Menselijk gedrag blijkt cruciale factor in bioveiligheid
Goede bioveiligheid op pluimveebedrijven hangt niet alleen af van de aanwezigheid van goede voorzieningen en infrastructuur, maar ook van het dagelijks gedrag en logistiek. Dat blijkt uit een onderzoek naar insleeprisico’s voor vogelgriep. Insleeprisico’s kunnen vooral ontstaan op momenten waarop mensen, dieren en materialen het bedrijf in- en uitgaan en door kleine, terugkerende handelingen.
Om beter zicht te krijgen op hoe ziekteverwekkers in de dagelijkse praktijk hun weg naar binnen vinden, voerden dierenartsen, epidemiologen, plaagdier- en vogelexperts van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, Wageningen Bioveterinary Research (WBVR), Royal GD en Sovon samen met veehouders een uitgebreid praktijkonderzoek uit. Vanuit de Faculteit Diergeneeksunde was Francisca Velkers betrokken.
Met bedrijfsbezoeken, gesprekken, hygiënescans, cameramonitoring en fluorescentietesten werden acht verschillende pluimveebedrijven doorgelicht, waaronder vleeskuikenouderdieren, reguliere en biologische leghennen, vleeseenden, reguliere vleeskuikens en 1 ster Beter Leven-vleeskuikens.
Goede bioveiligheid zit zowel in de structuur van het bedrijf als in de dagelijkse gewoonte, is de conclusie. Consequente routines en heldere looplijnen die zorgen voor een strikte scheiding tussen vuile en schone zones, aandacht voor de logistiek rond de aan- en afvoer van materialen en zorgvuldig gebouw-, erf- en plaagdierbeheer blijven de meest effectieve manieren om insleeprisico’s te verminderen.
Pluimveeweb sprak onder andere met onderzoeker Francisca Velkers en plaagdierdeskundige Sara Burt over dit onderzoek. Naast menselijk handelen spelen ook bouwkundige details een rol: kleine kieren en slecht afsluitbare deuren boden op meerdere bedrijven toegang voor insecten, zangvogels en knaagdieren. Burt: "Piepschuimkevers bleken zich zelfs onder deuren van binnen naar buiten en weer van buiten naar binnen te verplaatsen. Dat zijn routes waar je niet meteen bij stilstaat, maar die wel degelijk bijdragen aan insleeprisico.”