20 september 2018

Nieuwe achttiende-eeuwse verentooi uit Nederlands-Guyana ontdekt met scriptieonderzoek

© Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen
© Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen

Waar het Zeeuws Museum tot voor kort dacht over drie achttiende-eeuwse tooien uit Nederlands-Guyana te beschikken bleek één van deze verentooien uit twee tooien te bestaan. Deze ontdekking kwam aan het licht tijdens het scriptieonderzoek van de masterstudent kunstgeschiedenis Jeroen Lesuis, waarbij hij samenwerkte met de Berlijnse etnoloog dr. Andreas Schlothauer. De ontdekking is bijzonder aangezien het Zeeuws Museum het enige museum is in Nederland met Guyaanse hoofdtooien die dateren van voor 1800. 

© Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen
© Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen

Wereldwijd zijn achttiende-eeuwse verentooien van indianenstammen uit de Guyana's zeer zeldzaam. Lesuis deed een jaar lang onderzoek naar de verentooien van het Zeeuws Museum, waar op dat moment nog weinig over bekend was. De grote ontdekking kwam toen hij etnoloog Andreas Schlothauer uitnodigde om eens naar de verentooien te kijken. 

Eenmaal in het depot viel het Andreas op dat de katoentouwen waarmee de onderring van tooi G2351 aan de mand was vastgebonden nieuwer oogden dan de overige touwen van deze verentooi. Nu was deze onderring sowieso problematisch aangezien we die niet tegenkwamen bij andere Guyaanse verentooien. Vandaar dat Andreas besloot een aantal touwen los te maken. Twee touwen verder en de ontdekking van een nieuwe verentooi was daar.
Jeroen Lesuis
Jeroen Lesuis

De formele eigenaar van de verentooien is het in 1767 opgerichte Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. Aan dit verlichte gezelschap van Zeeuwse amateurwetenschappers en welgestelde patriciërs werden de verentooien geschonken in respectievelijk 1776 en 1817.

afkomst 

© Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen
© Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen

Met het scriptieonderzoek is vastgesteld dat de vier verentooien oorspronkelijk zeer waarschijnlijk afkomstig zijn van de Acawai, Arawak, Carib en/of Warrau. Deze indianenstammen leefden in of nabij het vanaf de zestiende eeuw door de Nederlandse kolonisten, met name Zeeuwen, veroverde grondgebied van Nederlands-Guyana. De verentooien van het Zeeuws Museum zijn naar Nederland verzonden vanuit Demerary en Essequibo. Deze kolonies aan de gelijknamige rivieren vormden samen met Berbice en Suriname de belangrijkste Nederlands-Guyaanse kolonies en werden met uitzondering van Suriname in 1814 door Groot-Brittannië opgeëist.   

intensief contact Nederlandse kolonisten en indianen

Jeroen Lesuis
Jeroen Lesuis

Uit historische documenten blijkt dat er intensief contact was tussen de Nederlandse kolonisten en de indianen. Al vanaf de eerste prille contacten ontstond er een uitgebreide ruilhandel en toen de Nederlanders in de achttiende eeuw op grote schaal hun katoen- en suikerplantages begonnen te ontwikkelen kwamen naast Afrikanen hier ook indianen, al dan wel of niet vrijwillig, te werken. De verentooien van het Zeeuws Genootschap moeten zijn meegekomen met de vele schepen vol koffie, suiker en katoen die terugvoeren naar Zeeuwse steden als Middelburg en Vlissingen. Voor twee van de vier verentooien is vastgesteld dat zij zeer waarschijnlijk met een aan de Middelburgse Commercie Compagnie gelieerd slavenschip naar Middelburg zijn gebracht.

‘Ik vergelijk het maar met het in elkaar zetten van een IKEA-kast’, legt Lesuis uit. ‘Hoe zet je die in elkaar als de handleiding ontbreekt? Daarnaast durf ik te beweren dat zo’n verentooi vaak nog veel ingewikkelder en ingenieuzer in elkaar steekt dan een kast. Het oogt soms misschien eenvoudig, een verentooi, maar door mijn onderzoek weet ik inmiddels wel beter.’

foutieve samenvoeging verentooien 

Wat er vervolgens gebeurde toen de verentooien arriveerden bij het Zeeuws Genootschap, is wat onderzoeker Lesuis het meest heeft gepuzzeld. De foutieve samenvoeging van twee verentooien plus een aantal andere gevonden constructiefouten wijzen erop dat de verentooien ooit verkeerd in elkaar zijn gezet. Nu is het zo dat Guyaanse indianenstammen de verschillende onderdelen van hun tooien (vogelveren, trosjes keverschilden) meestal los in manden bewaarden, om de tooien pas weer in elkaar te zetten bij een volgende dansceremonie. Aangezien het zeer onlogisch is dat de indianen hun eigen tooien verkeerd in elkaar hebben gezet, is het meeste plausibele scenario dat de verzamelaars van het Zeeuws Genootschap verantwoordelijk waren voor de reconstructiefouten.

nog geen antropologische bronnen in 18e eeuw

Uit archiefstukken van het Zeeuws Genootschap werd ook duidelijk dat de exotische interesse van de verlichte heren zich beperkte tot de verentooien zelf; de Guyaanse indianenstammen hadden niet hun interesse. Tegelijkertijd valt de Zeeuwse verzamelaars weinig te verwijten in die zin dat er eind achttiende eeuw nog geen antropologische bronnen bestonden waarin de constructie van een Guyaanse verentooi gedetailleerd werd beschreven. 

© Jeroen Lesuis© Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen
© Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen

reconstructiefouten komen vaker voor 

Het Zeeuws Museum is lang niet het enige museum in Europa dat beschikt over verkeerd gereconstrueerde hoofdtooien en andersoortige verenornamenten uit Zuid-Amerika. Met name verenornamenten van voor 1800 kunnen reconstructiefouten bevatten als onterecht aan elkaar genaaide kledingstukken en omgekeerde manden. Aangezien hij zelf ook tijdens zijn onderzoek reconstructiefouten tegenkwam bij andere verentooien in Nederlandse musea, lijkt het Lesuis zeer interessant om nog een groter, systematisch (promotie)onderzoek te doen naar de herkomst van alle Guyaanse en/of Zuid-Amerikaanse verentooien binnen de Collectie Nederland.

Mijn onderzoek heeft nu in het klein aangetoond dat een dergelijke studie zeer interessante resultaten kan opleveren.
Jeroen Lesuis
Jeroen Lesuis