Je thuis voelen in taal
Wat maakt dat we ons thuis voelen in het leven? Misschien denken we aan een plek, aan de mensen om wie we geven en de gemeenschappen waar we deel van uitmaken, of aan een innerlijk gevoel van veiligheid en vrijheid. Maar hoe zit dat met taal? Op welke manieren kan taal ons betrekken of juist buitensluiten? En zijn wij het die ons thuis voelen in een taal, of is het taal wat ervoor zorgt dat we ons thuis voelen? Zeker in een diverse samenleving speelt taal een belangrijke rol in de vraag of mensen zich gezien en verbonden voelen.
We spraken met taalkundige Hielke Vriesendorp over de impact van taal op of je je thuis kunt voelen als het op gender aankomt.
Hielke, wat moet taal volgens jou doen om mensen zich thuis te laten voelen?
"Vanuit mijn onderzoek naar non-binaire voornaamwoorden in het Nederlands zie ik dat ongeveer de helft van de non-binaire personen niet wil dat er naar ze wordt verwezen met de binaire voornaamwoorden hij of zij. Maar, omdat de voornaamwoorden die en hen zo in zwang zijn geraakt voor non-binaire mensen, is het toch mogelijk geworden om naar ze te verwijzen op een manier waar de meeste mensen zich prettig bij voelen."
Mensen zijn creatief: als woorden nog niet bestaan, vinden ze wel manieren om ze te creëren.
Wat doet het met mensen als ze zichzelf niet terugzien in taal?
"Onderzoek laat zien dat dit een grote invloed kan hebben op je welzijn. Veel non-binaire personen geven aan dat ze zich door binaire taal uitgewist voelen of dat het gevoel hebben vast te zitten binnen heel beperkte kaders. Ook zien we dat depressie, angstklachten en suïcide veel minder voorkomen bij transgender personen als hun omgeving inclusieve taal gebruikt.
Tegelijkertijd zijn mensen creatief: als woorden nog niet bestaan, vinden ze wel manieren om ze te creëren. In het Zweeds bijvoorbeeld is hen, een relatief recent ingevoerd neutraal alternatief voor han (hij) en hon (zij), een enorme hit.
Daarnaast zijn er talloze manieren waarop mensen de betekenis van gendergebonden woorden hebben opgerekt. Van homoseksuele mannen die elkaar zij en meid noemen tot lesbiennes die hij gebruiken. In de roman Stone Butch Blues uit 1993 van gender-non-conforme activist en transgendericoon Leslie Feinberg schreeuwt de hoofdpersoon als reactie op de opmerking dat ze een vrouw zou zijn: ‘Nee, dat ben ik niet. Ik ben een he-she. Dat is iets anders.’"
Hoe inclusief is de Nederlandse taal?
"Dat hangt af van wat je wilt bereiken. Als je mensen zo min mogelijk een gender wilt toeschrijven, biedt het Nederlands eigenlijk behoorlijk veel mogelijkheden. Voornaamwoorden vormen, samen met een beperkt aantal woorden zoals vader, moeder, oom, tante, neef en nicht, het meest gendergebonden deel van de taal. Daarbuiten is het Nederlands relatief neutraal. Als je taal dus zo genderneutraal mogelijk wilt maken, vormen voornaamwoorden eigenlijk de belangrijkste uitdaging.
Maar het kan ook dat genderneutraliteit niet je doel is. Het Nederlands zit vol met woorden die voor zowel mannen als vrouwen gebruikt worden, zoals kandidaat, officier, of reiziger, maar daarvan weten we uit onderzoek dat ze vaak toch vooral als mannelijk worden opgevat. Dat is natuurlijk niet zo inclusief naar vrouwen en veel non-binaire mensen. Daarvoor kan het juist handig zijn om een taal te hebben die heel strict de hele tijd overal gender aangeeft. In het Spaans bijvoorbeeld, moet je bijvoorbeeld kiezen tussen mannelijk candidato en vrouwelijk candidata, maar dat betekent ook dat je het makkelijker expliciet kunt hebben over zowel candidatos als candidatas. En als je daar dan ook nog de nieuwere non-binaire vorm candidates aan toevoegt heb je helemaal iedereen te pakken."
Voornaamwoorden zijn vaak ontzettend belangrijk voor mensen die zich niet thuis voelen bij hij of zij.
Hoe zijn we gekomen tot de voornaamwoorden die we vandaag gebruiken?
"De meest gebruikte Nederlandse non-binaire voornaamwoorden, die en hen, zijn vooral populair geworden omdat ze goed aansluiten bij het bestaande grammaticale systeem.
Nederlandstaligen gebruiken die al veel langer op een genderneutrale manier, bijvoorbeeld in de zin: ‘Waar is Paul? Die is even naar de WC.’ Diezelfde constructie werkt ook voor Paula, waardoor die al vertrouwd was als gender-neutraal voornaamwoord. Ook hen bestond al als voornaamwoord en is waarschijnlijk mede geïnspireerd door zowel het Zweeds als het gebruik van they in het Engels.
We zien in verschillende talen dat voornaamwoorden sneller worden overgenomen wanneer ze dicht bij het bestaande taalgebruik blijven. Een volledig nieuw woord introduceren is vaak moeilijker."
Waarom roepen discussies over voornaamwoorden bij zoveel mensen sterke reacties op?
"Ik denk dat hier twee dingen bij elkaar komen. Enerzijds zijn voornaamwoorden vaak ontzettend belangrijk voor mensen die zich niet thuis voelen bij hij of zij. Anderzijds zijn voornaamwoorden diep verankerd in zowel onze grammatica als de manier waarop onze hersenen taal verwerken, simpelweg omdat we ze voortdurend gebruiken. Dat het behoorlijk wennen kan zijn aan de nieuwe vormen is dus ook helelaal niet gek. En als je daar aan toevoegt dat er altijd al mensen zijn geweest die toch al niet dol waren op transmensen, is het misschien niet verrassend dat we momenteel zo'n agressieve en gewelddadige backlash zien."
Net zoals taal ons kan verdelen, kunnen we taal ook gebruiken of aanpassen om ergens bij te horen?
"Wat we uit taalkundig onderzoek weten, is dat mensen hun taalgebruik meestal wel aanpassen aan degene met wie ze spreken (tenzij je misschien een boze puber bent). We stemmen niet alleen onze woorden af, maar ook onze lichaamstaal om warmte uit te drukken en signalen af te geven als: ‘hé, dit is gezellig’, ‘ik mag jou’ of ‘dit gaat de goede kant op’. Dat gebeurt grotendeels onbewust. Sterker nog: het is bijna onmogelijk om het níét te doen."