10 oktober 2019

Marcel Boumans hoogleraar Geschiedenis van de Economische Wetenschap

Marcel Boumans

Met ingang van 1 september 2019 is Marcel Boumans benoemd tot hoogleraar Geschiedenis van de Economische Wetenschap aan de Universiteit Utrecht. Boumans is als hoogleraar verbonden aan de Utrecht University School of Economics (U.S.E.) en zijn leerstoel wordt deels gefinancierd door het Pierson Fonds. Hij beschouwt de benoeming als eervol: ‘Het is erkenning voor mijn werk, een soort oeuvreprijs’.

In juni 2020 zal hij zijn oratie uitspreken en is Boumans, als de huidige president van de internationale History of Economics Society, gastheer en organisator van de allereerste conferentie van deze vereniging die buiten Noord-Amerika plaatsvindt – in Utrecht dus. Bovendien vindt in juni ook de uitreiking van de driejaarlijks toegekende Pierson Penning voor het eerst in Utrecht plaats. Al deze academische festiviteiten markeren een bijzonder jaar voor de geschiedenis van de economie als wetenschap.

‘Op mijn leeftijd (59) is dit een soort ‘oeuvreprijs,’ zegt Marcel Boumans over zijn benoeming. ‘Het is een enorme erkenning voor mijn werk, en ook zeker een erkenning van het vakgebied waar ik heel blij mee ben. Wereldwijd zien we een afname van hoogleraren in geschiedenis van de economie. Maar de Universiteit Utrecht heeft nu, tegen deze trend in, juist wel een nieuwe leerstoel voor dit vakgebied gecreëerd. Dit kan ook gezien worden als een versterking van het Descartes Centre. Dat ik degene ben die dat vakgebied uit mag dragen, waardeer ik dan ook zeer.’

Met welk probleem economen ook te maken hebben, ze ontstaan in een context, er zit een geschiedenis aan vast.
Marcel Boumans
Marcel Boumans

Samenwerking met het Nicolaas Pierson Fonds

Er zijn meer bijzonderheden verbonden aan de nieuwe leerstoel in de Geschiedenis van de Economische Wetenschap. De leerstoel wordt deels betaald uit het Pierson Fonds, een fonds genoemd naar Nicolaas Pierson (1839-1909), een internationaal georiënteerd econoom, die ook directeur van de Nederlandse Bank en minister van Financiën is geweest. Boumans is pas de derde hoogleraar die deze positie gaat bekleden, na Arnold Heertje en Albert Jolink.

Het Pierson Fonds financiert niet alleen de leerstoel maar reikt ook driejaarlijks de Pierson Penning uit aan een wetenschapper werkzaam in Nederland die veel heeft betekend voor de beoefening van de staathuishoudkunde en bij voorkeur ook in de traditie van Pierson het vak heeft beoefend.

‘Ook in 2020 zal er een uitreiking zijn van de Pierson Penning,’ zegt Boumans, ‘en omdat ik de Pierson leerstoel ga bekleden, wilde het bestuur van het Fonds ook dat de uitreiking in Utrecht zou plaatsvinden. Dat is heel bijzonder.’

De geschiedenis van de economie als wetenschap heeft zowel betrekking op de geschiedenis van het denken als ook op de gehanteerde methodologie.

De waarde van het historisch perspectief

‘Geschiedenis van de economie als wetenschap is dus iets anders dan economische geschiedenis,’ begint Boumans zijn toelichting op het vakgebied. ‘Aan de Universiteit Utrecht zijn ook onderzoekers die zich bezighouden met de economische aspecten van de geschiedenis, bijvoorbeeld Bas van Bavel en Jan Luiten van Zanden. Mijn vakgebied echter is geschiedenis van de economie als wetenschap, de “History of economics”. Dat heeft zowel betrekking op de geschiedenis van het denken, dus theorie, als ook op de gehanteerde methodologie.

Economie is een lappendeken van gebieden en er zit geen intelligent design achter, zeg ik wel eens gekscherend tegen studenten. Het is niet ontworpen, het is historisch zo gegroeid. Om de studenten duidelijk te maken hoe die gebieden zich tot elkaar verhouden en waarom ze überhaupt bestaan, heb je juist dat historisch perspectief nodig.

Maar dat niet alleen: het historisch perspectief kan ook iets bijdragen aan de debatten over economische vraagstukken, en dat wil ik graag uitdragen.

Historische analyse biedt belangrijke verdieping

Geschiedenis van de economie was lange tijd een vast onderdeel van de economische analyse. Zelfs Paul Samuelson en Milton Friedman hielden zich ermee bezig. Vanaf de jaren ’80 is dit echter verdwenen. Terwijl een historische analyse juist belangrijke verdieping biedt. Want met welk probleem economen ook te maken hebben, ze ontstaan in een context, er zit een geschiedenis aan vast. Als je die goed begrijpt, zie je misschien andere mogelijkheden om het vraagstuk aan te pakken.

Ik kijk bovendien ook naar de methodologische kant van de economiebeoefening. Dat is ook een bijdrage van de geschiedenis van de economie. Het aandragen van alternatieve methodes die in het verleden zijn ontwikkeld, in onbruik zijn geraakt maar nu misschien wel heel erg nuttig kunnen zijn.

Zo zou je bijvoorbeeld van Big Data kunnen zeggen: dat is iets van nu, dat is nieuw. Maar aan het einde van de negentiende, begin twintigste eeuw, zie je een enorme toename van de statistiek (informatie in de vorm van getallen), de oprichting van statistische bureaus zoals het CBS en, als gevolg daarvan, de opkomst van de statistiek als wetenschappelijke discipline. Halverwege de twintigste eeuw zien we opnieuw een enorme toename aan data, vanwege de komst van de nationale rekeningen, de computer etc. En dan zien we bijvoorbeeld de econometrie opkomen.

Nu praten we over algoritmes en machine learning – maar dat betekent eigenlijk alleen maar dat onze computers veel beter zijn geworden. We hebben dus nog meer gegevens. Maar de problematiek is hetzelfde gebleven. De vraag is nog steeds: hoe gaan we daarmee om, hoe analyseren we dat? Echter: de methodes die aan het begin van de twintigste eeuw ontwikkeld zijn, de basisprincipes van data analyse zijn in principe niet veranderd. Als je dat ziet, kun je leren van de worstelingen van begin of van halverwege de twintigste eeuw.

Nieuwe ontwikkelingen gaan zowel gepaard met angst als met optimisme. Dat is altijd zo geweest. Nu is er ook enorm optimisme vanwege de machines die alles kunnen doen en tegelijk de angst bij velen dat ze de mens zullen vervangen. Beide kun je op basis van het historisch perspectief dus relativeren. Ik gebruik het graag om het te grote optimisme wat te temperen.’

History of Economics Society

Marcel Boumans is sinds juni 2019 gedurende twee jaar president van de History of Economics Society, een internationale vereniging van vakgenoten in de geschiedenis van de economie. De leden treffen elkaar jaarlijks tijdens een conferentie. Deze zal in juni 2020 plaatsvinden in Utrecht. En ook dat is bijzonder, want het is voor het eerst in de bijna vijftigjarige geschiedenis van de History of Economics Society dat de conferentie plaatsvindt buiten Noord-Amerika, waar deze is opgericht.

Boumans glundert al bij de gedachte: ‘Wat ik vooral zo leuk vind aan de History of Economics Society is dat er enorm veel begrip is voor nieuw talent. Er is een speciaal Young Scholar Programme en ze krijgen echt overal de ruimte om hun ideeën te presenteren. Ik ga me daar tijdens de conferentie in Nederland ook weer sterk voor inzetten.’

Agenda

Dit zijn de academische festiviteiten die we in 2020 in Utrecht kunnen verwachten:

  • 17 juni 2020: Symposium en uitreiking Pierson Penning i.s.m. het Pierson Fonds
  • 17 juni 2020: Oratie prof. dr. Marcel Boumans bij de aanvaarding van zijn leerstoel
  • 18 t/m 21 juni 2020: Conferentie History of Economics Society

Alle activiteiten vinden plaats in het Academiegebouw, Domplein 29 Utrecht.