20 november 2017

Slimme productie biobrandstof maakt forse CO2-reductie mogelijk

Klimaatgevolgen van duurzame biobrandstof wereldwijd in kaart gebracht

Biobrandstof is beter voor het milieu dan fossiele brandstof. Maar aanleg van akkers en kappen van bos om biobrandstof te kunnen produceren, kan ook voor extra broeikasgas zorgen. Wetenschappers hebben nu voor het eerst de mondiale potentie van biobrandstof in kaart gebracht. Ze komen uit op 30 exajoule per jaar met een relatief lage CO2-emmissie. Dat is een derde van het mondiale energieverbruik voor transport. De resultaten worden vandaag gepubliceerd in Nature Climate Change.

De CO2-gevolgen blijken sterk afhankelijk van geografische verschillen. Met name het gebruik van natuurlijke graslanden en voormalige landbouwgrond kan wereldwijd veel geschikte biobrandstof opleveren.

Voor- en nadelen

Veel beleidsmakers en wetenschappers verwachten dat biobrandstoffen een belangrijke rol kunnen spelen bij het tegengaan van klimaatverandering. De CO2 die vrijkomt bij het verbranden van biobrandstof is namelijk eerst bij de teelt van de gewassen al opgenomen. Maar er is ook een nadeel: voor de productie van biobrandstof is vaak (nieuwe) landbouwgrond nodig.

Als gevolg hiervan gaat grootschalige biobrandstofproductie al snel gepaard met verlies aan natuurlijke vegetatie. “De CO2 die in die natuurlijke vegetatie zat opgeslagen, verdwijnt daardoor in de atmosfeer. Bovendien neemt de vegatie ook geen CO2 meer op”, zegt Vassilis Daioglou, eerste auteur en verbonden aan de Universiteit Utrecht en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). “Dat nadeel moet je wegstrepen tegen de voordelen van biobrandstoffen.”

Een boer besproeit een sojaveld.
Sojavelden worden vaak gebruikt voor de teelt van biobrandstoffen.

Canadese bossen

De nieuwe Nature Climate Change-publicatie is de eerste studie die de hoeveelheid broeikasgassen die er vrijkomt als gevolg van de productie van biobrandstoffen systematisch en letterlijk in kaart heeft gebracht. Dit is gedaan met een mondiaal biofysisch model. De studie houdt dus rekening met geografische verschillen: een akker aanleggen in bijvoorbeeld de boreale bossen van Canada leidt tot veel hogere CO2-emissies dan op graslanden in Argentinië. Maar ook binnen een land zijn er hele grote verschillen.

Potentieel voor bio-brandstoffen

Met deze kaarten is het mogelijk om het lange termijneffect van de productie van biobrandstoffen te evalueren voor verschillende plekken op aarde. “Dit maakt het ook mogelijk om beter te begrijpen waarom eerder studies vaak een brede range van resultaten laten zien – omdat vaak verschillende aannames worden gedaan qua productielocatie”, voegt Detlef van Vuuren toe, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en projectleider bij PBL.

Het is mogelijk het netto-effect van de emissies te vergelijken met die van vermeden fossiele brandstof. In 2050 zou met biobrandstoffen ongeveer 30 exajoule per jaar kunnen worden geproduceerd met een emissiefactor die tot een halvering van de fossiele brandstofemissie leidt, als bossen worden uitgesloten. Een productie van meer dan 100 exajoule is mogelijk wanneer minder strikte criteria worden gebruikt. Het huidige energieverbruik van transport is ongeveer 100 exajoule per jaar.

Parijsakkoord

Milieubeleid zal er voor moeten zorgen dat bio-brandstof enkel op gunstige locaties wordt geproduceerd. Alleen onder strikte bepaalde voorwaarden kan de inzet van biobrandstof helpen bij het halen van de doelen uit het Parijsakkoord.