeft, zijn ze er
Is ombudspolitiek een nieuw fenomeen en alleen iets voor lokale partijen?
Het is wel typisch lokaal, maar niet per se voorbehouden aan lokale partijen. De SP ging vroeger, en misschien nog steeds wel, ook de wijken in. Dat waren ook ombudspolitici, alleen noemden ze het niet zo. Het heeft vooral met nabijheid van het lokale bestuur te maken en dus met relatieve kleinschaligheid. In kleine gemeenten zie je ombudspolitiek dan ook veel. Het fenomeen bestaat al heel lang, maar Richard de Mos heeft er een beetje een geuzenaam van gemaakt. En hij heeft er veel succes mee; best knap wat hij met zijn partij in zo’n grote stad als Den Haag doet.
De meeste landelijke partijen gaan pas drie weken voor de verkiezingen campagne voeren, maar veel lokale partijen - en ook wel het CDA dat het lokaal goed doet – gaan er het hele jaar op uit om kiezers te ontmoeten. Als de plaatselijke voetbalclub feestviert, dan zijn ze er. Als de wijkraad bij elkaar komt, dan is er iemand. En als de duivenmelkvereniging een jubileum heeft, zijn ze er ook. Zo zorgen ze dat ze actief zijn in de haarvaten van de samenleving.
Ombudspolitiek wordt ook wel geassocieerd met populisme. Is dat terecht?
Nee. Het belangrijkste kernelement van populisme is het politiseren van de tegenstelling tussen ‘het volk’ en ‘de elite’. En dat is geen kenmerk van ombudspolitiek. Het kan wel samengaan natuurlijk: populistische partijen kunnen best ombudspolitiek bedrijven, maar niet alle ombudspolitiek is per definitie populistisch.
Het is pure winst als er serieus naar mensen wordt geluisterd
Sommige mensen noemen ombudspolitiek gevaarlijk. Wat zou er gevaarlijk aan kunnen zijn?
Gevaarlijk vind ik wat overtrokken, maar er zijn wel kwetsbaarheden. Vriendjespolitiek bijvoorbeeld: als je hele goede contacten hebt met een raadslid, heb je misschien een streepje voor op anderen. Politici moeten belangen van verschillende groepen afwegen, dus het vormt een risico als ze te eenzijdig naar één groep luisteren. Daarentegen kun je van de hele klassieke partijpolitiek weer zeggen dat ze wellicht meer bezig zijn met politieke spelletjes dan met de problemen van kiezers. Het is al pure winst als er serieus naar mensen wordt geluisterd.
En mensen die de partijkas spekken om iets gedaan te krijgen?
Ja, dat is waar De Mos tegenaan liep; zijn partij werd in de armen van lokale ondernemers gedreven. Lokale partijen waren daar wat gevoelig voor omdat zij geen financiering krijgen van de rijksoverheid, in tegenstelling tot landelijke politieke partijen. Maar dat wordt binnenkort rechtgetrokken.
Puur uitgaan van lokale belangen, terwijl je bijvoorbeeld soms ook met nationaal belang te maken hebt, kan ook een kwetsbaarheid zijn. Zo moeten we als land windmolens neerzetten en asielzoekers opvangen. Een goede ombudspoliticus zal het eerlijke verhaal vertellen: ‘We hebben die mensen te huisvesten en we hebben afgesproken dat we dat eerlijk verdelen over het land, dus ze komen ook hier. We kunnen wél het gesprek aangaan over hoe je er zo min mogelijk last van krijgt’.
Hoe komt het dat het aantal lokale partijen blijft toenemen? Is dat (mede) toe te schrijven aan ombudspolitiek?
De toename van nieuwe partijen is al heel lang aan de gang. In de tijd van verzuiling stemden katholieken op alle bestuursniveaus katholiek en protestanten, protestants. Die vanzelfsprekendheid is er wel af. Het partijpolitieke wordt minder belangrijk. Een VVD’er zal niet zo snel op GroenLinks/PvdA (inmiddels PRO) stemmen, maar kan wel denken: ‘Bij die lokale partij zit een aantal mensen dat ik ken, of heeft een aantal standpunten dat ik interessant vind, dus mijn stem gaat daarheen.’ Helemaal als iemand van die partij de wijk in is gekomen en heeft geluisterd naar welke problemen de mensen daar ervaren.
Ombudspolitiek past bij de pragmatische manier waarop (nieuwe) lokale partijen politiek bedrijven. Ze zijn niet liberaal, christen democratisch of sociaal democratisch. Ze willen problemen in kaart brengen door met mensen in gesprek te gaan en vervolgens concrete oplossingen te verzinnen en wensen te realiseren. Wat mij betreft een goede ontwikkeling.