Nieuwsgierigheid, teleurstelling en enthousiasme: de emotionele achtbaan van citizen science

Stel je voor: je ontvangt een envelop met aarde, materiaal om een potje te maken en een eenvoudige instructie: Zet het potje buiten, geef het regelmatig water en wacht af wat erin groeit.

De set met materialen en instructies die naar de deelnemers was gestuurd. Foto, grafisch ontwerp en illustraties: Elke Uijtewaal

Dat is precies wat ruim 770 mensen uit heel Nederland deden toen zij zich aanmeldden voor het citizen science-project Aanwaaiers. Op 5 april gingen zij allemaal tegelijk van start. Ze plaatsten hun potjes op hun balkon, in de tuin of op de stoep en keken vervolgens welke zaden door de wind werden aangevoerd. Daarmee hielpen zij onderzoeker Monique de Jager van de Universiteit Utrecht en haar team bij hun onderzoek naar de vraag hoe gemakkelijk planten hun zaden in stedelijke gebieden via de lucht kunnen verspreiden.

Waar deelnemers waarschijnlijk niet op hadden gerekend, was de emotionele achtbaan die daarop volgde – een ervaring die sterk lijkt op wat onderzoekers zelf meemaken voorafgaand aan een wetenschappelijk experiment.

Het zijn nog maar piepkleine kiemblaadjes, maar het is een begin!

Deelnemer aan het Aanwaaiers-project

'Wat groeit er in mijn pot?'

De eerste berichten bereikten het onderzoeksteam vrijwel direct. “Ons potje staat buiten in Hoograven, op een balkon aan de Oud-Wulvenlaan,” schreef een deelnemer. Een ander liet weten: “Ik heb het op een zonnig plekje op de stoep voor ons huis gezet, waar het lekker in de wind staat en zaden alle kans krijgen om erin te waaien. Ik ben heel benieuwd welke verrassingen ons te wachten staan.”

Het experiment was nog maar net begonnen, maar nieuwsgierigheid en verwachting waren al volop aanwezig. Want wat zou er eigenlijk groeien in een potje dat alleen met aarde was gevuld?

Monique de Jager holding Aanwaaiers pot number 0184
Onderzoeker Monique de Jager houdt een van de Aanwaaiers-potjes vast, met daarin een plant die is ontkiemd uit zaden die door de wind zijn aangevoerd. Foto: Marit Bijkerk

Al snel volgden de eerste tekenen van succes. “Begin deze week waren de eerste kiemplantjes al zichtbaar!”, meldde de verzorger van pot nummer 1485 enthousiast. Een deelnemer uit Maastricht schreef: “Het zijn nog maar piepkleine kiemblaadjes, maar het is een begin!”

De deelnemers gedroegen zich als echte wetenschappers die veldgegevens verzamelden.

Gedurende zes weken observeerden de deelnemers hun potjes nauwgezet. Ze noteerden hoeveel zonlicht de potjes kregen, hoe vaak ze water gaven en of er tekenen van ontkieming zichtbaar waren. “Zonder dat we daarom vroegen, gedroegen veel deelnemers zich vanzelf als echte wetenschappers die veldgegevens verzamelen,” vertelt De Jager trots.

Toen de onderzoeksperiode was afgelopen, werden deelnemers uitgenodigd in de Botanische Tuinen om hun potjes in te leveren en te ontdekken welke plantensoorten waren komen aanwaaien. Onder de aangetroffen soorten bevonden zich paardenbloemen, vogelmuur, wilgenroosjes, harig knopkruid en verschillende grassoorten.

Collection of pots from Aanwaaiers. Photo: Marit Bijkerk
Potten die bij de deelnemers in de Botanische Tuinen zijn opgehaald. Foto: Marit Bijkerk

'In mijn potje groeide niets'

Niet in elk potje verschenen echter zichtbare kiemplantjes. “Sommige deelnemers kwamen teleurgesteld naar me toe omdat er niets was opgekomen,” vertelt De Jager. “Dan zei ik altijd: in mijn potje groeide ook niets.”

Vervolgens legde zij iets uit wat fundamenteel is voor wetenschappelijk onderzoek: ook negatieve resultaten zijn resultaten. “Lege potjes zijn voor ons minstens zo waardevol,” zegt De Jager. “Bovendien kunnen er later alsnog zaailingen verschijnen, nu de potjes voor verder onderzoek in de kas blijven staan.”

Dankzij de inzet van het publiek kunnen onderzoekers nagaan hoe zaadverspreiding in de praktijk werkt.

De honderden verzamelde potjes helpen De Jager en haar team nu om te onderzoeken hoe zaadverspreiding verschilt tussen verschillende plekken. Door het aantal en de diversiteit aan kiemplanten te vergelijken met de hoeveelheid groen in de omgeving hopen de onderzoekers beter te begrijpen hoe stedelijke landschappen de verspreiding van plantensoorten beïnvloeden en wat dat betekent voor de lokale biodiversiteit.

Voordat zij de hulp van burgers inschakelden, was het onderzoeksteam aangewezen op wiskundige modellen. Dankzij de gegevens uit Aanwaaiers kunnen zij nu veel beter begrijpen hoe zaadverspreiding in de praktijk werkt. “Zijn er bijvoorbeeld duidelijke verschillen in het aantal kiemplanten dat terechtkomt in potjes dicht bij natuurgebieden vergeleken met potjes midden in de stad?” vraagt De Jager zich af. “Met alle verzamelde informatie kunnen we uiteindelijk in kaart brengen waar de natuur in de regio nog goed functioneert en waar extra ondersteuning nodig is.”

Monique de Jager watering the pots collected at the Botanical Gardens
Monique de Jager geeft de potten water die tijdens de Aanwaaiersdag zijn ingezameld. Foto: Marit Bijkerk

Voor De Jager maakte de inzet van het publiek het mogelijk om gegevens te verzamelen op veel meer locaties dan het onderzoeksteam zelf ooit had kunnen bemonsteren. Maar het project bood ook een unieke kans om te zien hoe mensen het plezier en de spanning van wetenschappelijke ontdekkingen ervaren wanneer zij daar zelf actief aan kunnen bijdragen.

“Dat is belangrijk, omdat vertrouwen in wetenschap vaak ontstaat door transparantie en betrokkenheid,” zegt De Jager. “Citizen science-projecten zoals Aanwaaiers halen de wetenschap uit haar vermeende ivoren toren en laten zien dat mensen zelf een belangrijke rol kunnen spelen in de manier waarop wetenschap wordt bedreven.”

Aanwaaiers is een publieksproject dat burgers enthousiast maakt over het belang van biodiversiteit en wetenschappelijk onderzoek, terwijl onderzoekers tegelijkertijd waardevolle gegevens verzamelen over de verspreiding van zaden in steden. Deelnemen kon individueel vanuit de eigen tuin of vanaf een balkon, maar ook als school.

Tot nu toe heeft het onderzoeksteam van de Universiteit Utrecht, in samenwerking met de Botanische Tuinen, de hulp ingeschakeld van 28 basisscholen in de provincie Utrecht en meer dan 770 burgers uit heel Nederland.

Meer informatie en toekomstige resultaten zijn te vinden op: