11 december 2018

Dr. Irina van Aalst over 'Waar hoor ik thuis? Kinderen met meer dan één thuissituatie'

'Kinderen van gescheiden ouders zijn kleine stadsnomaden''

“Twee huizen, dus twee verschillende omgevingen. Dat is de realiteit voor veel kinderen van gescheiden ouders. Waar voelen zij zich dan thuis?” Dr. Irina van Aalst is onderzoeker bij het thema ‘Waar hoor ik thuis?’ van Dynamics of Youth. Als stadsgeograaf neemt zij het geografische, ruimtelijke aspect voor haar rekening.

Het onderzoek van ‘Waar hoor ik thuis?’ richt zich op kinderen van gescheiden ouders die opgroeien in twee verschillende huizen. Wat zijn de factoren die effect hebben op waar zij zich thuis voelen? Is het effect van een scheiding minder groot als de ouders bij elkaar in de buurt wonen?

Dr. Irina van Aalst

Voetbalteam

Als kinderen door een scheiding bijvoorbeeld om de week zo ver van hun voetbalclub wonen dat zij daar niet elke week kunnen meespelen, kan dat betekenen dat zij niet meer goed in hun voetbalteam kunnen functioneren. In dergelijke effecten van het wonen op grotere afstand zijn sportclubs, maar ook gemeenten en organisaties die werken met kinderen in de wijken, erg geïnteresseerd, vertelt Van Aalst.
 

Tijdelijke huisvesting

Voor woningcorporaties en gemeenten is het daarnaast belangrijk om te weten hoeveel afstand er zit tussen de twee huizen waarin de kinderen opgroeien. Als die afstand bij veel kinderen erg groot dreigt te worden, kunnen woningcorporaties en de gemeente besluiten tijdelijke huisvesting te bouwen of aan te bieden die meer in de buurt ligt van de andere ouder. In Amsterdam gebeurt dat al, zegt Van Aalst. Omdat de maatschappelijke toepasbaarheid van het onderzoek belangrijk is, werken de onderzoekers samen met onder meer de gemeente Utrecht en jeugdzorginstellingen. Ook krijgen ze veel input van jongeren die via Villa Pinedo als ervaringsdeskundigen anderen jongeren helpen met problemen na een scheiding.

Jongeren gebruiken de stad als hun plek om op te groeien.

Perspectief van het kind

“Het perspectief van het kind of de jongere staat altijd centraal in mijn onderzoek,” vertelt Van Aalst. “Ik raakte gefascineerd door hoe jongeren gebruik maken van de stad toen ik onderzoek deed naar het nachtleven van 16- tot 25-jarigen. Zij gebruiken de stad als hun plek om op te groeien.” Deze interesse breidde ze daarna uit naar jongere groepen. Bij ‘Waar hoor ik thuis?’ gaat het om kinderen van 12 tot 18 jaar.

 

Hand van vader op de schouder van een kind.

Oplossingen van kinderen

Bij Dynamics of Youth zijn de onderzoekers ook op een andere manier innovatief bezig. “In veel jeugdonderzoek is het kind de informant: zij geven informatie over hun situatie. Bij Dynamics of Youth willen we ook gebruik maken van de oplossingen die kinderen aandragen voor de maatschappelijke vragen die wij onderzoeken. Zo hebben we bijvoorbeeld samen met ConsultingKids leerlingen uit groep 7 en 8 de vraag voorgelegd waarom kinderen steeds minder buiten spelen. Die oplossingen willen we meenemen in wetenschappelijk onderzoek. Dat is in de academische wereld nog niet vaak gedaan.”

De onderzoekers gaan 250 gescheiden gezinnen in heel Nederland volgen.

250 gezinnen

De onderzoekers gaan 250 gescheiden gezinnen in heel Nederland volgen. Hiervoor staat een oproep uit voor ouders en kinderen om hieraan mee te doen. Gezinnen waarvan ten minste één ouder en een kind meedoen, vullen een vragenlijst in. Dat doen ze aan het begin, en vervolgens nog twee keer na elk negen maanden. Ook nemen Van Aalst en haar collega’s van sociale wetenschappen, rechten, taalwetenschap en computer science interviews af bij de kinderen. Op die manier hopen ze beter inzicht te krijgen in waar kinderen tegenaan lopen na een scheiding. “Kinderen van gescheiden ouders worden kleine stadsnomaden: ze reizen met hun spullen constant op en neer.”

 

Invalshoeken

Onderzoek naar het thuisgevoel van kinderen is erg gebaat bij kennis vanuit verschillende invalshoeken. Sociaal geografen zijn het samenwerken met andere disciplines gewend, zegt Van Aalst. “We kijken altijd naar het ruimtelijke aspect, maar ook naar wat een situatie of omgeving intrinsiek doet met, in dit geval, een kind. Door deze combinatie van perspectieven krijgen we een zo volledig mogelijk beeld van een kind. En door verschillende onderzoeksmethodes en disciplines bij elkaar te brengen, genereren we meer kennis.

Onderzoeksthema Jeugd

Wil je maatschappelijke problemen aanpakken, dan kun je het beste beginnen bij kinderen. Het Utrechtse onderzoeksthema Dynamics of Youth investeert in een veerkrachtige jeugd. Wetenschappers uit alle vakgebieden werken samen om kinderontwikkeling beter te leren begrijpen. Hoe helpen we kinderen en jongeren groeien en bloeien in onze snel veranderende samenleving?

Dr. Irina van Aalst is stadsgeograaf bij de faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek bevindt zich op het snijvlak van de stads-, economische en culturele geografie. Ze publiceert over stedelijke dynamiek en cultuur, de openbare ruimte, jeugd, de creatieve industrie, het nachtleven en de stad New York. 

Lees ook: