28 juni 2019

Oratie Stefan van der Stigchel over het visueel systeem

Je kijkt wel maar je ziet niet

Hoogleraar Stefan van der Stigchel zocht in de supermarkt vergeefs naar de geitenyoghurt die hij daar altijd kocht. Later bleek dat de producent de verpakking van de yoghurt had gewijzigd. Van der Stigchel: “Daardoor ontstond een mismatch tussen de inhoud van mijn visueel werkgeheugen en het mentale model van de fysieke wereld.” De alledaagse geitenyoghurtervaring toont waar de hoogleraar Cognitieve Psychologie, die op 3 juli zijn oratie houdt aan de Universiteit Utrecht, zich al jaren mee bezighoudt: onderzoeken hoe een getoond object niet opgemerkt wordt.

Stefan van der Stigchel

Ook in zijn lab doet Van der Stigchel geregeld experimenten die aantonen dat mensen iets voor hun ogen geplaatst kunnen krijgen en het toch niet zíen. “We tonen een proefpersoon in het ene oog bijvoorbeeld bewegende koeienvlekken, en in het andere oog een statisch plaatje met een groene stip. Deelnemers aan dit experiment kunnen secondenlang naar deze twee beelden kijken, maar ze zullen het plaatje met de groene stip niet rapporteren. Omdat het onderdrukt wordt door het plaatje met de bewegende koeienvlekken: dat oogbeeld wint de competitie. Het interessante hieraan is dat er een plaatje secondenlang in beeld staat en ook door een oog wordt opgepikt, maar niet tot het visueel bewustzijn doordringt.”

Bewustzijn

Het is dat visueel bewustzijn waar Van der Stigchel zich voor interesseert en waar hij zich veelal mee bezighoudt. “Het is niet het oog, maar het visuele systeem dat bepaalt welke informatie op welk moment tot het bewustzijn doordringt. Daarmee is er een onderscheid tussen de fysieke wereld en wat er beschikbaar komt voor een persoon die deze fysieke wereld observeert.” 

Denk aan groen

In zijn lab heeft Van der Stigchel met een experiment ook aangetoond hoe ons visueel systeem continu bezig is om prioriteit te geven aan relevante informatie. “Als een proefpersoon voorafgaand aan het experiment gevraagd wordt om aan een kleur te denken, en deze kleur is groen, dan merkt hij de groene stip tussen de bewegende koeienvlekken eerder op. Belangrijke informatie dringt dus eerder door dan onbelangrijke informatie.”

MRI-scans lijken misschien objectieve metingen, maar van wat precies?

Toekomst van de psychologie

In zijn oratie gaat Van der Stigchel dieper in op deze en andere experimenten, en geeft hij aan hoe hij het onderzoek naar het visuele systeem verder wil brengen. Ook zal hij spreken over de toekomst van de psychologie. De hoogleraar stelt dat het brein ‘hot’ is. Velen opperen dat de psychologie hierdoor niet meer nodig is: de activiteit van de hersenen kan immers gemeten worden met neurowetenschappelijke technieken als MRI. “Je hoort mensen roepen: ‘de psychologie is eindelijk een harde wetenschap geworden!’” Dat baart Van der Stigchel zorgen: “Het is een denkfout. MRI-scans lijken misschien objectieve metingen, maar van wat precies? Niet van complex gedrag, en zeker niet van de ervaring die mensen hebben van de wereld om hen heen.” De hoogleraar vindt dan ook dat de psychologie niet vervangen moet worden door de cognitieve neurowetenschap: “Ze moeten samen optrekken.”

Stefan van der Stigchel is lid van KNAW’s De Jonge Akademie. Hij schreef populair wetenschappelijk boeken zoals ‘Zo werkt aandacht’ en ‘Concentratie’. Zijn oratie, op 3 juli om 16:15 in het Utrechtse Academiegebouw, is voor iedereen bij te wonen. 

Meer informatie
Persvoorlichting faculteit Sociale Wetenschappen, 030-253 4027, r.a.b.vanveen@uu.nl