NS beschermde medewerkers onvoldoende tegen chroom-6

Medewerkers van de Nederlandse Spoorwegen (NS) kunnen tussen 1970 en 2020 in contact zijn gekomen met chroom-6. Het is niet precies bekend hoe vaak of hoeveel dat gebeurde. Daardoor is niet met zekerheid te zeggen of gezondheidsklachten door chroom-6 komen. Wel is bekend dat NS de medewerkers niet altijd beschermde volgens de geldende regels voor veilig en gezond werken. Medewerkers kunnen daardoor mogelijk aan meer chroom-6 zijn blootgesteld dan nodig was geweest. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM, waar de Universiteit Utrecht (IRAS) aan meewerkte. 

Werkzaamheden tussen 1970 en 2020 op 17 locaties onderzocht 

In opdracht van NS onderzocht het RIVM of (oud-)medewerkers tussen 1970 en 2020 in contact konden komen met chroom-6. Dit deed het RIVM voor alle relevante functiegroepen op 17 onderhoudslocaties. Daaruit blijkt dat er grote verschillen waren tussen functies. Ook tussen locaties en door de jaren heen zijn er grote verschillen. De meeste kans op contact met chroom-6 hadden medewerkers in revisie- en onderhoudsbedrijven. Dit zijn bijvoorbeeld schilders, lassers, monteurs, bankwerkers en schoonmakers van werkplaatsen. Dat gebeurde vooral doordat ze stof inademden dat vrijkwam tijdens werkzaamheden aan oude verflagen. 

Daadwerkelijke blootstelling onbekend

Het blijkt niet meer vast te stellen hoe hoog de blootstelling aan chroom-6 voor medewerkers was. De informatie om deze inschatting te kunnen maken, is niet beschikbaar. Tot 2014 heeft NS namelijk niet gemeten hoeveel chroom-6 er zat in de lucht en het stof van de werkplaatsen. Ook is achteraf het aantal NS-medewerkers dat mogelijk met chroom-6 in aanraking kwam niet meer vast te stellen. Dat komt omdat het personeelsdossier, met daarin de beschrijving van exacte werkzaamheden, volgens de wet maar 7 jaar mag worden bewaard.  

Onvoldoende beschermingsmaatregelen genomen

Er bleek binnen NS weinig kennis over de schadelijkheid van chroom-6 en onvoldoende besef dat chroom-6 kon vrijkomen bij werk aan oude verflagen. Tijdens een groot deel van de onderzochte periode nam NS dan ook onvoldoende maatregelen om de blootstelling te verminderen. Zoals het installeren van afzuiginstallaties. Ook lette NS onvoldoende op of medewerkers persoonlijke ademhalingsbescherming, zoals stofmaskers, droegen.

Onvoldoende voorlichting aan medewerkers 

Medewerkers kregen weinig informatie over de gevaren van chroom-6. Ook zijn ze niet regelmatig medisch onderzocht op de (gevolgen van) blootstelling aan chroom-6. In de loop van de tijd kwam meer aandacht voor veilig en gezond werken. Ook ging NS werken met kwaliteitssystemen, zoals  procedures en protocollen.  

Extra kans op ziekte door chroom-6 niet vast te stellen

Chroom-6 kan verschillende ziekten of aandoeningen veroorzaken. Het gaat om onder meer een aantal soorten kanker, allergische aandoeningen, chronische longziekten en perforatie van het neustussenschot. De meeste van deze aandoeningen kunnen ook andere oorzaken hebben. De mate van de blootstelling aan chroom-6 bij NS is niet bekend.  Daarom is niet te zeggen wat de extra kans is op ziekte door chroom-6. 

Multidisciplinaire samenwerking

In 2018 startte het RIVM, op verzoek van de NS, met dit onderzoek. Het RIVM deed dat niet alleen: ze werkten samen met het IRAS van Universiteit Utrecht, TNO, Universiteit Maastricht en een aantal zelfstandige onderzoekers/deskundigen.

Professor Hans Kromhout van het IRAS werkte samen met partners van het NKAL (Nederlands Kenniscentrum Arbeid en Longaandoeningen) en PreventPartner. Na onderzoek bij Defensie (POMS sites), de Gemeente Tilburg (tROM) en NS/NedTrain is een einde gekomen aan een onderzoeksperiode van 7 jaar, die heeft geresulteerd in tegemoetkomingen voor gedupeerde werknemers en indirect heeft geleid tot de oprichting van het Lexces, expertisecentrum voor de preventie en beoordeling van beroepsziekten door blootstelling aan gevaarlijke stoffen afgelopen zomer.

Lees hier het hele onderzoek (pdf)