Michiel Doorman benoemd tot hoogleraar Didactiek van de wiskunde

Hoe maken we wiskundeonderwijs betekenisvol in een wereld vol data en algoritmes?

De Universiteit Utrecht benoemt Michiel Doorman per 1 november 2025 tot hoogleraar Didactiek van de wiskunde. Doorman richt zich op de toekomst van het wiskundeonderwijs, en hoe dit past in onze snel veranderende samenleving. De vraag wat wiskundeonderwijs relevant maakt voor álle leerlingen is actueler dan ooit, aldus de hoogleraar. “We moeten steeds opnieuw nadenken over welke wiskunde we onderwijzen, waarom, en voor wie.”

Michiel Doorman, Professor of Mathematics education
Prof. dr. Michiel Doorman

Wiskunde is overal: in data, algoritmes, klimaatmodellen en het dagelijks leven. Toch worstelen veel leerlingen met het vak. Hoe kunnen we wiskunde zo onderwijzen dat iedereen er grip op krijgt én de relevantie ervan ziet? 

Wiskundige Michiel Doorman en zijn team zoeken de antwoorden op die vraag. Per 1 november is hij benoemd tot hoogleraar Didactiek van de wiskunde. Vanuit het Freudenthal Instituut van de Universiteit Utrecht wil hij samen met collega’s, docenten en studenten verder bouwen aan wiskundeonderwijs, en dat verbeteren waar nodig.

Welke wiskunde onderwijzen we?

“De vraag welke wiskunde we onderwijzen, maar ook waarom en voor wie, is actueler dan ooit,” zegt Doorman. “Onze samenleving draait op data en algoritmes. Leerlingen moeten daarom niet alleen kunnen rekenen, maar vooral leren interpreteren, modelleren en nadenken over hoe ze een wiskundig probleem kunnen oplossen.”

Modelleren en omgaan met data

Ook kunstmatige intelligentie speelt een steeds grotere rol in het dagelijks leven én in de klas. Doorman ziet dat als een kans om de interesse in wiskunde te vergroten onder leerlingen. Maar het stelt ook nieuwe eisen aan het onderwijs, zodat het aangehaakt blijft in de snel veranderende wereld.

Het gaat er niet alleen om dát je iets kunt uitrekenen, maar dat je begrijpt wat die berekening betekent in de context van de werkelijkheid

Doorman: “Je hoeft op zich geen wortels meer te trekken met de hand, want een computer kan dat ook. Dat roept de vraag op wat leerlingen dan wél moeten leren. Ik verwacht dat we een verschuiving gaan zien naar meer leren begrijpen van data en het modelleren van problemen. Maar leerlingen zullen ook meer gaan nadenken over wat je precies doet als je zo’n model maakt. Het gaat er niet alleen om dát je iets kunt uitrekenen, maar dat je begrijpt wat die berekening betekent in de context van de werkelijkheid.”

Volgens Doorman betekent dat niet dat basisvaardigheden overboord gaan. “Het is nooit het één of het ander. Je hebt kennis en vaardigheid nodig om met wiskunde te kunnen spelen en redeneren. De uitdaging is de juiste balans vinden tussen oefenen en betekenis geven.”

Theezakjesmodel werkt niet

Doorman ziet zichzelf werken in de traditie van de vermaarde pedagoog en onderwijsexpert Hans Freudenthal (1905-1990). Deze naamgever van het Freudenthal Instituut vroeg zich al af: welke wiskunde is voor wie relevant? De vraag vormt een rode draad door Doormans onderzoek.

Wat in ieder geval niet werkt, aldus Doorman, is het zogeheten theezakjesmodel. Deze benadering kijkt allereerst naar welk onderwijs wiskundestudenten nodig hebben, omdat zij de wiskundigen van de toekomst zijn. Vervolgens wordt diezelfde leerstof stap voor stap vereenvoudigd of ‘verdund’ voor andere soorten leerlingen, die later in hun loopbaan minder wiskunde zullen tegenkomen. “We moeten juist nadenken over wat verschillende groepen leerlingen in hun eigen context nodig hebben,” zegt Doorman.

Andere wiskunde voor gelijke kansen

Een belangrijk aandachtspunt voor Doorman is kansengelijkheid. “In Nederland krijgen leerlingen al heel snel een schooladvies. Wiskunde speelt daarin vaak een beslissende rol. Een lage score kan bepalen welk schooltype een leerling mag volgen, en dat beïnvloedt de verdere loopbaan. Ik zou liever zien dat we die differentiatie wat uitstellen, zodat leerlingen langer samen leren. Dat vraagt om goed doordacht wiskundeonderwijs.”

Door de wereldwijde oorsprong te laten zien, kunnen we leerlingen met verschillende achtergronden laten voelen dat wiskunde ook hún vak is.”

Daarnaast pleit Doorman voor meer aandacht voor de culturele diversiteit van de wiskunde zelf. “Wiskunde is niet alleen iets van Griekse denkers als Pythagoras en Euclides. Er liggen rijke wortels in bijvoorbeeld Iran, China en Zuid-Amerika. Door dat te laten zien, kunnen we leerlingen met verschillende achtergronden beter betrekken en laten voelen dat het ook hún vak is.”

Lerarentekort in de wiskunde aanpakken

Ook het tekort aan wiskundedocenten is een probleem waar Doorman zich op richt. Hij signaleert dat veel beginnende wiskundedocenten al na een paar jaar het onderwijs weer verlaten. Volgens Doorman is het dan ook noodzakelijk om ervoor te zorgen dat docenten die instromen ook blijven. Dat kan onder andere door het onderwijs te verbeteren voor wiskundestudenten, die vaak wiskundeleraren in spe zijn. Doorman: “Dat vraagt om goede begeleiding van zowel docenten als studenten. Ze moeten actief kunnen meedenken over het onderwijs.” 

Hij ziet mogelijkheden om studenten van de universiteit en docenten in scholen al in een vroeg stadium samen te laten werken. Zo krijgen studenten een realistisch beeld van het leraarschap, en voelen docenten zich gesteund en gehoord.

Onderzoek naar de klas en verder

Doorman blijft naast zijn positie als hoogleraar ook nauw verbonden met de praktijk van wiskundeonderwijs. Dit gebeurt onder andere via zijn betrokkenheid bij de Nederlandse Vereniging voor Wiskundeleraren

Ik hoop dat leraren de komende jaren merken dat thema’s als klimaat, diversiteit en digitalisering ook in hun lesmateriaal terugkomen

De hoogleraar hoopt dat wiskundedocenten de didactische ontwikkelingen die hij voor zich ziet zullen omarmen. “Docenten zullen het niet van de ene op de andere dag merken. Maar ik hoop dat ze de komende jaren zien dat thema’s als klimaat, diversiteit en digitalisering ook in hun lesmateriaal terugkomen. Wiskunde gaat immers niet alleen over sommen, maar over de wereld om je heen.”